direct naar inhoud van 2.5 Detailhandelsvisie
Plan: Bestemmingsplan Stadhoudersmolenweg kavels 9-10-17
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1091-ont1

2.5 Detailhandelsvisie

In 2003 is de Detailhandelsvisie 'Een boodschap voor iedereen' vastgesteld. Het belangrijkste doel van de detailhandelsvisie is te komen tot een sterke en evenwichtige detailhandelsstructuur, zowel vanuit het oogpunt van de consument (het verzorgingsniveau) als vanuit de optiek van het bedrijfsleven (het economische functioneren). De visie beoogt daarmee het bepalende beleid te zijn voor de uitwerking van (deel)plannen op wijk- en buurtniveau en voor het opstellen en wijzigen van bestemmingsplannen. Verder is de visie het toetsingskader voor, onder meer door de markt, ingediende plannen.

In de nota is een aantal uitgangspunten geformuleerd. Essentie is dat binnen de mogelijkheden die de gemeentelijke overheid daarvoor heeft, wordt gekozen voor het handhaven en versterken van een fijnmazige structuur van de detailhandel op buurtniveau in plaats van deze op te heffen ofwel opschaling. Dit betekent het behoud van winkelcentra op buurtniveau.

Op basis van de kaderstellende uitgangspunten, aandachtspunten en een (indicatieve) berekening van de potentiële marktruimte kan per stadsdeel een dagelijkse voorzieningenstructuur op hoofdlijnen worden opgesteld. Voor het betreffende plangebied is geen specifiek detailhandelsbeleid vastgesteld. Wel zijn er algemene kaders voor detailhandelsontwikkelingen, die relevant zijn:

  • detailhandel zoveel mogelijk concentreren in het centrum dan wel in de wijk-, buurt-, en dorpscentra, afhankelijk van de verzorgingsfunctie van de betreffende detailhandel.
  • Een uitzondering hierop vormt de zogenoemde PDV-branches, winkels die door de aard van de goederen minder goed passen in de reguliere winkelgebieden. Het betreft dan grove bouwmaterialen, brand- en explosiegevaarlijke stoffen, auto's, boten, caravans, tuincentra, bouwmarkten en detailhandel in woninginrichting, meubelen, keukens & sanitair, fietsen.
  • Voor de meeste van deze PDV-branches zijn specifieke locaties aangewezen in het vigerende detailhandelsbeleid. Het plangebied valt daar echter niet onder.

In het nieuwe beleidskader “Perifere en Grootschalige detailhandel – herijking van beleid, januari 2010” wordt het genoemde beleidskader licht gewijzigd. Opnieuw zijn gebieden aangewezen waar volumineuze detailhandel een plaats kan krijgen in de vorm van clusters. Stadhoudersmolen is niet één van die clusters, waardoor ontwikkeling van volumineuze detailhandel hier niet aan de orde is. Slechts voor de eventuele vestiging van een solitaire bouwmarkt wordt – vanuit het voorgestane spreidingsbeleid – mogelijkheid geboden eventueel in het gebied Apeldoorn-Noord een vestiging toe te staan. Dit moet dan binnen de totale gebiedsontwikkeling worden afgewogen en moet onderbouwd worden met een distributie-planologisch onderzoek (DPO). Gelet op de aanwezigheid van de Karwei in deze zone (noord) en de zeer beperkte marktruimte is het niet gewenst om vestiging van een nieuwe bouwmarkt mogelijk te maken binnen dit plangebied.

Inpassing naar aard en schaal

Het detailhandelsbeleid gaat uit van sterke winkelclusters en de inpassing van winkels op de juiste locatie, door onder andere te kijken naar de aard en schaal van het betreffende bedrijf. Dit betekent dat er altijd bedrijven zullen zijn die door hun aard en schaal moeilijk inpasbaar zijn binnen reguliere clusters.

Het bedrijf Wassink handelt in bestratingsmaterialen en natuursteen. Een dergelijk bedrijf dat zich bezighoudt met grove bouwmaterialen heeft over het algemeen een dermate groot ruimtebeslag, gecombineerd met een specifieke aan- en afvoerlogistiek, dat de inpasbaarheid in en synergie met reguliere detailhandel lastig respectievelijk zeer gering is. Daarnaast trekt het bedrijf een zeer specifiek en doelgericht koopgedrag aan (geen vergelijkend winkelen, zeer doelbewust en veelal als vaste klant). Dit betekent dat voor dit type functies een uitzondering gemaakt kan worden, zonder dat dit het detailhandelsbeleid aantast.

Het faciliteren van de detailhandelsactiviteiten van de bedrijfsonderdelen Wassink Outdoor en Wassink Indoor vraagt echter wel een goede bestemming, om te voorkomen dat – bij een eventueel vertrek – andere vormen van detailhandel de locatie gaan betrekken. Hoe dit in het bestemmingsplan geregeld wordt, is opgenomen in het hoofdstuk Juridische Planopzet toegelicht.