direct naar inhoud van 7.1 Vooroverleg
Plan: Bestemmingsplan Kanaalzone - De Vlijt
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1039-vas1

7.1 Vooroverleg

Klankbordgroep

Voor het in de gemeente gangbare vooroverleg met belanghebbenden is een specifieke klankbordgroep samengesteld. Bij de samenstelling van deze klankbordgroep is aansluiting gezocht bij de Klankbordgroep Kanaalzone, waarin onder andere wijkraden en de bedrijvenkring participeren, en de Klankbordgroep De Grift.


Bij de opstelling van het voorontwerpbestemmingsplan is de Klankbordgroep opnieuw betrokken. Tevens worden er algemene informatiemomenten georganiseerd. Het bestemmingsplan kent in de tijd van de opstelling uiteraard de inspraakmomenten die voorvloeien uit de wet. De publicaties vinden plaats in Weekend-totaal.


Voorinspraak

Op 23 mei 2007 is het concept voorontwerpbestemmingsplan in het kader van de voorinspraak besproken met de klankbordgroep bestemmingsplan Kanaalzone - De Vlijt. Daarnaast is het concept besproken met een vertegenwoordiging van de farmaceutisch grondstoffenfabriek NV Organon ("Diosynth"-terrein).


Reacties zijn ontvangen van de Stichting werkgroep Milieuzorg Apeldoorn, buurtcommissie De Vlijt en N.V. Organon. De reacties zijn hieronder samengevat en van een beantwoording voorzien.


1. Brief Stichting werkgroep Milieuzorg Apeldoorn d.d. 7 juni 2007


a. De aanwezige bomen langs het aan te leggen jaagpad gelegen aan het kanaal dienen in het plan opgenomen te worden om zo de wandelroute aantrekkelijk te maken.


b. Dit geldt evenzo voor de bomen op en langs het fiets- en wandelpad langs de Van Aelstlaan en Van Heutszlaan en voor het geboomte ter hoogte van Marialust en het sportveld. Ook over de Edisonlaan heen is nog aantrekkelijk groen.


c. Het zijn niet alleen de bijzondere bomen die in belangrijke mate bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de nieuw te bouwen wijk. Hoe denkt de gemeente om te gaan met het aanwezige niet bijzondere maar sfeerbepalende groen? Hoe wordt omgegaan met bijvoorbeeld de hoogstam appelboom in de tuin van Kanaal Noord 103?


Beantwoording:

a. Voorafgaand aan de planvorming rondom het Jaagpad is het aanwezige groen worden geïnventariseerd. Het streven is om waardevolle boombeplanting zoveel mogelijk in te passen binnen de nog te ontwikkelen plannen. Dit omdat, zoals terecht wordt gesteld, het aanwezige groen bijdraagt aan de kwaliteiten en beleving van de toekomstige recreatieve route.


b. Ook hiervoor geldt dat zo omzichtig mogelijk te werk wordt gegaan met als inzet het waardevolle bomenbestand zo min mogelijk aan te tasten. Om de aanleg van de Grift mogelijk te maken is in het gedeelte tussen de Deventerstraat en Marialust selectief een aantal bomen gekapt. Deze worden weer één op één gecompenseerd in hetzelfde traject.Op het gedeelte Laan van Kerschoten en de Edisonlaan moesten meer bomen wijken voor de aanleg van de Grift. Ook zal er ten behoeve van de nieuwe woningbouw op de locatie van de sportvelden bomen moeten wijken voor de nieuwe ontwikkeling. Uitgangspunt hierbij is dat de bomen weer worden gecompenseerd binnen het gebied. Zo wordt de beekzone van de Grift als ecologische verbindingszone zwaar aangezet met bomen en worden er veel bomen geplant bij de nieuwe woningbouwontwikkeling zodat er een lommerrijke buurt kan ontstaan.Bij het gedeelte boven de Edisonlaan blijven de bomen zoveel mogelijk gespaard. Helaas moesten er delen worden gekapt om de aanleg van de Grift mogelijk te maken en vanwege een uit te voeren bodemsanering. Ook hier geldt dat met de aanleg van de Grift de zone weer zwaar wordt ingeplant met nieuwe bomen.


c. Zoals onder a. is aangegeven worden er voordat ontwikkelingen worden gestart altijd groeninventarisaties gemaakt zodat een goed beeld ontstaat welk groen van waarde is. Het streven is altijd om dit groen zoveel mogelijk in te passen binnen de te ontwikkelen plannen. De gemeente onderschrijft uw stelling dat het bestaande groen, mits het toekomst waarde heeft, wezenlijk bijdraagt aan de positieve beleving van een plangebied. De gemeentelijke invloed betreft met name het openbare gebied en daar waar op perceelsniveau tot herontwikkeling wordt overgegaan. Voor het kappen van bomen is de kapverordening van toepassing. Over bomen staande op particulier terrein heeft de gemeente, afgezien van de kapverordening, geen zeggenschap.


2. Mail van Buurtcommissie De Vlijt d.d. 15 juni 2007


a. Op blz. 45 van de plantoelichting staat de wijzigingsbevoegdheid beschreven. Graag wordt hier een clausule over de bouwhoogte gezien, waarvan het de bedoeling is dat deze aansluit bij de bestaande bebouwing en oploopt richting kanaal. Tevens kan verwezen worden in de tekst naar paragraaf 3.3.2. De wijzigingsbevoegdheid lijkt anders te ruim.


b. Op de plankaart zijn de bouwhoogtes van Kanaal Noord 101, 103 en 105 te laag aangegeven op 8/9 en 6/9. De bouwhoogte is echter 9/12.


c. Voor de locatie 'Kisjes' heeft de buurtcommissie in november 2006 al een alternatief voorstel ingediend. Om die mogelijkheid te kunnen benutten dient het bestemmingsplan daarvoor ruimte te bieden. Het verzoek is om de punt in zuidelijke richting te vergroten waardoor ook de huidige weg binnen het te bebouwen gebied komt. Dit voorkomt een latere herziening of wijziging.


Beantwoording:


a. De tekst van het voorschrift als ook de toelichting wordt op dit punt aangepast. Voor het overgangsgebied tussen de lintbebouwing aan de Vlijtseweg en de grootschalige geclusterde bouw langs het kanaal worden stadswoningen voorgestaan van maximaal drie woonlagen hoog.


b. De aangeven hoogtes op de plankaart van de panden Kanaal Noord 101, 103 en 105 worden verhoogd naar 9/12.


c. In de Structuurschets Kanaalzone is voor het perceel 'Kisjes' een suggestieve bebouwing ingetekend. Dit betekent dat pas bij uitwerking de exacte situering en de bebouwingsmassa worden bepaald. Uitwerking is thans (nog) niet aan de orde. Mocht dit gaan spelen, dan zal in een vroeg stadium met de buurtcommissie worden gecommuniceerd.


3. Brief van Akzo Nobel Chemicals B.V. namens Diosynth Apeldoorn BV en NV Organon d.d. 2 juli 2007.


a. Diosynth Apeldoorn BV is eigenaar en NV Organon is gebruiker van het perceel Vlijtseweg 100 - 104, Vlijtseweg 118 en Vlijtseweg 130. Door NV Organon en niet door Diosynth BV wordt op deze locatie grondstoffen voor de farmaceutische industrie geproduceerd.


b. Ten onrechte wordt het Diosynth terrein in twee verschillende milieucategorieën ingedeeld, waarbij de grens tussen beide bestemmingen dwars door het terrein blijkt te lopen. Sprake is van een aanzienlijke beperking van de gebruiksmogelijkheden en daarmee de bedrijfsvoering door Organon. Een wijziging c.q. herschikking van de bedrijfsactiviteiten zal hierdoor vrijwel onmogelijk worden.


c. Het gehele Diosynthterrein, inclusief het Grada-terrein, dient een categorie 4B bestemming te krijgen. Volgens de Staat van Inrichtingen valt het farmaceutisch bedrijf van Organon onder SBI-code 2441 met een darbij behorende milieucontour van 300 meter. Deze contour dient in beginsel aangehouden te worden om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van milieugevoelige bestemmingen te garanderen. Niet gemotiveerd wordt waarom in afwijking van de VNG-standaard in indeling plaatsvindt in categorie 3B en zelfs in categorie 2B.


d. Omdat de bedrijfsvoering van Organon de afgelopen 15 jaar aanzienlijk is verbeterd op het gebied van geur, geluid en externe veiligheid zou volstaan kunnen worden met een zone van 200 meter. Een dergelijke zone stelt een ongestoorde bedrijfsvoering - met het oog op eventuele toekomstige wijzigingen - veilig en voorkomt mogelijke conflictsituaties met bewoners/gebruikers van omliggende gronden.Een door de gemeente voorgestelde afstand van 100 meter tussen bedrijf en milieugevoelige bestemmingen is een ontoelaatbare beperking en valt niet te rechtvaardigen. Het bedrijf komt hierdoor in een strak keurslijf hetgeen de bedrijfsvoering op termijn in gevaar brengt. Er is geen ruimte voor noodzakelijke wijzigingen en uitbreidingen. Dat is strijdig met het in het concept-voorontwerpbestemmingsplan genoemde uitgangspunt (pag. 3) dat bedrijfsterreinen die nog niet aan omvorming toe zijn "een passende bestemming voor de komende 10 jaar krijgen, waarin een goede bedrijfsvoering mogelijk blijft".


e. Op blz. 32 van het conceptplan staat dat de beoordeling van bedrijven o.a. is gebeurd op basis van in 2003 door Witteveen & Bos gemaakte inventarisatie en een overzicht van de rechten volgens de vigerende bestemmingsplannen. In het huidige bestemmingsplan heeft het gehele terrein van Diosynth, inclusief het Grada-terrein, de bestemming "Bedrijfsgebied C" met een bijbehorende milieuzone van 250 meter. Door Witteveen & Bos (bijlage 6) is bovendien op basis van externe veiligheid een contour van 250 meter voorgesteld.


f. In het concept-plan worden de ontwikkelgebieden Sportvelden en De Vlijt 1 aangemerkt als gemengd gebied, waardoor de richtafstand kan worden teruggebracht met één afstandsstap. De opmerking op pagina 32 dat "de reductie van de richtafstanden niet leidt tot een lager beschermingsniveau voor gevaar, omdat de activiteiten waar gevaar maatgevend is vrijwel altijd onder de specifieke regelgeving vallen" wordt niet begrepen. Op welke regelgeving wordt gedoeld en waarom geldt dit alleen voor gevaar en niet voor andere hinderaspecten?


Beantwoording:


a. In de plantoelichting zal de juiste naamstelling en vermelding van het bedrijf en de locatie worden opgenomen.


b. Eén van de doelstellingen van het bestemmingsplan is het actualiseren van de huidige (bedrijfs-bestemmingsregeling. Het bestemmingsplan beoogt niet vooruit te lopen op eventuele toekomstige bedrijfsontwikkelingen. Daar waar het bestemmingsplan wel rekening houdt met toekomstige ontwikkelingen betreft het die ontwikkelingen waarvan de basis te vinden is in de structuurschets Kanaalzone. In het concept-voorontwerpbestemmingsplan wordt voor het Diosynth-terrein inderdaad uitgegaan van een indeling in een tweetal bedrijfscategorieën te weten categorie 2 en 3B (tegenwoordig aangeduid: 3.2) met een daarbijbehorende afstand t.o.v. milieugevoelige bestemmingen van 30 respectievelijk 100 meter. Deze indeling is gebaseerd op de feitelijk aanwezige informatie afkomstig uit de diverse milieurapporten behorende bij de aanvraag om milieuvergunning die op medio 2007 is ingediend. Het deel van de Diosynth-terrein waar het kantoorgebouw is gesitueerd, heeft een passende milieucategorie 2 verkregen.


c. De Staat van Inrichtingen behorende tot de VNG-nota "Bedrijven en milieuzonering" kan als leidraad dienen bij de bepaling van de toelaatbaarheid van bedrijven ten opzichte van omgevingstypen en factoren. De in deze nota opgenomen basiszoneringslijst heeft een globaal en indicatief karakter en dient nader te worden toegesneden op het plangebied.Omdat hier sprake is van een bestaand bedrijfsgebied is bij het ontwerpen van het plan uitgegaan van de reële afstand tussen de bedrijfsbestemming(en) en een milieugevoelige functie (wonen). Vervolgens is bepaald in welk omgevingstype de milieugevoelige functie van toepassing is, waarna een correctie kan worden toegepast op de toelaatbare hinder. In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan en de wijzigingsmogelijkheid die hierin is opgenomen, is onderzoek gedaan naar het bedrijf Organon maar ook naar alle overige bedrijven in het plangebied. Dit onderzoek heeft ten doel gehad om de reële (feitelijke) afstanden tussen bedrijven en gevoelige functies in kaart te brengen. Aan de hand van de grootste vastgestelde hinderafstand heeft een indeling in een milieucategorie plaatsgevonden. In het geval van Organon kan voor het productiegedeelte volstaan worden met een grootste afstand van 100 meter (zijnde categorie 3.2) die geldt ten aanzien van alle hinderaspecten.


d. Mocht het bedrijf willen uitbreiden, dan is een aanpassing van de Wm-vergunning noodzakelijk. Alsdan zal beoordeeld of de voorgenomen nieuwe activiteit of uitbreiding in relatie tot de omgeving vergund kan worden. Binnen dat deel van het Diosynth-terrein waar categorie 3.2 geldt, staat het bedrijf vrij om activiteiten uit te voeren waarbij ten aanzien van alle hinderaspecten de afstand ten hoogste 100 meter mag bedragen. Hiermee is geen sprake van een ontoelaatbare en onevenredige beperking.


I. Thans geldt op basis van het bestemmingsplan De Vlijt inderdaad de bestemming "Bedrijfsgebied-C". In de plantoelichting (Uitgangspunten voor het werkgebied) staat vermeld dat de gemeente Apeldoorn bij de bestemming Bedrijfsgebied een standaardindeling hanteert. In het geval sprake is van de bestemming "Bedrijfsgebied-C" zijn bedrijven toelaatbaar op ca. 250 meter van de dichtstbijzijnde woning in een woonwijk. Gronden met de bestemming "Bedrijfsgebied-C" zijn volgens artikel 2.6 van de planvoorschriften bestemd voor bedrijfsdoeleinden t.b.v. productie-, handels- en verzorgende bedrijven, niet zijnde detailhandelsbedrijven. Niet toegestaan zijn bedrijven en inrichtingen welke vanwege hun productieproces of vanwege hun constructie, inrichting en gebruik gevaar, schade of hinder kunnen toebrengen aan het woonklimaat.


Deze verbodsbepaling is van toepassing op het bedrijf Organon. Bij wijze van uitzondering op de bestemming wordt het bedrijf op het perceel Vlijtseweg 130 toegestaan een chemisch-farmaceutische industrie gevestigd te hebben. Het ontlenen van een afstandsmaat te ontlenen aan de algemene regeling (zijnde 250 meter) in een geval waarin sprake is van een uitzonderingspositie gaat niet op.


Het Witteveen & Bos Bedrijvenonderzoek dateert uit 2003. Deze eerste inventarisatie van de aanwezige bedrijven heeft plaatsgevonden aan de hand van dossieronderzoek en kent een globaal karakter. In het rapport wordt over externe veiligheid opgemerkt dat nader onderzoek noodzakelijk is.


Op basis van deze 1ste inventarisatie is voor een aantal bedrijven een verdiepingsslag gemaakt met als doel de feitelijke milieucirkels exact in kaart te brengen. Voor het bedrijf Organon zijn de rapporten behorende bij de wm-vergunningaanvraag bepalend geweest voor het bepalen van de feitelijke afstanden en daarmee de indeling in milieucategorie.


Dit verklaart de verfijning ten opzichte van de bevindingen uit het Witteveen & Bos rapport. Witteveen & Bos stelt dat indien een integrale QRA (kwantitatieve risico-analyse) wordt uitgevoerd, de contour nauwkeurig kan worden bepaald. Feitelijk is dit gebeurd door het verrichten van een specifiek onderzoek naar gevaar als onderdeel van de wm-vergunning.


e. De plantoelichting was op dit punt niet duidelijk en is aangepast. De specifieke regelgeving waarop wordt gedoeld, is het Bevi en het Vuurwerkbesluit. De regelgeving met betrekking tot externe veiligheid en vuurwerk stelt rechtstreeks eisen aan te hanteren afstanden tot woningen en andere kwetsbare objecten in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. Voor Bevi-inrichtingen is daarnaast onderzoek naar het groepsrisico in het invloedsgebied rondom de inrichting nodig. Anders dan bijvoorbeeld bij geur betreft het hier specifieke regelgeving. Binnen het geheel aan hinderaspecten is het aspect gevaar toch als een aparte - eigen - grootheid te beschouwen, daar waar in een gemengd gebied de omstandigheid van bijvoorbeeld een fractie meer geluid of stof in het algemeen (binnen het redelijke) als aanvaardbaar kan worden beschouwd.