direct naar inhoud van 2.1 Europees beleid en rijksbeleid
Plan: Buitengebied Noord-Oost
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1044-ont2

2.1 Europees beleid en rijksbeleid

Het belangrijkste Europese beleid met ruimtelijke consequenties voor het plangebied is opgenomen in Natura 2000 met bijbehorende Vogel- en Habitatrichtlijn, het verdrag van Malta en de Kaderrichtlijn Water. Bij nieuwe ruimtelijke initiatieven dient (via het nationaal beleid) aan dit beleid gehoor te worden gegeven en te worden getoetst.

2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in AMvB Ruimte

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 en op de manier waarop zij hiermee om zal gaan. Daarmee biedt het een kader voor beslissingen die de Rijksoverheid in de periode tot 2028 wil nemen, om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving, waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.


De structuurvisie vervangt onder meer de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Mobiliteitsaanpak. Verschillende nationale belangen zijn opgenomen in de AMvB Ruimte. De AMvB Ruimte geeft onder meer regels voor de ligging van buisleidingen in verband met de buisleidingenstroken.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan

Ten aanzien van de nationale belangen wat betreft

- Buisleidingen;

- ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten;

- ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten;

zal worden aangesloten op de Structuurvisie en de AMvB Ruimte.

2.1.2 Flora- en faunawet en Natuurbeschermings- wet

De Flora- en faunawet biedt een integraal en samenhangend wettelijk kader voor de bescherming van dier- en plantensoorten. De Flora- en faunawet is de uitwerking van de soortbeschermingsonderdelen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Sinds 1 oktober 2005 is de gewijzigde Natuurbeschermingswet 2005 in werking getreden. Hierin wordt de bescherming geregeld van Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden) en beschermde natuurmonumenten. In het plangebied liggen geen Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden en ook geen beschermde natuurmonumenten. Het Vogel- en Habitatrichtlijngebied Veluwe ligt op afstand van het plangebied, op minimaal 1,5 km. Wel kan sprake zijn van externe werking, waarbij ingrepen in het plangebied gevolgen hebben voor het Natura2000-gebied.

Uitgangspunten voor het bestemmingsplan

Rekening houden met de eventuele externe werking van het Vogel- en Habitatrichtlijngebied en verstoring van flora en fauna, door bij de nieuwe ontwikkelingen de gevolgen inzichtelijk te maken. Ook bij recht kunnen bepaalde ontwikkelingen mogelijk zijn, die flora en fauna schaden, waarvoor de actuele situatie (waar komen zwaarder beschermde soorten voor) en mogelijke gevolgen in beeld moeten zijn gebracht.