direct naar inhoud van 3.2 Natuur (3)
Plan: Bestemmingsplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1063-von2

3.2 Natuur (3)

H u i d i g e s i t u a t i e

Het gebied zelf kent geen grote actuele natuurwaarden. De vegetatiekartering laat volgens de Atlas Groen Gelderland lage en middelhoge natuurwaarden zien. In het gebied worden enige rode lijstsoorten aangetroffen, vooral in de lage delen. Dezelfde atlas geeft aan dat in het noordelijk deel van het LOG de dichtheden aan grutto's laag zijn. Het gebied wordt aangeduid als een redelijk weidevogelgebied. Uit de gegevens van het Natuurloket blijkt dat het gebied voor de meeste soortgroepen niet of slecht bezocht is. Alleen de soortgroepen broedende watervogels zijn goed onderzocht. Van deze soortgroepen zijn enkele zwaar beschermde soorten aanwezig in de betreffende km-hokken (dus niet per se binnen het plangebied). De aanwezige bosjes in het gebied zijn niet aangemerkt als verzuringgevoelig.


G e b i e d s b e s c h e r m i n g

Tussen het LOG en de A50 is ruim 10 ha aangewezen als nieuwe natuur (EHS). Dit gedeelte valt buiten het plangebied. In het noordelijke deel van deze nieuwe natuur wordt de ontwikkeling van bloemrijk grasland nagestreefd. Dit deel van circa 8 ha is in bezit van Staatsbosbeheer. Het zuidelijke deel van het nieuwe natuurgebied van circa 2 ha heeft als natuurdoel: broekbos. Langs de Kleine Wetering is een zone aangewezen als zoekgebied nieuwe natuur. De aangewezen nieuwe natuur wordt niet als verzuringgevoelig aan gemerkt in het kader van de WAV (Wet ammoniak en veehouderij). Er liggen in de directe omgeving van het LOG geen EHS-gebieden, welke een beperking voor het LOG opleveren.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------(3) - Bron: gebiedsplan LOG Beemte-Vaassen (juli 2009); paragraaf wordt nog aangevuld met

het nadere onderzoek flora en fauna dat nog wordt uitgevoerd.


De nabijheid van het LOG bevinden zich de Natura 2000-gebieden Veluwe en Uiterwaarden IJssel. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat de uitbreiding van veehouderijbedrijven significant negatieve effecten heeft op deze Natura 2000-gebieden. In het kader van het planMER is er daarom een zogenaamde passende beoordeling te worden uitgevoerd. Deze passende beoordeling geeft inzicht in de mogelijke gevolgen voor de Natura 2000-gebieden en in hoeverre kritische depositiewaarden van stikstof worden overschreden. Zie hoofdstuk 4.


U i t g a n g s p u n t e n v o o r h e t b e s t e m m i n g s p l a n

  • Bij de ontwikkeling van het LOG behoeft geen rekening te worden gehouden met actuele natuurwaarden of de EHS.
  • Nieuwvestiging of vergroting van agrarische bedrijven dient getoetst te worden aan de soortbescherming conform de Flora- en faunawet.
  • In het kader van het planMER worden de gevolgen voor de Natura 2000-gebieden nader beoordeeld.