direct naar inhoud van 5.1 Ruimtelijke visie LOG
Plan: Bestemmingsplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1063-von2

5.1 Ruimtelijke visie LOG

U i t b r e i d i n g e n h e r v e s t i g i n g o p b e s t a a n d e l o c a t i e s h e e f t p r i o r i t e i t
Voor het hele LOG geldt dat het de voorkeur heeft om bestaande bedrijven te gebruiken voor hervestiging van nieuwe bedrijven van buiten. Op deze manier worden zo min mogelijk nieuwe locaties toegevoegd in het open landschap en gebruikgemaakt van bestaande infrastructuur en voorzieningen. Hervestiging op bestaande locaties is echter niet altijd mogelijk vanwege de milieugebruiksruimte, de investeringen die gedaan moeten worden en omdat het lastig is te voorspellen welke locaties vrijkomen voor hervestiging. De intentie is er om hervestiging op bestaande locaties zo veel mogelijk te stimuleren en faciliteren.


Ru i m t e v o o r n i e u w v e s t i g i n g

De ruimte voor nieuwvestiging ligt voor een groot deel in het noordwestelijke gedeelte van het LOG-gebied. Deze ruimte is in belangrijke mate bepaald door de milieugebruiksruimte vanuit geur. De mogelijkheden voor verdere ontwikkeling in deze zone is afhankelijk van de geluidsnormen en de normen voor fijnstof.

De gedetailleerde invulling van dit noordwestelijke gedeelte wordt in de volgende paragraaf nader beschreven.

In het zuidelijk gebied van het LOG is vanwege het kleinschalige landschap (met open es en natte vlakte rond de wetering) en de beschikbare milieugebruiksruimte maximaal ruimte voor twee nieuwe bedrijven.

De vestiging van deze nieuwe bedrijven kan alleen plaatsvinden met een goede onderbouwing en een goed ruimtelijk plan. Nieuwvestiging kan niet plaatsvinden boven op de aanwezige es of in de aanwezige natte vlakte rond de wetering. Deze gebieden zijn cultuurhistorisch waardevol. De bedrijven moeten voldoende afstand hebben tot bestaande bedrijven zodat zichtlijnen aanwezig blijven naar het achterliggende landschap.


O p e n h o u d e n ' G r o e n e W i g '

Deze wig is zowel vanuit het gebied als vanaf de snelweg zichtbaar en wordt gekenmerkt als een open en groen gebied. Dit gebied sluit aan op het aangewezen natuurontwikkelingsgebied en bovendien is in dit gebied weinig infrastructuur aanwezig. Daarnaast zijn er in dit gebied lange zichtlijnen waarneembaar richting de Veluwe. Het open houden van dit gebied staat in de inrichtingsvisie centraal en daarom is er geen ruimte voor nieuwvestiging.


V e r s t e r k e n c u l t u u r h i s t o r i s c h l a n d s c h a p

Uitgangspunt is het versterken van het cultuurhistorisch landschap. Er zijn duidelijke landschappelijke verschillen aanwezig, die zijn ontstaan door verschillen in gebruik van het landschap. Aan de noord- en zuidkant van het gebied liggen twee meer kleinschalige landschappen met kronkelende wegen, verspreide erven en beplantingselementen. Het middengebied heeft een meer open karakter en de wegen, erven en beplantingen zijn meer rechtlijnig van opzet. Deze landschappelijke verschillen vormen het vertrekpunt voor nieuwe ontwikkelingen en worden waar mogelijk versterkt.


V e r b e t e r e n i n f r a s t r u c t u u r

De hoofdontsluiting van het gebied vindt plaats via de snelweg A50 en de Geerstraat. Per variant voor nieuwvestiging in het noordwestelijke deel wordt de ontsluiting van de nieuwe bedrijven op een andere manier ingevuld. In het zuidelijk deel moet, afhankelijk van de hoeveelheid hervestiging en de groei van de bedrijven in het gebied, de infrastructuur opgewaardeerd worden door het verzwaren van de wegen en het aanleggen van passeerplaatsen voor vrachtauto's. Om de toename van het verkeer en de veiligheid van de fietsers te waarborgen worden landbouwkundig verkeer en recreatief verkeer zoveel mogelijk gescheiden.


Na t u u r l i j k e i n r i c h t i n g v a n d e w e t e r i n g e n

De Nieuwe Wetering en Kleine Wetering worden in het kader van de KRW en Ecologische verbindingszones heringericht met brede plas-draszones en stapstenen.