direct naar inhoud van 4.6 Geur
Plan: Buitengebied Noord-Oost
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1044-ont2

4.6 Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is vanaf 1 januari 2007 van kracht en vormt het toetsingskader voor geur veroorzaakt door het houden van dieren in dierenverblijven. Er wordt gerekend met 'odour units' (ou), en geurgevoelige objecten, zoals huizen, krijgen een norm toegewezen voor de geurbelasting die de veehouderij mag veroorzaken. In een reconstructiegebied is de standaard geurnorm voor een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom 3 OU/m3 en buiten de bebouwde kom 14 OU/m3 . Bij beoordeling van vergunningsaanvragen wordt bepaald of deze normen voor geurbelasting op een geurgevoelig object wordt overschreden. Voor een aantal soorten vee (zoals melkrundvee) geldt een vaste afstandsnorm tot geurgevoelige objecten en wordt er niet met odour units gerekend.


Het leefklimaat op basis van geur uit stallen in een groot deel van het plangebied voldoet aan de norm geldend in de bebouwde kom (3 OU, MER bestemmingsplannen buitengebied, Gemeente Apeldoorn, Arcadis 18 oktober 2011). Plaatselijk is dit matig tot zeer slecht door overbelaste locaties.