direct naar inhoud van 3.3 Water (4)
Plan: Bestemmingsplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1063-von2

3.3 Water (4)

Het Rijksbeleid ten aanzien van water is neergelegd in de Vierde Nota Waterhuishouding (1998). Hierin is aangegeven dat het waterbeheer in Nederland moet zijn gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde duurzame watersystemen. Om dit te bereiken moet zoveel mogelijk worden uitgegaan van een watersysteembenadering en integraal waterbeheer. In de nota is onder meer aangegeven dat stedelijk water meer aandacht moet krijgen. Volgens de nota Waterbeheer in de 21e eeuw (2000) moet aan het watersysteem meer aandacht worden gegeven om de natuurlijke veerkracht te benutten. Voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie "vasthouden-bergen-afvoeren" staat hierbij centraal. Ook in stedelijke uitbreidingen dient daarom het overtollige hemelwater beter te worden vastgehouden. Het vroegtijdig betrekken van de waterbeheerder en het meewegen van het waterbelang is, door middel van de Watertoets, per 1 juli 2008 verankerd in art. 3.1.6 lid 1 sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).


De watertoets is een overlegverplichting tussen initiatiefnemer en waterbeheerder(s) en geldt onder andere voor het vaststellen van een bestemmingsplan, of een wijzigings- en uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 sub a en b Wro. De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op even wichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten.


W a t e r s y s t e e m

Het landbouwontwikkelingsgebied watert via een intensief slotenstelsel af op een drietal weteringen, de Nieuwe Wetering, de Kleine Wetering en de Grote Wetering. De weteringen wateren in noordelijke richting af en lozen hun water op de IJssel. In het gebied treedt kwelwater vanuit de Veluwe uit. Dit blijkt uit de vele ijzerhoudende sloten, vooral in het westelijk deel en in een strook van oost naar west door het gebied. De gemiddelde variatie in grondwaterstanden wordt aangeduid met zogenaamde grondwatertrappen. De grondwatertrappen in het gebied variƫren van zeer natte Gt II's tot droge Gt VII's. De natte gronden zijn veelal venig van karakter. Een Gemiddeld Hoogste Grondwaterstanden ondieper dan 40 cm-mv is slecht geschikt voor bebouwing. Optimaal is een GHG groter dan 70 cm-mv.


De Nieuwe Wetering is aangewezen als Waterlichaam (Kader Richtlijn Water). In het Stroomgebied uitwerkingsplan Noordelijke IJsselvallei (SUP) is aangegeven wat dit betekent: 50% van de oever wordt heringericht met een 5-10 m brede plas-draszone, met per 1 km watergang een stapsteen van 1 ha. In het SUP Noordelijke IJsselvallei is tevens aangegeven dat de Nieuwe Wetering wordt gebaggerd. De Kleine Wetering is in het provinciale beleid aangewezen als ecologische verbindingszone model 'winde'. Volgens het SUP krijgt dit invulling door 25% van de oever her in te richten als plas-draszone met om de maximaal 3 km watergang een stapsteen van 1-2 ha.


E i s e n W a t e r s c h a p

Het waterschap stelt eisen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de vestiging van nieuwe bedrijven moet hiermee in het ontwerp rekening worden gehouden. Deze zijn hiernaast beknopt weergegeven.

  • 1. De afvoer mag niet toenemen als gevolg van de ruimtelijke ingreep;
  • 2. Inundatie vanuit oppervlaktewater niet vaker dan de werknorm;
  • 3. Kwantiteitstrits 'Vasthouden - bergen - afvoeren';
  • 4. Kwaliteitstrits 'schoon houden - scheiden - schoon maken';
  • 5. (Geo)hydrologische situatie.


In het kader van het planMER is onderzoek gedaan naar de geschikte locaties voor nieuwvestiging in relatie tot bodem en waterhuishoudkundige aspecten, zie hiervoor paragraaf 4.6.


U i t g a n g s p u n t e n v o o r h e t b e s t e m m i n g s p l a n

  • ecologische verbindingzone en extensief recreatief gebruik in, op en aan het water mogelijk maken;
  • de weteringen als zodanig vastleggen in het bestemmingsplan;
  • het plan zal voorts een regeling bevatten teneinde flexibel medewerking te kunnen verlenen aan de herinrichting van de ecologische verbindingszones en het gebiedseigen water beter vast te houden, met behoud van de rechtszekerheid van de grondeigenaren;
  • bij vergroting van het verharde oppervlakte, zoals bij de nieuwvestiging en vergroting van agrarische bedrijven, dient te worden voorzien in voldoende waterberging ter compensatie.


afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1063-von2_0009.jpg"


I n v e n t a r i s a t i e p l a n g e b i e d