direct naar inhoud van 3.3 Natuur
Plan: Buitengebied Noord-Oost
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1044-ont2

3.3 Natuur

3.3.1 Flora

Het plangebied maakt deel uit van de overgang tussen de Stuwwal van de oostelijke Veluwe en de IJsselvallei. Deze overgang maakt het landschap bijzonder en geeft een variatie in natuurwaarden.

Het karakter van het plangebied is halfopen tot open en ter plaatse van de kern Beemte en het landgoed 't Woudhuis kleinschalig, halfopen tot besloten. Het wordt gekarakteriseerd door een afwisseling van grasland en voornamelijk (voormalige) agrarische bebouwing, laanbeplanting en bos rondom het landgoed 't Woudhuis.

De belangrijkste natuurwaarden zijn hier te vinden in de bossen, bosjes, houtwallen/singels en struwelen en de open weilanden, die geschikt zijn voor weidevogels. Daarnaast bieden ook de vele watergangen kansen.

De meeste bossen en bosjes in het plangebied behoren tot de groep van droge bossen. In het landgoed 't Woudhuis komt het Beuken-Eikenbos algemeen voor. Op het landgoed komt verder Vogelkers-Essenbos en Elzenbroekbos voor.

Houtsingels in de vorm van de Elzensingels komen voor op de nattere gronden zoals in de dalvormige laagten in Broekland, langs het Apeldoorns kanaal en nabij de Grote Wetering op het landgoed 't Woudhuis. Hier rondom Beemte en op het landgoed 't Woudhuis komen eikenlanen voor. Hieronder is een soortenrijke kruidlaag aanwezig met verspreidbladig goudveil, groot springzaad en blauwsporig bosviooltje.

De droge heischrale graslandvegetaties en Zilverhavergraslandvegetaties zijn aangetroffen op bermen van wegen en spoorlijnen. De Zilverhavergraslandvegetaties waren plaatselijk goed ontwikkeld met ondermeer spits havikskruid, vroege haver, zandmuur, vroegeling, muizenoor, Sint-Janskruid en akkerhoornbloem. Het dotterbloemgrasland, met soorten als gewone dotterbloem, moeraswalstro, wilde bertram, glidkruid, tweerijige zegge en moeras - en zompvergeetmijniet is gebonden aan de dalvormige laagten in Broekland, de kwelzone langs het Apeldoorns kanaal en de omgeving van de Deventerstraat. De vegetatie is beperkt tot een smalle rand langs de sloten. Het Kamgras-grasland komt voor in wei- en vooral hooiland op vochtige tot matig droge grond. Soorten als pinksterbloem, veldzuring en reukgras komen veel voor. Deze soorten komen veel voor nabij het Apeldoorns kanaal en langs wegen (wegbermen).

In het plangebied komen verschillende watervegetaties voor, het betreft de Klimopwaterranonkelvegetaties, de Watervioliervegetaties, de soortenrijke variant van de Bredewaterpestvegetaties en vegetaties met dichtbladig fonteinkruid. Deze watervegetaties zijn sterk gebonden aan de dalvormige laagten en depressies in het gebied. Klimopwaterranonkel is ernstig bedreigd (rode lijstsoort). De oever- en moersvegetaties zijn beperkt tot de dalvormige laagten ten noorden van Beemte, het betreft vegetaties van Kleine zeggen, vegetaties van slanke waterkers en kleine watereppe en vegetaties van Grote zeggen. In het lagere deel van het landgoed 't Woudhuis en in het noordelijke deel van plangebied komen vochtige ruigten met Moerasspirea-vegetaties voor. Zoomvegetaties komen langs het Apeldoorns kanaal voor, het betreft een vegetatie van een Agrimoniezoom.

3.3.2 Fauna

In Beemte-Broekland komen ree, haas, konijn, mol en egel voor. Op landgoed 't Woudhuis komen ree, haas, konijn, egel en mol eveneens voor. In het bosgebied komen eekhoorn, rosse woelmuis en bosmuis voor, terwijl veldmuis op akkers en weiden leeft. Van de roofdieren komen vos, wezel en bunzing voor. Er zijn dwergvleermuizen (gewone dwergvleermuis of ruige dwergvleermuis), rosse vleermuizen en watervleermuizen gesignaleerd. Op het landgoed 't Woudhuis komen diverse broedvogels voor, zoals buizerd, torenvalk, holenduif, kleine bonte specht, grote lijster, zanglijster, tuinfluiter, goudhaantje en grauwe vliegenvanger. Verder komen ook diverse algemenere broedvogels voor zoals fitis, pimpelmees, braamsluiper, heggenmus, roodborst, zwartkop, tjiftjaf en groenling. In het gebied Beemte-Broekland zijn enkele paren kievit, grutto en steenuil waargenomen. Ook komen in Broekland scholekster, grutto en tureluur voor. Verder komen nabij de Klaverweg diverse zangvogels voor. In het plangebied komen verder de bruine kikker en de gewone pad veel voor. Op landgoed 't Woudhuis komt de kleine watersalamander veel voor.

In het plangebied komen diverse vlinders voor, zoals oranjetipje, bruine vuurvlinder en geelsprietdikkopje. De bruine vuurvlinder is minder algemeen. Landgoed 't Woudhuis is vrij rijk aan dagvlinders, in het overige gebied zijn met name de spoorbermen en de bermen van Het Kanaal en de snelwegen van belang. Het gebied is arm aan meer kritische sprinkhanen met uitzondering van het landgoed 't Woudhuis. Ook hier is verbetering wenselijk door uitbreiding van het areaal schraal graslanden en heidevelden. Landgoed 't Woudhuis is verder rijk aan roofvliegsoorten, terwijl het overige gebied uitgesproken arm mag worden genoemd.

Uitgangspunt is dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met behoud en versterking van de aanwezige flora en fauna.

3.3.3 Soortenbescherming en gebiedsbescherming

Voor de bescherming van de natuurwaarden is het beleid en de regelgeving ten aanzien van de soort- en gebiedsbescherming van groot belang. Het beleid en de regelgeving zijn al beschreven in het beleidshoofdstuk. Gemakshalve wordt er naar dit hoofdstuk verwezen.

Beschermde soorten

In het plangebied zijn gebieden aanwezig met hoge natuurwaarden. Ook verbindingszones die het gebied doorsnijden, bieden een leefgebied voor kwetsbare soorten. In deze gebieden komen soorten voor die, binnen Nederland gezien, niet algemeen voorkomen. Deze staan in de 'Lijst van alle soorten beschermd onder de Flora- en faunawet' en worden ingedeeld in tabellen (AMvB 2004 betreffende artikel 75 van de Flora- en faunawet).

Sommige beschermde soorten zijn echter minder strikt gebonden aan natuurgebieden, zoals vleermuizen. Vleermuizen en heikikker zijn bijzondere (groepen van) soorten die in het plangebied voorkomen

De nieuwe regelgeving op het gebied van flora en fauna heeft invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied. In het kader van de uitvoerbaarheid (artikel 9 van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening) van het bestemmingsplan moet, vanuit de zorgplicht uit de Flora- en faunawet, voldoende rekening zijn gehouden met alle flora en fauna. Dit betekent dat het duurzaam voortbestaan van deze beschermde soorten moet zijn verzekerd. Indien van bepaalde activiteiten negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhouding van deze soort(en), kan een ontwikkeling slechts worden toegestaan, als is vastgesteld dat voor de toe te laten ontwikkeling geen afwijking van de verboden van artikel 8 tot en met 12 van de Flora- en faunawet nodig is, of dat de afwijking waarschijnlijk kan worden verkregen. Daarvoor moet onder meer de aard van de toe te laten ontwikkeling een grond zijn voor het verlenen van de afwijking. De waarborging van de bescherming van deze soorten zal moeten worden doorvertaald in de regels en dient in het kader van het bestemmingsplan buitengebied nog nader te worden uitgewerkt.

Beschermde gebieden

Op circa 1,5 km -2 km afstand ligt het Natura 2000-gebied Veluwe. Ontwikkelingen in het plangebied mogen geen (significante) negatieve effecten hebben op dit gebied.

Hoofdstructuur

Het gebied op en rondom het landgoed 't Woudhuis is aangewezen als Ecologische Hoofdstructuur (natuur en verweving) langs het landgoed 't Woudhuis en de gemeentegrens ligt een ecologische verbindingszone. Een deel van het landgoed 't Woudhuis is ook aangewezen als natte natuur. Natte natuur ecosystemen zijn afhankelijk van veranderingen in de grondwatersituatie en oppervlaktewaterpeilen, Ter bescherming van de natte natuurwaarden zijn hydrologische beschermingsgebieden noodzakelijk voor waterafhankelijke landnatuur. Ook zijn gronden rondom het landgoed aangewezen als 'zeer kwetsbaar gebied (WAV).

Bedreigingen

Natuurgebieden en watergangen met natuurwaarden kunnen onder druk staan door:

- verdroging;

- verstoring (rust);

- versnippering;

- verontreiniging.

De (snel)wegen en de spoorlijnen die door het buitengebied lopen, dragen bij aan een zekere geluidsverstoring en barrièrewerking.

Door ontwikkelingen in de agrarische sector vinden in enkele gebieden ontwikkelingen plaats, zoals verbreding van de landbouw, schaalvergroting en intensivering van de bedrijven die wel doorgaan. Dit kan zorgen voor respectievelijk verrommeling van het landschap en een grotere ruimteclaim en daarmee een bedreiging voor het landschap/de landschapselementen.

Licht(uitstraling) kan een verstorende werking hebben op fauna (onder andere dag-nacht ritme, jachtgebieden van uilen en vleermuizen).

3.3.4 Ontwikkelingen

Om natuurwaarden te beschermen en te versterken is het noodzakelijk het netwerk van de Ecologische Hoofdstructuur te realiseren. Dit netwerk helpt te voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd raken.

Deze zorgen ervoor dat soorten in een gebied kunnen terugkeren als ze dreigen te verdwijnen. Ook zijn verbindingen gunstig voor de uitwisseling tussen verschillende groepen dieren.

Op basis van het MER blijkt dat er in alle gevallen een toename van stikstofdepositie is op WAV-gebieden buiten Natura 2000 ten opzichte van de huidige vergunde situatie na correctie op stalbezetting en de autonome ontwikkeling door te voldoen aan het Besluit huisvesting. In alle scenario's kan de toename van depositie op stikstofgevoelige vegetaties leiden tot achteruitgang van de kwaliteit van deze types. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op de consequenties van het MER.

Er is gebruik gemaakt van de gegevens van de Rapportage van het landschaps-ecologisch onderzoek in het gebied Beemte-Broekland-Woudhuis,k gemeente Apeldoorn, december 1994.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan

- verbetering van de ecologische dooradering, en een duurzame waterhuishouding;

- planologische bescherming van Ecologische Hoofdstructuur door een beschermende bestemming;

- overige natuurgebieden krijgen een planologische bescherming; hierbij moet rekening worden gehouden met de natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden en extensieve dagrecreatie;

- behoud van ecologisch of landschappelijk waardevolle landschapselementen;

- toetsing van ontwikkelingen/ruimtelijke ingrepen aan de soortbeescherming conform de Flora en Faunawet;

- de ontwikkeling van nieuwe natuur wordt gestimuleerd via flexibiliteitsbepalingen (wijzigingsbevoegdheid).