direct naar inhoud van 1.6 Ambities korte en lange termijn
Plan: Buitengebied Noord-Oost
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1044-ont2

1.6 Ambities korte en lange termijn

BESTAANDE UITBREIDINGSMOGELIJKHEDEN (TIEN JAAR)

Het maken van onderscheid tussen de keuzes voor het bestemmingsplan en de keuzes voor de langere termijn zijn van wezenlijk belang. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is als uitgangspunt gehanteerd dat (legale) bestaande functies in beginsel worden gerespecteerd en een positieve bestemming krijgen. In gevallen waarbij op dit moment meerdere functies of belangen een rol spelen, is een nadere afweging gemaakt.

Op de plankaart is de bestaande situatie vastgelegd. Voor zover mogelijk en ruimtelijk aanvaardbaar, zijn tevens reeds voorziene ontwikkelingen meegenomen.

Naast het afwegen en vormgeven van een beleidsruimte voor bestaande functies, wordt het wenselijk gevonden in het bestemmingsplan (beheerslaag) ook richting te geven aan nieuwe ontwikkelingen. Zo bevatten de regelingen voor de bestaande functies de nodige flexibiliteit. Het uitgangspunt is dat het toekennen van een positieve bestemming met zich meebrengt dat een zekere uitbreidingsmogelijkheid moet worden geboden.

ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN VOOR DE LANGERE TERMIHJN (10 JAAR EN LANGER)

Naast deze vorm van flexibiliteit en uitbreidingsmogelijkheden bevat het bestemmingsplan een regeling voor de ontwikkelingen die als gevolg van een rijksbeleid en/of een provinciaal en regionaal of gemeentelijk beleid of particuliere initiatieven ruimte zullen moeten krijgen in het buitengebied.

Voornoemde ontwikkelingen zijn getoetst aan de visie op het plangebied. Dit beleid is uitgewerkt door middel van flexibiliteitsbepalingen (afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden), bijvoorbeeld in de vorm van voorwaarden in de bestemmingsregeling. Op deze wijze vormt het uitgewerkte beleid een toetsingskader voor deze ontwikkelingen.

Het betreft uitdrukkelijk geen grootschalige uitbreidingsplannen voor woningbouw, voorzieningen en infrastructuur. Dit vindt namelijk niet plaats binnen het plangebied.