direct naar inhoud van 3.4 Landbouw
Plan: Bestemmingsplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1063-von2

3.4 Landbouw

3.4.1 Beschrijving bestaande situatie (5)


Boerderijen en bebouwing is voornamelijk te vinden op de hoger gelegen gebieden van het LOG. De bedrijven zijn over het algemeen op de essen en dekzandruggen gebouwd. De lager gelegen delen zijn in gebruik voor melkveehouderij. Deze liggen met name in het middengedeelte rond de Bokkerijweg.


Bedrijven langs de Broeklanderweg en de Gartherweg zijn klein. Er is slechts een van de elf bedrijven groter dan 50 nge. Langs de Broeklanderweg zijn ook veel burgerwoningen aanwezig. Ook langs de Bokkerijweg is een groot deel van de agrarische bedrijven kleiner dan 50 nge. De grotere bedrijven in het noordelijk deel van het LOG bevinden zich allen ten noorden van de Geerstraat, langs de Weteringdijk. Hier bevinden zichtwee grotere gespecialiseerde varkens- en pluimveehouderij bedrijven.


Overeenkomstig de bestanden van de gemeentelijke milieuvergunningen zijn er in het LOG 14 bestaande intensieve veehouderijen, waarvan 5 in Epe en 9 in Apeldoorn. Daarnaast zijn er ook 14 overige agrarische bedrijven, zoals melkveehouderijen en paardenfokkerijen (3 in Apeldoorn en 11 in Epe).

Overigens kan de situatie, zoals vergund in de milieuvergunning natuurlijk afwijken van de bestaande situatie.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------(5) - Bron: Informatiebundel schetsschuit LOG (2007)

3.4.2 Reconstructiebeleid


Het LOG Beemte Vaassen is het enige LOG binnen het Reconstructieplan Veluwe en daarmee regionaal van groot belang. Voor het welslagen van de reconstructie is een succesvolle verplaatsing van intensieve veehouderijbedrijven uit de extensiveringszone naar het LOG essentieel. De toename van intensieve veehouderij in het LOG betekent onder meer het ontzien van kwetsbare natuur en het oplossen van geurhinder elders in de regio. In het reconstructieplan zijn de volgende uitgangspunten van belang voor het bestemmingsplan.

  • de begrenzing van het LOG overeenkomstig het Reconstructieplan Veluwe overnemen in het bestemmingsplan;
  • voor bedrijven die deels in het LOG liggen geldt het beleid voor die zone;
  • ontwikkeling van een duurzame intensieve veehouderij staat in het LOG centraal;
  • ruimte bieden voor grootschalige intensieve veehouderij, waarbij nieuwvestiging, hervestiging en uitbreiding van en omschakeling naar intensieve veehouderij in beginsel is toegestaan;
  • het clusteren van bedrijven is mogelijk omdat deze samenwerking schaalvoordelen biedt;
  • overname van een intensieve veehouderij is altijd mogelijk;
  • nieuwvestiging binnen een LOG is alleen mogelijk als het een volwaardig bedrijf betreft;
  • hervestiging van bedrijven, die van elders verplaatst (moeten) worden, vindt bij voorkeur in dit LOG plaats;
  • binnen het LOG is het wenselijk dat individuele bedrijven worden samengevoegd in verband met schaalvoordelen;
  • bouwblokken kunnen uitgroeien tot 1,5 ha, een groter bouwblok is mogelijk;
  • de maat van het bouwblok wordt bepaald door de feitelijk, ruimtelijke en milieutechnische situatie ter plaatse;
  • voor het toekennen van een groter bouwblok dan 1,5 ha geldt dat er voldoende ruimte gereserveerd moet worden voor een goede landschappelijke inpassing van zowel bestaande als de nieuw op te richten bebouwing;
  • voor grondgebonden bedrijven zonder intensieve veehouderij tak, stelt het reconstructieplan geen beperkingen aan de omvang van het bouwblok. Hiervoor geldt het vigerende ruimtelijke en milieubeleid;
  • oprichten van windmolens, anders dan bij individueel bedrijven, is mogelijk als blijkt dat de locatie geen strijdigheden opwerpt met de doelstellingen van het gebied. Molens bij individuele bedrijven blijven ter toetsing aan het vigerende beleid;
  • ruimtelijke randvoorwaarden die uit het geldende streekplan zijn gesteld aan de landbouw, alsmede de beperkingen uit het generieke milieubeleid en andere wet- en regelgeving binnen het LOG blijven onverkort van toepassing op de ontwikkeling van de intensieve veehouderij;
  • voorkom ontwikkelingen in het LOG voor niet-agrarische functies die een belemmering kunnen vormen voor de landbouw in het algemeen en de intensieve veehouderij in het bijzonder. Het stichten van nieuwe woningbouwlocaties, bedrijfsterreinen, verblijfsrecreatieterreinen e.d. zijn daarom uitgesloten;
  • uitbreiding van niet-agrarische functies, eventueel mogelijk via wijzigingsplannen, kan doorgaan mits de uitbreiding de intensieve veehouderij niet nadelig beïnvloedt.


3.4.3 Ontwikkelingen (6)


Binnen de intensieve veehouderij is een aantal ontwikkelingen gaande die specifiek gelden voor de LOG's. In een LOG hebben agrarische ondernemers de mogelijkheid om zich te her- of nieuw te vestigen en om uit te breiden op huidige locaties binnen het LOG. Deze uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging moet wel passen binnen de grenzen en randvoorwaarden van de gemeente en provincie (met name de Milieuwetgeving en reconstructieplan). De provincie Gelderland heeft als streven dat van alle nieuwkomers in een LOG 50% gebruikmaakt van een bestaande locatie (dus hervestiging op een bestaande locatie). Globaal gezien kan onderscheid worden gemaakt in drie soorten ontwikkelingen binnen het LOG:

  • 1. Nieuw- of hervestiging van intensieve veehouderijbedrijven die gebruikmaken van de regeling Verplaatsing Intensieve Veehouderij Gelderland (VIV-regeling);
  • 2. Nieuw- en of hervestiging van intensieve veehouderijbedrijven die geen gebruikmaken van de VIV-regeling;
  • 3. Uitbreiding van bestaande bedrijven in het LOG.


V e r p l a a t s e r s d i e g e b r u i k m a k e n v a n d e V I V - r e g e l i n g G e l - d e r l a n d

Voor het realiseren van de reconstructieplannen in Gelderland heeft de provincie een subsidieregeling vastgesteld die het mogelijk maakt intensieve veehouderijen in extensiveringgebieden (uit reconstructieplannen) te verplaatsen naar Landbouwontwikke- lingsgebieden.


Momenteel zijn er vier intensieve veehouderijen voornemens naar het LOG Beemte-Vaassen te verplaatsen.


V e r p l a a t s e r s b u i t e n d e V I V - r e g e l i n g

Specifiek voor het LOG zijn er ook verplaatsers die geen gebruikmaken van de VIV-regeling. Dit zijn intensieve veehouderijen die zich momenteel bevinden in een verwevingsgebied (en daarom niet mee mogen doen met VIV-regeling), maar wel in de knel zijn geraakt op hun huidige locatie. Er wordt verwacht dat de komende tien jaar ongeveer 15 à 30 intensieve veehouderijen buiten de VIV-regeling om een verzoek indienen tot inplaatsing in een LOG in Gelderland.


Op het moment is één inplaatser bezig in het LOG Beemte-Vaassen buiten de VIV-regeling om.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------(6) - Bron: Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Gelderland (VIV Gelderland) versie 21 juni 2005. Bron: Statennotitie Gelderland, 10 juli 2007).

3.4.4 Functieverandering en nevenactiviteiten

B e l e i d s k a d e r f u n c t i e v e r a n d e r i n g v a n v r i j k o m e n d e a g r a r i - s c h e g e b o u w e n ( A p e l d o o r n )

De Regio Stedendriehoek heeft het Beleidskader functieverandering van vrijkomende agrarische gebouwen opgesteld. Het is vastgesteld door de vijf gemeenteraden op 21 en 24 april 2008. Op 1 juli 2008 hebben Gedeputeerde Staten van Gelderland grotendeels ingestemd met dit beleidskader. Met het besluit van Gedeputeerde Staten treedt dit beleidskader in de plaats van het generieke streekplanbeleid voor functieverandering. Gedeputeerde Staten geven aan dat de gemeenten hun bestemmingsplannen buitengebied dienen aan te passen aan dit beleidskader of afzonderlijke bestemmingsplannen dienen op te stellen voor de verschillende plannen tot functieverandering.


De landbouwontwikkelingsgebieden zijn op basis van de reconstructieplannen primair bedoeld voor ontwikkeling van de intensieve veehouderij. Versterken van de woonfunctie in de landbouwontwikkelingsgebieden is belemmerend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de intensieve veehouderij. Wel is het mogelijk om te slopen oppervlaktestallen op meerdere erven op te tellen (te clusteren) ten behoeve van het bouwen van een woning of woningen op één erf waar wel functieverandering naar wonen mogelijk is.


S t r e e k p l a n u i t w e r k i n g F u n c t i e v e r a n d e r i n g ( E p e )

De regio Noord-Veluwe heeft de streekplanuitwerking Functieverandering opgesteld. Doelstelling van deze streekplanuitwerking is om via hergebruik en/of functieverandering van vrijgekomen of vrij te komen agrarische bedrijfsgebouwen de leefbaarheid in het landelijk gebied te verhogen. Er wordt een onderscheid gemaakt in functieverandering naar wonen en naar werken.


Het Landbouwontwikkelingsgebied nabij Vaassen is hierin opgenomen. Gemeenten kunnen ervoor kiezen de gebieden nader te begrenzen (voor wat betreft de grondgebonden veehouderij) en hiervoor specifiek beleid te ontwikkelen. Doordat deze gebieden primair agrarisch zijn, kunnen gemeenten ervoor kiezen hier zeer terughoudend met functieverandering om te gaan (of dit uit te sluiten). In deze streekplanuitwerking is voor deze gebieden echter geen specifiek beleid opgenomen.


K l e i n s c h a l i g e n e v e n a c t i v i t e i t e n

Het streekplan biedt gemeenten de mogelijkheid kleinschalige nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven in bestemmingsplannen te regelen. De nevenactiviteit mag maximaal 25% van het bebouwd oppervlak tot een maximum van


350 m² van de bedrijfsgebouwen omvatten. Voorts dient de nevenfunctie qua oppervlak ondergeschikt te blijven aan de hoofdfunctie.


U i t g a n g s p u n t e n v o o r h e t b e s t e m m i n g s p l a n

op de locaties waar de ontwikkeling van intensieve veehouderij plaatsvindt, dient in verband met het tegengaan van verspreiding van dierziekten voldoende afstand tussen de bouwblokken te worden aangehouden. Voor specialistische bedrijven die aan de SPF norm moeten voldoen is een afstand van 300-400 m nodig. Bij de ontwikkeling van dit LOG wordt uitgegaan van een minimale afstand van 100 m tussen de afzonderlijke bouwblokken;

  • op basis van de Wet Geurhinder en Veehouderij dient een afstand van 25 m tussen de bouwblokken en 50 m tussen het emissiepunt en de naastgelegen bedrijfswoning (van naastgelegen bedrijf) te worden aangehouden;
  • alle agrarische bedrijfsbestemmingen in het gebied zijn in principe beschikbaar voor hervestiging of uitbreiding van intensieve veehouderijbedrijven. Ruimtelijke ordening is hierbij niet de beperkende factor, maar milieu;
  • bij hervesting op een bestaande locatie kan het ook gaan om een bestaande woonlocatie (burgerwoning) die wordt omgezet in dienstwoning en waaraan een agrarisch bouwblok wordt toegevoegd (conform Staten Notitie d.d. 10 juli 2007);
  • het lijkt niet bezwaarlijk om nevenactiviteiten toe te staan bij de agrarische bedrijven in het LOG;
  • functieverandering naar wonen of niet-agrarische bedrijvigheid wordt niet toegestaan in het LOG.