direct naar inhoud van 6.3 Bestemmingen
Plan: Bestemmingsplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1063-von2

6.3 Bestemmingen

Agrarisch


T o e k e n n e n b o u w v l a k k e n

De bestaande agrarische bedrijven die beschikken over een milieuvergunning of vallen onder een AMvB hebben op de verbeelding een bouwvlak gekregen. Daarbij is in beginsel het bouwvlak uit het geldende bestemmingsplan overgenomen. Voor deze bouwvlakken geldt geen bebouwingspercentage.

De agrarische bedrijven zijn bestemd voor zowel grondgebonden landbouw als voor intensieve veehouderij. Het landbouwontwikkelingsgebied is primair bedoeld voor de ontwikkeling van de intensieve veehouderij, maar dat sluit niet uit dat ook de bestaande grondgebonden bedrijven zich in dit gebied moeten kunnen ontwikkelen.

De twee bestaande paardenhouderijen in de gemeente Epe hebben ook een agrarisch bouwvlak gekregen. Aan deze bouwvlakken is tevens de aanduiding "paardenhouderij" toegekend, waardoor deze mede zijn bestemd voor paardenhouderij.


N e v e n a c t i v i t e i t e n

Nevenactiviteiten zijn toegestaan tot maximaal 25% van het bebouwde oppervlakte met een maximum van 350 m2. Verblijfsfuncties worden niet toegestaan gelet op het potentieel beperkende karakter daarvan voor omliggende agrarische bedrijven (Wet geurhinder en veehouderij).


In Epe is er in een aantal gevallen sprake van bestaande nevenactiviteiten, die ook al in het geldende bestemmingsplan waren geregeld. Deze zijn overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Deze hebben de aanduiding specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit gekregen. In de planregels is daarbij per adres aangegeven welke nevenfunctie is toegestaan en tot welke oppervlakte.


B e d r i j f s w o n i n g e n

Per agrarisch bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan. Daar waar er twee agrarische bedrijfswoningen zijn toegestaan, is dit aangegeven door middel van de aanduiding "maximum aantal wooneenheden": 2.

In de gemeente Apeldoorn is op een aantal plaatsen sprake van bewoning van een bedrijfswoning door twee gezinnen. In die gevallen zijn hiervoor gedoogbesluiten genomen op basis van de Nota selectief pardon uit juni 1993. De betreffende situaties zijn op de verbeelding aangeduid als 'specifieke vorm van wonen - dependance'. De inwoningssituatie wordt daarmee toegestaan, maar formele splitsing is niet toegestaan. In planologisch opzicht blijft er sprake van één woning. Ook leidt de aanduiding niet tot extra bouwmogelijkheden. De dependance blijft dus juridisch onderdeel van de hoofdwoning.

Woningsplitsing (splitsing van de bedrijfswoning in twee zelfstandige wooneenheden is onder voorwaarden mogelijk. Hiervoor is een algemene bouwregel in de planregels opgenomen (art. 12.3).


In het plan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor een tweede agrarische bedrijfswoning, hoewel de huidige moderne bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf een tweede bedrijfswoning steeds minder noodzakelijk maakt. Een belangrijke voorwaarde zal zijn, dat moet worden aangetoond dat de tweede woning noodzakelijk is voor het toezicht om de aanwezige levende have.


N i e u w v e s t i g i n g e n v e r g r o t i n g t o t 3 h a

Overeenkomstig het Gebiedsplan worden er in het bestemmingsplan op acht locaties de mogelijkheid geboden om uit te kunnen groeien tot 3 ha (met een bebouwingspercentage van 60%). Dit kunnen locaties op maagdelijke grond zijn, maar ook doorgroei- of hervestigingslocaties (dat wil zeggen ter plaatse van bestaande agrarische bedrijven of bestaande woningen). Vijf locaties kunnen liggen in de gemeente Epe en drie in de gemeente Apeldoorn.

Op vier locaties langs de Bokkerijweg en Weteringdijk zijn daarvoor alle concrete bedrijven in beeld (zie § 5.2). Daarom zijn op deze locaties bouwvlakken van 3 ha op de verbeelding opgenomen. Op één perceel aan de Bokkerijweg is een bouwvlak van minder dan 3 ha opgenomen. Het bouwvlak moet in omvang worden beperkt door de aanwezigheid van een dassenburcht op een naastgelegen perceel. De bebouwingsmogelijkheid komt overeen met de bebouwingsmogelijkheden op de overige, op de verbeelding opgenomen locaties.

Daarnaast is er één bedrijf, die zijn bedrijf wil verplaatsen naar twee locaties aan de Bloemenkamp in de gemeente Apeldoorn. Binnen het kader van het Gebiedsplan zijn daartoe twee bouwvlakken op de verbeelding opgenomen (één van 1,5 ha en één van 3 ha).

Er kan derhalve nog één 3 ha bedrijf in Epe en twee 3 ha bedrijven in Apeldoorn worden toegevoegd. In lijn met het Gebiedsplan mag dit in Apeldoorn maximaal een bedrijf op maagdelijke grond zijn.

Hiertoe is een wijzigingsbevoegdheid in de planregels opgenomen voor het leggen van een nieuw bouwvlak of vergroting van bestaande bouwvlakken (of omzetting van een woonbestemming in een agrarisch bouwvlak) tot 3 ha. Daarbij is als criterium opgenomen dat het totaal aantal van "3 ha - bouwvlakken" niet groter mag zijn dan acht in het hele LOG. Dit aantal is te motiveren vanuit de ruimtelijke impact van deze ontwikkeling. Een groter aantal is op een ruimtelijk verantwoorde manier niet meer in te passen in dit gebied.

Daarnaast is in de wijzigingsbevoegdheid de eis opgenomen dat minimaal 100 m afstand moet worden aangehouden tot omliggende bestemmingen. Dat wil zeggen dat de afstand tussen het nieuwe bouwvlak en de grens van omliggende bestemmingen (ofwel een bouwvlak of de bestemmingsgrens van een woonbestemming) minimaal 100 m moet bedragen.

Tevens zal het nieuwe bedrijf zorgvuldig landschappelijk ingepast moeten worden. Hierbij vindt toetsing plaats aan het beeldkwaliteitsplan.


W i j z i g i n g v e r g r o t i n g a g r a r i s c h e b o u w v l a k k e n

Voor het vergroten van de bestaande agrarische bedrijven is een wijzigingsbevoegdheid in het plan opgenomen waarbij een bouwvlak kan worden vergroot tot maximaal 1,5 ha (voor zowel een intensieve veehouderij als een grondgebonden bedrijf). Voorwaarden zijn onder meer dat het vergrote gedeelte van het bouwvlak zorgvuldig landschappelijk moet worden ingepast (toetsing aan beeldkwaliteitsplan) en een aan te houden minimale afstand tot omliggende bestemmingen van 100 m.


Fu n c t i e v e r a n d e r i n g

Gelet op de doelstelling van het LOG is functieverandering naar wonen of niet-agrarische bedrijvigheid niet toegestaan in het LOG.


W o n e n

Burgerwoningen krijgen een bestemming Wonen met een bestemmingsvlak. In een aantal gevallen betreft dit voormalige agrarische bedrijven, die geen milieuvergunning (meer) hebben of niet meer vallen onder een AMvB. Woningen dienen binnen het bestemmingsvlak te worden gebouwd.

De bestemmingsvlakken zijn op maat toegekend. De geldende bestemmingsvlakken, alsmede de huidige situatie op basis van de meest recente luchtfoto zijn hiervoor maatgevend.

Woningsplitsing (splitsing van de woning in twee zelfstandige wooneenheden is onder voorwaarden mogelijk. Hiervoor is een algemene bouwregel in de planregels opgenomen (art. 12.3).


In de gemeente Epe is er in een aantal gevallen sprake van bestaande nevenactiviteiten, die ook al in het geldende bestemmingsplan waren geregeld. Deze zijn overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Deze hebben de aanduiding "specifieke vorm van wonen - activiteit" gekregen. In de planregels is daarbij per adres aangegeven welke nevenfunctie is toegestaan en tot welke oppervlakte. Ook in Apeldoorn komt een dergelijke nevenactiviteit voor. Deze heeft de aanduiding 'caravanstalling' gekregen.


S p e c i f i e k e r e g e l i n g e n E p e

Om het plan zo goed mogelijk te laten aansluiten bij het bestemmingsplan voor het overig buitengebied, zijn in de regels voor de gemeente Epe enkele specifieke regels toegevoegd. Dit betreft een vertaling van het gemeentelijke paardenbakkenbeleid (art. 15.1, sub g) en de regeling voor mantelzorg (art. 15.1, sub h).

Dergelijke specifieke regelingen zijn in de regels vet en cursief weergegeven, waarmee is aangegeven dat ze in de gemeente Epe van toepassing zijn en voorrang hebben op andere regelingen in het bestemmingsplan.


V e r k e e r e n W a t e r

De bestaande wegen in het gebied hebben de bestemming Verkeer gekregen. Om eventueel noodzakelijke verbreding van de Bokkerijweg en (eventueel) Geerstraat en/of Weteringdijk met een vrijliggend fietspad of passeerhavens waar nodig mogelijk te maken, is in de agrarische bestemming geregeld dat de gronden binnen afstand van 5 m tot de bestemming Verkeer mede zijn bestemd voor wegen, fietspaden en daarbij behorende voorzieningen.

Voor de nieuwe parallelweg langs de Bokkerijweg wordt nog een bestemming Verkeer op de plankaart opgenomen, zodra daarover voldoende helderheid bestaat in het kader van het inrichtingsplan.


Aan de belangrijke watergangen zoals de Nieuwe Wetering en Kleine Wetering is de bestemming Water toegekend. Om de inrichting als ecologische verbindingszone zonder meer mogelijk te maken, is binnen de agrarische bestemmingen geregeld dat de naastgelegen gronden (maximaal 10 m vanaf de bestemming Water) mede zijn bestemd voor waterretentie, natuurvriendelijke oevers en dergelijke. Dit schept de gewenste mogelijkheden voor natuurontwikkeling, aanleg van natte ecologische verbindingszones of plannen tot een herinrichting met een meer natuurlijk meanderend verloop met kleinschalige retentieplekken.


G e b i e d s b e s t e m m i n g e n

In het plangebied is een aantal waarden te onderscheiden. Deze waarden zijn als gebiedsaanduidingen opgenomen in de regels en de verbeelding. Het gaat om de volgende waarden:

  • landschapswaarden: openheid van het landschap. Dit betreft de open enk ten noorden van de Broeklanderweg (omgeving Werler).
  • archeologische waarden: de middelhoge archeologische verwachtingswaarde zijn op de verbeelding opgenomen als dubbelbestemming 'Waarde archeologie - middelhoog'.

Uitgangspunt is, dat uitsluitend die waarden zijn opgenomen waarvoor daadwerkelijk beschermingsmaatregelen nodig worden geacht in de vorm van bijzondere bebouwings-/gebruiksbepalingen en/of een aanlegvergunningenplicht. Dit is dan ook gekoppeld aan de genoemde waarden. De waarden zijn zo specifiek mogelijk aanduid, om tot een zo gericht mogelijke bescherming te komen en te voorkomen dat gebieden onnodig worden belast met regelgeving (daarmee ook gerichter toezicht in het kader van handhaving mogelijk). De aanlegvergunningplicht is in hoofdzaak gekoppeld aan de waarden.