direct naar inhoud van 4.5 Luchtkwaliteit (Fijn stof)
Plan: Bestemmingsplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1063-von2

4.5 Luchtkwaliteit (Fijn stof)

In de huidige situatie wordt de grenswaardes van fijn stof niet overschreden. Overschrijdingen in de toekomst kunnen niet plaatsvinden aangezien er geen vergunning in het kader van de Wet milieubeheer (Wm) wordt afgegeven als de norm voor fijn stof wordt overschreden. De noodzaak om nabehandelingstechnieken toe te passen kan hierbij voorgeschreven worden. Om een nieuwvestiging of uitbreiding t.a.v. ammoniak, geur en/of luchtkwaliteit in te passen is over het algemeen een nabehandelingstechniek noodzakelijk. Met een dergelijke techniek wordt het mogelijk de effecten op luchtkwaliteit ook vlak bij de inrichting beperkt te houden en, indien van toepassing, meerdere bronnen dicht bij elkaar te plaatsen. Een aanvraag voor een nieuwe stal of uitbreiding van een bestaande stal moet dus altijd voldoen aan de grenswaarden. De varianten zijn dus bij voorbaat al niet onderscheidend voor fijn stof. Wel is het van belang om te bepalen of er wel inplaatsing van nieuwe bedrijven en uitbreiding plaats kan vinden in het gebied.


Uit de 'Emissiefactoren fijn stof voor veehouderij', blijkt dat het houden van kippen de meeste fijn stof emissie oplevert. Er is bekeken op welke afstand een kippenbedrijf zich kan vestigen opdat geen overschrijdingen van de grenswaarde van fijn stof plaatsvindt tegen de huidige achtergrondconcentratie.


Een kippenhouderij (100.000 kippen, stalsysteem E.2.9) dient indicatief 200 m van een gevoelig object vandaan te liggen in verband met fijn stof. Binnen het LOG en de varianten zijn hiervoor voldoende mogelijkheden. De fijn stof emissies verschillen per bedrijf. Het maakt dus uit welke type bedrijf zich waar vestigt. Maatwerk bij de inpassing van de veehouderijen is noodzakelijk.


Naast fijn stof van veehouderijen is fijn stof afkomstig van verkeer. De invulling van het LOG heeft slechts een geringe toename van het aantal verkeersbewegingen tot gevolg. Effecten van de verkeersaantrekkende werking ten aanzien van fijn stof zijn te verwaarlozen.