direct naar inhoud van 4 Uitvoerbaarheidsaspecten
Plan: Bestemmingsplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1063-von2

4 Uitvoerbaarheidsaspecten


Voor de nieuwvestiging van intensieve veehouderrijen in het LOG is voorliggende herziening van de bestemmingsplannen buitengebied van beide gemeenten nodig. Omdat er sprake is van een besluit (het intergemeentelijke bestemmingsplan) dat het kader vormt voor toekomstig m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten én omdat er een passende beoordeling ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 aan de orde is, is er voor dit gebied een planMER (milieueffectrapport voor plannen) opgesteld. Dit is verplicht op grond van de Wm. Middels het uitgevoerde planMER (8) zijn de (milieu)gevolgen vanuit het LOG in een vroegtijdig stadium inzichtelijk gemaakt.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------(8) - Arcadis, planMER Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen, 14 januari 2010


Naar aanleiding van het vastgestelde gebiedsplan, de bestuurlijke keuze voor het aantal nieuw- en hervestigingen inclusief de verdeling ervan binnen het LOG en de ambtelijke behandeling die is uitgekristalliseerd in de Nota van Uitgangspunten voor het bestemmingsplan zijn er voor het planMER nog drie relevante varianten gedefinieerd voor inrichting van het LOG Beemte-Vaassen met nieuw en her te vestigen intensieve veehouderijen.

  • a. Geconcentreerd langs de Bokkerijweg;
  • b. Geconcentreerd langs de Weteringdijk;
  • c. Deels langs Bokkerijweg, deels langs Weteringdijk.


Uitgangspunt is dat het aantal in te plaatsen intensieve veehouderijbedrijven is vastgelegd op 8. Dit betreft nieuwvestigingen (op een nieuwe locatie waar nu nog geen bouwblok aanwezig is) en hervestigingen (op een bestaand bouwblok waar nu nog geen intensieve veehouderij gevestigd is).


Op basis van een inschatting van de begeleidingsgroep en de inbreng van LTO Noord Gelderland is een mix van te vestigen pluimvee-, varkens- en kalvermestbedrijven aangenomen en fictief volgens de drie varianten ingeplaatst. Het gaat hierbij om een bepaald formaat bedrijven, met een bepaald aantal dieren. De eisen zijn dat deze voldoende groot zijn voor een toekomstgerichte bedrijfsvoering en dat deze voldoen aan de nieuwe emissie-eisen.


De bouwblokken voor de nieuwvestigingen en hervestigingen zullen worden gemaximeerd op 3 ha met een bebouwingspercentage van 60%. Op grond van algemeen bekende verhoudingsgetallen is de verdeling over het type bedrijven als volgt: vijf varkensbedrijven, twee pluimveebedrijven en een kalverhouderij.


In het planMER zijn de volgende milieu en planologische aspecten beoordeeld: ammoniak en Natura 2000-gebieden, geurhinder, landschap, cultuurhistorie en archeologie, natuur en beschermde soorten, verkeer, fijn stof, geluid, water/bodem en gezondheid.


Op deze plaats wordt voor de gevolgen van de geboden mogelijkheden ten aanzien van de diverse milieuaspecten verwezen naar de afzonderlijke planMER. Wel zijn hierna de belangrijkste conclusies en aspecten uit het planMER opgenomen.