direct naar inhoud van 6.3 De regels
Plan: Bestemmingsplan Stadhoudersmolenweg kavels 9-10-17
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1091-ont1

6.3 De regels

6.3.1 Inleidende regels

Hoofdstuk 1 van de regels geeft de inleidende tekst. Het betreft de begripsregels, waarin de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd, en de wijze van meten en berekenen.

De bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de plankaart. Samen geeft dit de regels voor gebruik en bebouwing van de grond.

6.3.2 Regels omtrent gebruik en bebouwing van de grond

Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels, waarin regels staan voor gebruik en bebouwing van de grond.

Uitgegaan wordt van de bestemming Bedrijventerrein als vervanging van de in het bestemmingsplan Noordoostpoort aangeduide verouderde bestemming Bedrijfsdoeleinden. Op de gronden met de bestemming Bedrijventerrein zijn bedrijven toegestaan in de categorieën 1 t/m 3.2. Geluidzoneringsplichtige inrichtingen en risicovolle inrichtingen zijn uitgesloten. Door middel van ontheffing kan nieuwvestiging van risicovolle inrichtingen worden toegestaan. Daarnaast zijn ontsluitingen in de vorm van paden, wegen alsmede groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en tuinen toegestaan. Detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit, net als detailhandel in de vorm van postorderactiviteiten en/of verkoop via internet en detailhandel in auto’s, motoren, boten, caravans en machinerieën ten behoeve van bedrijven.

Naast deze basisbedrijfsbestemming worden via de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - handel in bestratingsmaterialen, natuursteen, wand- en vloertegels en tuinmaterialen' de detailhandelsactiviteiten van de bedrijven Wassink Outdoor (buitenshuis) en Wassink Indoor (binnenshuis) als toe te laten onderdelen van het bestratings- en natuursteenbedrijf op de plankaart en in de regels verwerkt. De detailhandelsactiviteiten worden als uitzondering op het algemene detailsverbod toegestaan om te benadrukken dat detailhandel in beginsel niet thuis hoort op een bedrijventerrein (dus slechts bij uitzondering). Door de specifieke bestemmings- en activiteitenomschrijving wordt vestiging van andere vormen van (grootschalige en/of perifere) detailhandel uitgesloten.

In artikel 1 Begrippen wordt gedefinieerd welke activiteiten mogelijk zijn:

Handel in bestratingsmaterialen, natuursteen, wand- en vloertegels en tuinmaterialen.

Groot- en detailhandel in (basisassortiment):


1. Outdoor materialen (buitenshuis)

a. bestratingsmaterialen, natuursteen, bouwmaterialen ten behoeve van tuin en metselstenen, grond- weg en waterbouwmaterialen alsmede hulpstoffen en hulpmiddelen om eerdergenoemde materialen te verwerken;


b. tuinmaterialen, waaronder wordt verstaan vijver- en fonteinmateriaal (waterbakken, pompen, borrelstenen, roosters, vijvers en fonteinen etc.), tuinornamenten, tuinhout, blokhutten, kasjes, serres, schuttingen en erfafscheidingen, tuingereedschappen, barbecue-artikelen, vuurpotten, tuinmeubelen, tuinverlichting, terrasaankleding en bonsaibomen;


2. Indoor materialen (binnenshuis)

natuursteen, wand- en vloertegels en toebehoren zoals verwerkings en onderhoudsproducten en accessoires.

Onder aanvullend assortiment wordt verstaan groot- en detailhandel in:

blokhutten, kasjes, serres, schuttingen en erfafscheidingen, tuingereedschappen, vuurpotten, tuinmeubelen, terrasaankleding en bonsaibomen.

Onderscheid wordt gemaakt tussen het basisassortiment en het aanvullend assortiment niet alleen in producten maar ook in omvang. In de bestemming 'Bedrijventerrein' is bepaald dat het aanvullend assortiment ten hoogte 15 % van de verkoopoppervlakte mag beslaan. Een ontheffingsmogelijkheid is opgenomen voor te voeren assortiment dat niet in de begripsomschrijving is opgenomen. Voorwaarde is wel ondermeer dat door het verlenen van een ontheffing de detailhandelsstructuur van Apeldoorn niet ontwricht mag worden.

Wat betreft de basisbedrijfsbestemming kunnen door middel van het verlenen van een ontheffing ook bedrijven die niet voorkomen op de Lijst en bedrijven uit een hogere categorie dan bij recht is toegestaan worden toegelaten, mits ze naar aard en invloed op hun omgeving vergelijkbaar zijn met de bij recht toegestane bedrijven. In de daartoe opgenomen procedure van ontheffing kan worden bezien of de benodigde hinderbeperkende maatregelen mogelijk zijn (bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe technieken). Criterium voor het verlenen van ontheffing is in dit geval dat de hinder die resulteert na het nemen van maatregelen niet groter is dan van de ter plekke wel bij recht toegelaten bedrijven zou kunnen worden verwacht.


Voor de maatvoering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde is per bestemming een bebouwingsschema opgenomen. In de bebouwingsschema's staan de maatvoeringsaspecten die voor die specifieke bestemming gelden.

6.3.3 Algemene regels en overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 3 (Algemene regels) zijn regels opgenomen die gelden voor alle bestemmingen. In artikel 5 zijn bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. In artikel 6 staan de algemene gebruiksregels. Hierin is beschreven welke vormen van gebruik in ieder geval gelden als gebruik in strijd met de bestemming en daarmee onder het gebruiksverbod van artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening vallen.

In artikel 9 staan de procedureregels die bij ontheffing en nadere eisen in acht genomen moeten worden. Artikel 10 tenslotte geeft aan welke regeling geldt wanneer wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen en plannen. De overige artikelen bevatten bekende regels die geen nadere bespreking behoeven.

Hoofdstuk 4 bevat tot slot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik en de titel van het bestemmingsplan.