direct naar inhoud van 5.3 Beeldkwaliteitsplan
Plan: Bestemmingsplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1063-von2

5.3 Beeldkwaliteitsplan

Het beeldkwaliteitsplan wordt samen met het bestemmingsplan door de gemeenteraden vastgesteld. Daarnaast wordt het als welstandsbeleid vastgesteld door de beide gemeenten, waardoor het tevens toetsingskader wordt voor de welstandscommissie c.q. de commissie ruimtelijke kwaliteit bij het beoordelen van bouw- en inrichtingsplannen.

In het beeldkwaliteitsplan zijn richtlijnen opgenomen voor de landschappelijke inpassing van nieuwe erven en nieuwe bebouwing op drie schaalniveau's: landschap, erf en bebouwing.

Voor de richtlijnen op het gebied van landschap en erfinrichting verschillen deze per (landschappelijk) deelgebied (gebiedsspecifieke criteria), teneinde bij ontwikkelingen aan te sluiten bij de landschappelijke karakteristieken van deze deelgebieden. In het landbouwontwikkelingsgebied zijn daartoe twee deelgebieden onderscheiden.

  • 1. Het broekontginningenlandschap;
  • 2. Het kampenlandschap.


Voor het broekontginningenlandschap zijn onder andere de volgende criteria in het beeldkwaliteitsplan opgenomen:

  • behouden van oost-west geörienteerde verkavelingsstructuur;
  • behouden/versterken van waardevolle zichtlijnen;
  • minimaal één zijde van het erf dient volledig te worden aangeplant met gebiedseigen beplanting, in de vorm van een houtsingel of boscomplex.


Voor het kampenlandschap zijn o.a. de volgende criteria van toepassing:

  • respecteren van de openheid van de es en van de weteringzone;
  • de woonzone dient aan minimaal één zijde het aanzicht van het erf te vormen;
  • minimaal 40% van de totale lengte van het erf (woonzone en bedrijfskavel) dient aangeplant te worden met gebiedseigen beplanting.


Daarnaast gelden algemene criteria, die vooral over het bebouwingsniveau gaan. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • op het erf dient een herkenbare woonzone aanwezig te zijn met een groene uitstraling, zo mogelijk direct langs de weg gelegen;
  • het dakvlak van bedrijfsgebouwen dient beeldbepalend te zijn;
  • er worden terughoudende kleuren in de gebouwen en stallen gebruikt.