direct naar inhoud van 3.5 Landbouw
Plan: Buitengebied Noord-Oost
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1044-ont2

3.5 Landbouw

3.5.1 Beschrijving en analyse huidige situatie

Ten aanzien van landbouw wordt in deze paragraaf ingegaan op de bedrijfsomvang, de agrarische bedrijfstypen, het oppervlak van de bedrijven en enkele bedrijfseconomische aspecten.

De gegevens zijn afkomstig uit de inventarisatie. Daarnaast zijn gegevens ontleend aan de landbouwmeitellingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het totaal aantal agrarische bedrijven in het plangebied bedroeg in 2007 op basis van de inventarisatie ten behoeve van het bestemmingsplan Buitengebied Noord-Oost 70 bedrijven.

Tabel 1. Aantal agrarische bedrijven en oppervlakte cultuurgrond in de gemeente Apeldoorn per bedrijfstype in 2003 (let op, dit geldt voor de gehele gemeente, en niet alleen voor het plangebied)

  Totaal   Akkerbouw   Tuinbouw   Graasdier   Hokdier   Combinaties  
Aantal bedrijven   402   29   30   287   20   36  
Oppervlakte cultuurgrond
in ha  
590.995
 
61.662
 
6.878
 
456.016
 
13.278
 
53.161
 

Bron: CBS (2007)

TYPE AGRARISCHE BEDRIJVEN IN APELDOORN

Uit bovenstaande tabel blijkt dat het meest voorkomende bedrijfstype in de gemeente Apeldoorn het graasdierenbedrijf is, voornamelijk melkveehouderij. Deze bedrijfstak heeft ook het grootste deel van de Apeldoornse cultuurgrond (grasland) in gebruik. Hierbij moet worden opgemerkt dat de kalvermesterijen in de CBS-systematiek bij de graasdieren worden geplaatst.

In de gemeente komen 36 gemengde bedrijven voor. Een gemengd bedrijf combineert vaak een melkveebedrijf of een intensieve veehouderij met een ander agrarisch onderdeel.

Bij intensieve veehouderij (hokdieren) gaat het om pluimvee, varkens en kalveren. Kenmerkend van de intensieve veehouderij is dat de dieren in stallen worden gehuisvest op bedrijven met weinig of geen grond. Het gaat vooral om de productie van vlees en/of eieren. Op basis van deze definitie kan worden geconcludeerd dat er 20 intensieve veehouderijen in de gemeente voorkomen. In het plangebied betreft dit ruim 10 bedrijven.

Verder liggen er in het plangebied enkele kwekerijen en twee paardenfokkerijen.

In het buitengebied wijzigt het gebruik van gebouwen en gronden snel, mede als gevolg van veranderingen in de landbouw. Bepaalde veranderingen spelen ook in het plangebied een rol, zoals afname van het aantal agrarische bedrijven, schaalvergroting van de agrarische bedrijven, ontstaan van burgerwoningen, hobbyboeren en niet-agrarische activiteiten.

AFNAME VAN HET AANTAL BEDRIJVEN

De landbouw staat onder druk. De huidige marktsituatie in de landbouw en veeziekten leidden tot een afname van het aantal agrarische bedrijven. Sinds 1997 is het aantal agrarische bedrijven aan het dalen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1044-ont2_0007.png"

Bron afbeelding: CBS (2007), afname aantal agrarische bedrijven in gehele gemeente Apeldoorn

Het aantal agrarische bedrijven zal de komende jaren nog verder afnemen. In 2000 had circa 80% van de agrarische bedrijven geen bedrijfsopvolger.

EIGENDOM

Ongeveer 75% van de agrarische gronden is in eigendom, ongeveer 25% van de agrarische gronden wordt gepacht.

Bestaande planologische regeling landbouw

Bebouwing mag worden opgericht binnen het bouwvlak. Er mag maximaal één bedrijfswoning worden opgericht van 700 m³. Er geldt een flexibiliteitsbepaling voor een tweede woning.

3.5.2 Ontwikkelingen/perspectieven voor de landbouw

In de notitie Bedrijfseconomische ontwikkelingen in de agrarische sector Bestemmingsplannenbuitengebied wordt het volgende geconcludeerd:

- In Apeldoorn Noordoost zijn graasdierbedrijven het meeste bepalend (melkveehouderij, paardenhouderij en overige graasdierbedrijven).

- De productieomvang van de melkveehouderij nam tussen 1999 en 2008 af. De productieomvang van intensieve veehouderij groeide licht in Apeldoorn Noordoost.

- In Apeldoorn Noordoost komt stalling als neventak het meest voor.

- Beleidsmatige aandacht voor functiemenging en vrijkomende agrarische bebouwing is van belang.

- Naast bedreigingen (door het beperkte grondaanbod) zijn er ook volop kansen voor nieuwe vormen van landbouw (inspelen op stedelijke vraag, stadslandbouw, kleinschalige, biologische en/of multifunctionele bedrijven).


Vanuit het reconstructieplan Veluwe wordt gestreefd naar structuurverbetering van de grondgebonden landbouw door ruimte te geven voor schaalvergroting en verbetering van de verkaveling. Binnen de kaders die gelden voor het verwevingsgebied (zie in het hoofdstuk Beleidskader paragraaf 2.4.1 Reconstructieplan Veluwe) is er ruimte voor intensieve veehouderij. Het gebied rondom landgoed Het Woudhuis is aangewezen als WAV-gebied (Wet ammoniak en veehouderij, zie ook Belemmeringenkaart aan het eind van hoofdstuk 4).

In de landbouw in het algemeen en de veehouderij in het bijzonder zal, onder invloed van markt en consument, het beleid ten aanzien van milieu, dierenwelzijn, veterinaire risico's en duurzaamheid, sprake zijn van grote verschuivingen. Het accent zal meer worden verlegd van oriëntatie op EU- en wereldmarkten naar de mogelijkheden en draagkracht van het directe productiemilieu, de eigen omgeving. In de varkenshouderij zal dit, in het kader van de reconstructie, worden aangezet in een meer gesloten structuur van de sector, zowel in ruimtelijk opzicht (schaal van het reconstructiegebied) als de gehele kolom.

Voor een groot aantal bedrijven zijn inkomstenbronnen buiten de landbouw een noodzakelijke aanvulling op het inkomen uit het agrarisch bedrijf. De sector ziet zich gesteld voor verschillende keuzemogelijkheden: schaalvergroting als basis voor duurzame productie (uit oogpunt van economie en milieu), specialisatie (biologische landbouw, specifieke kwaliteitsproducten), verbreding (combinaties met natuur, toerisme, zorg, waterbeheer) of beëindigen.

In de gemeente Apeldoorn lijkt vooral verbreding een kansrijk spoor. De ondernemers hebben de nodige ervaring met combinaties van meerdere bedrijfsactiviteiten en bronnen van inkomsten. Er liggen mogelijkheden met betrekking tot natuurbeheer en natuurontwikkeling in het gebied (Provinciaal Natuurgebiedsplan). De kwaliteiten van het landschap en de nabijheid van Veluwe bieden aanzienlijke mogelijkheden voor combinaties met recreatie. Ook combinaties met zorg zijn kansrijk, gelet op de nabijheid van de stad.

FUNCTIEVERANDERING

Bij beëindiging van een agrarisch bedrijf is functieverandering mogelijk, echter vanwege het maatwerk per locatie is er voor gekozen dit niet in een wijzigingsbevoegdheid in dit plan op te nemen. Voor functieverandering wordt een bestemmingsplanherziening opgesteld. Uitgangspunt hiervoor is dat de nieuwe bestemming geen zwaardere belasting voor het gebied met zich meebrengt. Daarnaast zijn er nog meer voorwaarden waaraan moet worden voldaan bij functieverandering. Deze voorwaarden zijn terug te vinden in de Regionale regeling functieverandering. Tevens is op basis van deze nota functieverandering mogelijk bij al aanwezige niet-agrarische bebouwing. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als bij functieverandering van agrarische bebouwing.

Het regionale beleid voor vrijkomende bebouwing is primair gericht op kwaliteitswinst door ontstening van het landelijk gebied via sloop van voormalige bedrijfsbebouwing, in combinatie met vervangende woningbouw of vestiging van niet-agrarische bedrijfsvormen met een binding aan het landelijk gebied. Er zal een bijdrage aan het verbeteren van het landschap moeten worden geleverd.

In situaties waar ter plaatse van een als agrarisch bouwvlak bestemd perceel uitsluitend een woonfunctie aanwezig is, wordt de volgende werkwijze toegepast. Over het algemeen betreft het beëindigde agrarische bedrijven waarbij in de voormalige bedrijfswoning nog wordt gewoond. Uitgangspunt is dat bij dergelijke gevallen in nieuwe bestemmingsplannen het agrarisch bouwvlak wordt vervangen door een woonbestemming, waarbij het bestemmingsvlak, wordt afgestemd op de feitelijke situatie. Uitzondering hierop wordt gemaakt indien aannemelijk is dat de feitelijke situatie slechts een tijdelijke betreft en er zicht is op hervatting van de agrarische bedrijvigheid. Zo'n situatie kan zich voordoen als de beëindiging van de agrarische activiteit en intrekking van de milieuvergunning niet langer dan één jaar geleden is en er een concreet plan bestaat, bij voorkeur in de vorm van een bedrijfsplan, tot de start van een agrarisch bedrijf (meer dan 40 nge). Het bijvoorbeeld uitsluitend te koop aanbieden als agrarisch bouwperceel vormt geen aanleiding tot het handhaven van een agrarisch bouwvlak.

Daar waar tijdens de inventarisatie geconstateerd is dat een bedrijf aanwezig is, is onderzocht of de bedrijfsactiviteit ruimtelijk aanvaardbaar is en een passende bestemming kan krijgen. Als eerste is nagegaan of er sprake is van een beroep/bedrijf aan huis, hobbymatige activiteit of een volwaardige bedrijfsactiviteit. Indien het één van de eerste twee genoemde betreft blijft de op de aanwezige hoofdfunctie gebaseerde bestemming (bijvoorbeeld 'Wonen') met de daarbij behorende gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden intact.

Als het een volwaardig bedrijf betreft dan wordt de ruimtelijke aanvaardbaarheid als volgt getoetst. Uitgangspunt is dat de activiteit als een nieuwe situatie wordt aangemerkt. In deze gevallen is een procedure om te komen tot een herziening van het bestemmingsplan gevoerd, dan wel een overeenkomst afgesloten waarin de ruimtelijke invulling en maatregelen voor natuur- en landschappelijke inpassing zijn vastgelegd. Na vaststelling van de bestemmingsplannen op perceelsniveau zijn ze opgenomen in dit bestemmingsplan buitengebied.

In verreweg de meeste gevallen gaat het om situaties waar bestaande (voormalig agrarische) opstallen worden gebruikt. Als het legaal aanwezige opstallen betreft kan inpassing plaatsvinden als wordt voldaan aan het beleid voor functieverandering zoals verwoord in de notitie "Waar de stallen verdwijnen: Oude erven, nieuwe functies" van juli 2008.

Als de bedrijfsactiviteit plaatsvindt in niet legale opstallen dan wordt inpassing in het bestemmingsplan over het algemeen niet passend geacht vanwege de daarmee gepaard gaande ongewenste 'verstening' van het buitengebied.

Binnen een gebied kunnen cultuur-historische, archeologische, geografische, aardkundige, natuur, landschappelijke en/of ecologische waarden voorkomen. Inpassing is alleen mogelijk als, waar nodig geacht op basis van onderzoek, wordt aangetoond dat de instandhouding en eventuele ontwikkeling van die waarden niet wordt aangetast danwel beperkt.

Uiteraard geldt in alle gevallen dat voldaan moet worden aan landelijke regelgeving, zoals bijvoorbeeld de milieu- en natuurwetgeving.


Kleinschalige nevenactiviteiten

Ten slotte biedt de provinciale Structuurvisie gemeenten de mogelijkheid kleinschalige nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven in bestemmingsplannen te regelen. De nevenactiviteit mag maximaal 25% van het bebouwd oppervlak tot een maximum van 350 m² van de bedrijfsgebouwen omvatten. Voorts dient de nevenfunctie qua oppervlak ondergeschikt te blijven aan de hoofdfunctie.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan

- ruimte geven aan bestaande agrarische bedrijven;

- in het bestemmingsplan wordt in het kader van de reconstructie nader onderscheid gemaakt tussen intensieve veehouderijen en overige agrarische bedrijven. De betreffende bedrijven krijgen om voornoemde reden een afzonderlijke aanduiding 'intensieve veehouderij' mee;

- uitbreiding van het agrarisch bouwblok, is mogelijk middels wijzigingsbevoegdheid;

- het bestaande gebruik binnen een agrarisch bouwperceel voor intensieve veehouderij wordt positief bestemd. Met een afwijkingsbevoegdheid kan dit gebruik met 10% worden verruimd. Met een wijzigingsbevoegdheid kan het bouwvlak worden uitgebreid;

- verdere verruiming, hervestiging op een bestaand bouwperceel of concentratie van intensieve veehouderij op één bouwperceel vraagt vanwege de potentiële invloed en impact op de omgeving per situatie maatwerk. Dit wordt vervolgens gefaciliteerd met een wijzigingsbevoegdheid;

- ruimte geven voor nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven;

- de gemeente kiest ervoor in het plan geen mogelijkheden te bieden tot volledige omschakeling naar of het oprichten van een bijzonder agrarisch bedrijf. Broederijen, pelsdierfokkerijen, glastuin-bouwbedrijven, proefbedrijven, wormen- en madenkwekerijen en viskwekerijen worden, met name vanwege de grote bouwbehoefte en/of milieuaspecten, als bijzonder agrarisch bedrijf beschouwd;

- glastuinbouwbedrijven zijn uitgesloten, vanwege de bijzondere ruimtelijke uitstraling van dit type bedrijven. In de provinciale Structuurvisie zijn speciale glastuinbouwconcentratiegebieden voorzien, die niet in het plangebied liggen. Teeltondersteunende kassen tot ca 1000 m² zijn wel toegestaan;

- beplanten van gebieden die aangeduid zijn met het waardevol landschapskenmerk 'open landschap' zijn aan een aanlegvergunning gebonden;

- aan activiteiten, zoals een paardenpension of paardenbak, worden voorwaarden gesteld. Het houden van paarden valt niet automatisch onder de definitie agrarisch bedrijf, maar krijgt in principe een bedrijfsbestemming. Het fokken van paarden is een agrarische bestemming. Een paardenpension als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf toegestaan middels een aanduiding voor bestaand en een afwijkingsbevoegdheid;

- Een paardenfokkerij past binnen de definitie van een agrarisch bedrijf, aangezien het een bedrijf is dat gericht is op het voortbrengen van producten, door middel van het houden van dieren, waarop een bedrijfsmatige, op de marktgerichte productie plaatsvindt, welke een wezenlijke bijdrage aan de inkomensvorming levert. Het betreft bedrijven met veel grond, stallen en een kleine binnenbak. Er is sprake van weinig bezoekers. Overigens heeft de manege in het bestemmingsplan een sportbestemming.