direct naar inhoud van 2.2 Reconstructieplan Veluwe
Plan: Bestemmingsplan Deventerstraat 649 Beemte Broekland
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1069-vas1

2.2 Reconstructieplan Veluwe

In Gelderland zijn in 2005 reconstructieplannen opgesteld die de toekomst van het platteland vormgeven. Dat is gebeurd in drie reconstructiegebieden. Een van deze gebieden is de Veluwe.

Het reconstructieplan Veluwe is nodig om de problemen die op het platteland spelen te kunnen aanpakken. In delen van het landelijk gebied zitten de (intensieve) landbouw, wonen, werken, recreatie natuur en landschap elkaar te vaak in de weg. Het gevolg is dat vooral economisch belangrijke sectoren als landbouw en recreatie zich niet genoeg kunnen ontwikkelen en de kwaliteit van natuur, landschap en water te weinig verbetert.

Dit heeft grote gevolgen voor de leefbaarheid en vitaliteit van het platteland. In het reconstructieplan worden de functies bijna opnieuw over de gebieden verdeeld en nieuwe ontwikkelmogelijkheden gestimuleerd. Een aantal onderdelen uit het reconstructieplan zijn en worden rechtstreeks overgenomen in het Streekplan en de bestemmingsplannen.
Een belangrijk onderdeel van het reconstructieplan is de zonering. Gebieden hebben een bepaalde bestemming gekregen:

  • gebieden waar landbouw voorrang krijgt (landbouwontwikkelingsgebieden)
  • gebieden waar de natuur voorrang krijgt (extensiveringsgebieden)
  • gebieden waar verschillende functies naast elkaar bestaan (verwevingsgebieden).

Het plangebied maakt onderdeel uit van een verwevingsgebied. Bouwvlakken voor bedrijven met intensieve veehouderij mogen, voor het deel dat gebruikt wordt voor intensieve veehouderij, maximaal één hectare groot worden. Bestaande bouwvlakken die groter zijn dan één hectare worden gerespecteerd. Uitbreiding van een bouwvlak naar een oppervlak van meer dan één hectare is alleen aanvaardbaar als dat noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan wettelijke eisen op het gebied van dierenwelzijn en vetinaire gezondheid. Voor grondgebonden (gedeeltes van) bedrijven gelden deze beperkingen in principe niet. Bij uitbreidingen dient altijd rekening te worden gehouden met de gebiedskwaliteiten, de bestaande, ruimtelijke en milieuhygiënische randvoorwaarden en de geldende overige wet- en regelgeving.