direct naar inhoud van 3.3 Natuurwaarden
Plan: Bestemmingsplan Kanaaloevers Haven Centrum herstelplan
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1074-ont1

3.3 Natuurwaarden

3.3.1 Algemeen

Bescherming van natuurwaarden vindt plaats via de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet, de Boswet en de provinciale richtlijn voor Bos- en natuurcompensatie.

Soortbescherming

Op grond van de Flora- en faunawet is iedere handeling verboden die schade kan toebrengen aan de op grond van de wet beschermde planten en dieren en/of hun leefgebied. Op grond van artikel 75 van de wet kan ontheffing van het verbod worden verleend en op grond van de ex artikel 75 vastgestelde AmvB gelden enkele ontheffingen van het verbod. Het systeem werkt als volgt:

  • algemene soorten
    Voor de (met name genoemde) algemene soorten geldt (onder andere) voor activiteiten die zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing van het verbod.
  • overige soorten
    Voor de overige (met name genoemde) soorten geldt (onder andere) voor activiteiten die zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing van het verbod, mits die activiteiten worden uitgevoerd op basis van een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Wanneer er geen (goedgekeurde) gedragscode is, is voor die soorten een ontheffing nodig; de ontheffingsaanvraag wordt voor deze soorten getoetst aan het criterium 'doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort'.
  • soorten bijlage IV Habitatrichtlijn/bijlage 1 AmvB
    Voor de soorten die zijn genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en bijlage 1 van de AmvB artikel 75 is voor activiteiten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling een ontheffing nodig. De ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria:
    • 1. er is sprake van een in of bij de wet genoemd belang (daaronder valt de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling); en
    • 2. er is geen alternatief; en
    • 3. doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort.

Vogels vormen een aparte groep: activiteiten die verstorend zijn gedurende de broedperiode van voorkomende broedvogels zijn niet toegestaan; een ontheffingsmogelijkheid ontbreekt dan ook. Daarnaast is voor aantasting van vaste verblijfplaatsen van vogels (nesten die jaarlijks terugkerend worden bezocht) buiten de broedperiode een ontheffingsprocedure van belang.

3.3.2 Onderzoeksresultaten

Gezien het stedelijke karakter van het plangebied zijn de natuurwaarden beperkt. De soorten die er voor kunnen komen beperken zich tot de algemene soorten, waarvoor volgens de Flora- en Faunawet een algemene vrijstelling geldt. Mogelijke uitzondering daarop zijn vleermuissoorten. Waarnemingen in de omgeving zijn echter beperkt tot foeragerende soorten (watervleermuis, dwergvleermuis), indicaties voor vaste verblijfsplaatsen zijn niet geconstateerd. Het is derhalve niet nodig specifieke maatregelen voor vleermuizen te treffen.

Op grond hiervan is te concluderen dat de ontwikkeling ter plekke niet in strijd zal zijn met de natuurwetgeving. Wel geldt de zogenaamde zorgplicht, dat wil zeggen dat bij (bouw)activiteiten ter plekke voldoende zorg in acht wordt genomen voor de eventueel voorkomende soorten. Dit houdt bijvoorbeeld in dat wanneer er broedende soorten voorkomen er buiten het broedseizoen wordt gewerkt dan wel dat vooraf wordt voorkomen dat er broedgevallen optreden.