direct naar inhoud van Artikel 3 Agrarisch
Plan: Bestemmingsplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1063-von2

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. grondgebonden agrarische bedrijven;
  • b. intensieve veehouderijen;
  • c. zorgboerderijen;
  • d. gebruiksgerichte paardenhouderij, ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij';
  • e. dependances, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - dependance';
  • f. beroepsuitoefening aan huis;
  • g. nevenactiviteiten in categorie 1 van de bij deze regels behorende bijlage 1 'Lijst van toegelaten nevenactiviteiten';
  • h. nevenactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit', uitsluitend per adres en tot de maximale oppervlakte zoals genoemd in navolgende tabel:


Adres   Nevenactiviteit   Maximale oppervlakte  
Bokkerijweg 5   Agrarisch hulpbedrijf   700 m²  
Weteringdijk 113   Aannemersbedrijf   605 m²  
Weteringdijk 117   Agrarisch hulpbedrijf   200 m²  

  • i. recreatief medegebruik in de vorm van paardrijden, hobbymatig weiden van vee, wandelen en fietsen;
  • j. uitsluitend wonen, ter plaatse van de aanduiding 'wonen';
  • k. duurzame energievoorzieningen;
  • l. natuurbeheer;
  • m. water;
  • n. nutsvoorzieningen,

met de daarbij behorende:

  • o. bouwwerken en voorzieningen.

3.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 12 en de algemene aanduidingsregels van artikel 14 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 3.4 genoemde ontheffingen:

Bebouwing   Maximale oppervlakte/ inhoud   Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels
 
Bedrijfsgebouwen en overkappingen   Bouwvlak   4 m   11 m   - de afstand van bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bedraagt ten minste 2,50 m;
- de dakhelling van bedrijfsgebouwen bedraagt minimaal 20º;
- ter plaatse van de aanduiding 'wonen' zijn geen bedrijfsgebouwen toegestaan;  
Bedrijfswoningen, inclusief aan- en uitbouwen   750 m3   3,5 m   8 m   - indien aangegeven worden bedrijfswoningen gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'wonen';
- de dakhelling van bedrijfswoningen bedraagt minimaal 30º en maximaal 60º;
- voor het bepalen van de inhoud worden de deel, inpandige garages en bergingen meegeteld;
- per bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan, tenzij anders is aangegeven middels de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. Het bouwen van een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is niet toegestaan;
- de afstand van de bedrijfswoning tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bedraagt ten minste 2,50 m;
- voor het splitsen van de bedrijfswoning in twee wooneenheden geldt het in artikel 12 lid 12.3 bepaalde;
- de afstand van een op te richten bedrijfswoning tot bestaande niet bij het betreffende bedrijf behorende kassen bedraagt ten minste 30 m;  
Bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen   75 m2   3,5 m   5 m   - bijgebouwen en overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan worden opgericht (3.4.1c);
- de afstand van bijgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bedraagt ten minste 2,50 m;  
Dependances   65 m2   3 m   5 m   - de totale oppervlakte aan bijgebouwen, overkappingen en dependances mag niet meer dan 75 m² bedragen;
- een dependance heeft geen zelfstandig recht op bijgebouwen;  
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen         - bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van terrein- en erfafscheidingen en bouwwerken geen gebouwen zijnde voor teeltondersteunende voorzieningen;  
mestvergistings- installaties;       4 m
 
 
mestsilo's;       6 m    
sleufsilo's;   2500 m2     4 m    
- overige silo's       15 m   - ter plaatse van de aanduiding 'wonen' zijn geen mestvergistingsinstallaties en silo's toegestaan;  
- erf- en terreinafscheidingen;       2 m   - de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak of voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan bedraagt ten hoogste 1,5 m (3.4.1g);  
- antenne-installaties;
 
    15 m    
- windturbine/ windwokkel;       10 m   - het per agrarisch bedrijf is één windturbine/windwokkel toegestaan, waarbij de afstand van een windturbine/windwokkel tot omliggende woningen minimaal 10 m bedraagt;  
- bouwwerken voor teeltondersteunende voorzieningen;       1,5 m   - het buiten het bouwvlak oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor teeltondersteunende voorzieningen is uitsluitend toegestaan buiten de aanduiding 'open landschap';  
- paardenbakken, stapmolens en lichtmasten t.b.v. paardenbakken;       2 m   - indien de paardenbak geen onderdeel vormt van het agrarisch bedrijf als bedoeld in lid 3.1 is er ten hoogste één paardenbak per bedrijfswoning toegestaan;
- de afstand van een paardenbak tot (bedrijfs)woningen van derden bedraagt ten minste 50 meter;
- uitsluitend in samenhang met een ontheffing als bedoeld in lid 3.6.1 zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een paardenbak buiten het bouwvlak toegestaan.  
- 0verig       10 m    

3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwing binnen het bouwvlak teneinde de bebouwing in een compacte eenheid te situeren, voor zover dit noodzakelijk wordt geacht voor een landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare en verantwoorde inpassing in de omgeving.


Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 17 opgenomen procedureregels van toepassing.


3.4 Ontheffing van de bouwregels
3.4.1 Ontheffingsbevoegdheid


Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 3.2 bepaalde:

  • a. voor het oprichten dan wel vergroten van kassen tot een totale oppervlakte van 500 m2 binnen het bouwvlak, uitsluitend indien de kassen worden vergroot dan wel opgericht ter ondersteuning van de grondgebonden agrarische hoofdactiviteit;
  • b. voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een goothoogte van maximaal 7 m, indien dit noodzakelijk is in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering, mits zorg gedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing op basis van het bepaalde in het 'Beeldkwaliteitplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen', vastgesteld d.d....;
  • c. voor het bouwen van bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en overkappingen voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan;
  • d. voor het buiten het bouwvlak oprichten van bouwwerken met een oppervlakte van ten hoogste 50 m2 per agrarisch bedrijf en een hoogte van ten hoogste 3 m, mits dat noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering en de bebouwing niet binnen het bouwvlak zelf kan worden opgericht;
  • e. voor het oprichten van een bij een burgerwoning toegestane, maar buiten het bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' gesitueerde stalruimte voor hobbymatig agrarisch gebruik waarvan de oppervlakte niet meer dan 50 m2 dan wel 200 m² en de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt, mits de bebouwing op grond van stedenbouwkundige en/of landschappelijke overwegingen niet binnen het vlak met de bestemming 'Wonen' kan worden opgericht en direct aansluitend bij (het erf van) de burgerwoning ten minste 1 ha grond hoort;
  • f. voor het buiten het bouwvlak oprichten van een stalruimte voor hobbymatig agrarisch gebruik waarvan de oppervlakte niet meer dan 25 m² en de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt, met dien verstande dat de stalruimte, voor zover niet gelegen aan een ter plaatse aanwezige ontsluitingsweg, dient te worden gesitueerd binnen een afstand van 50 m van de bestemming 'Verkeer' en bij de stalruimte blijvend ten minste 1 ha grond hoort, waarop de stalruimte wordt gebouwd;
  • g. voor het ten behoeve van de privacy binnen het bouwvlak bouwen van een erf- of terreinafscheiding voor de voorgevelrooilijn bij bedrijfswoningen tot een bouwhoogte van 2 m, indien dit met het oog op de verkeers- en sociale veiligheid niet onaanvaardbaar is.

3.4.2 Voorwaarden voor ontheffing

Ontheffingen als bedoeld in dit lid kunnen alleen worden verleend voor zover de aldaar in het gebied voorkomende waarden dan wel het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

3.4.3 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 16 opgenomen procedureregels van toepassing.


3.5 Specifieke gebruiksregels

Naast de algemene gebruiksregels van artikel 13 en de algemene aanduidingsregels van artikel 14 gelden de volgende specifieke regels.

3.5.1 Wonen

Grond behorende bij woningen, maar gelegen buiten het bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' mag, als zijnde een aan het landelijk gebied verwante activiteit, gebruikt worden als moestuin.

3.5.2 Niet toegelaten bedrijven

Behoudens bestaande bedrijven zijn niet toegelaten:

  • a. wormen-, maden- en viskwekerijen en fokkerijen en mesterijen van ganzen, eenden en kalkoenen, voor zover dit in de open lucht plaatsvindt;
  • b. pelsdierhouderijen, voor zover dit in de open lucht plaatsvindt;
  • c. glastuin- en bosbouwbedrijven;.

3.5.3 Paardenbakken

Het is niet toegestaan de gronden gelegen buiten het bouwvlak te gebruiken ten behoeve van paardenbakken.

3.5.4 Nevenactiviteiten

Nevenactiviteiten zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. Buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten is niet toegestaan. De vloeroppervlakte die ten behoeve van de nevenactiviteiten mag worden gebruikt bedraagt niet meer dan 75 m2.

3.5.5 Verkeer

De gronden gelegen binnen een afstand van 5 m tot de bestemming 'Verkeer' zijn mede bestemd voor wegen, fietspaden en daarbij behorende voorzieningen.

3.5.6 Water

De gronden gelegen binnen een afstand van 10 m tot de bestemming 'Water' zijn mede bestemd voor waterretentie, natuurvriendelijke oevers en ontwikkeling van natte natuur.


3.6 Ontheffing van de gebruiksregels
3.6.1 Ontheffingsbevoegdheid paardenbakken

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 3.5.3 bepaalde:

  • a. voor het realiseren van paardenbakken behorende bij een agrarisch bedrijf maar gelegen buiten het bouwvlak;
  • b. voor het realiseren van ten hoogste één paardenbak behorende bij een woning maar gelegen buiten het bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen'.


Met dien verstande dat voor zowel a. als b. geldt dat:

  • a. de gehele paardenbak binnen een afstand van 75 m van het betreffende bouwvlak of bestemmingsvlak gesitueerd dient te worden;
  • b. er geen onevenredige hinder ten gevolge van de paardenbak mag optreden bij andere (bedrijfs)woningen; in ieder geval mag de afstand tussen enig punt van de paardenbak en een (bedrijfs)woning van derden niet minder dan 50 m bedragen;
  • c. de bouwhoogte van de paardenbakomheiningen en lichtmasten niet meer dan 2 m bedraagt;
  • d. realisatie van de paardenbak binnen het betreffende bouwvlak dan wel binnen het betreffende bestemmingsvlak aantoonbaar niet haalbaar is.


3.6.2 Ontheffingsbevoegdheid nevenactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 3.1 onder g en lid 3.5.4 bepaalde teneinde:

  • a. nevenactiviteiten in categorie 2 van de bij deze regels behorende bijlage 1 'Lijst van toegelaten nevenactiviteiten' toe te staan;
  • b. nevenactiviteiten toe te staan die niet zijn genoemd in bijlage 1 'Lijst van toegelaten nevenactiviteiten' en die naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met nevenactiviteiten die wel voorkomen op de lijst;
  • c. de maximale vloeroppervlakte die voor nevenactiviteiten gebruikt mag worden te vergroten;
  • d. gebruik van gronden buiten het bouwvlak voor nevenactiviteiten toe te staan.

mits:

  • a. de vloeroppervlakte die voor de nevenactiviteiten wordt gebruikt niet meer bedraagt dan 25% van de vloeroppervlakte die voor de hoofdfunctie wordt gebruikt, met een absoluut maximum van 350 m2;
  • b. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak ten behoeve van de nevenactiviteit zich beperkt tot gronden die direct aansluiten aan het bouwvlak;
  • c. wordt voorzien in een kwalitatief zorgvuldige inpassing in het landschap, indien nodig geacht met behulp van het aanbrengen van beplanting;
  • d. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt;
  • e. de belangen van de omliggende functies niet onevenredig worden geschaad.


3.6.3 Ontheffingsbevoegdheid recreatief medegebruik

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 3.1 onder h bepaalde teneinde overige vormen van recreatief medegebruik, waaronder hondentraining, toe te staan, mits de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt en de belangen van de omliggende functies niet onevenredig worden geschaad.


3.6.4 Ontheffingsbevoegdheid twee huishoudens

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 3.1 bepaalde ten behoeve van de huisvesting van twee huishoudens in één bedrijfswoning, met dien verstande dat hierdoor het aantal bedrijfswoningen niet wordt vergroot.

3.6.5 Voorwaarden voor ontheffing

Ontheffingen als bedoeld in dit lid kunnen alleen worden verleend voor zover de aldaar in het gebied voorkomende waarden dan wel het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.


3.6.6 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 17 opgenomen procedureregels van toepassing.

3.7 Aanlegvergunning

De in artikel 19 opgenomen regels voor aanlegvergunningen zijn van toepassing.

3.8 Wijzigingsbevoegdheid

Toepassing van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in dit lid mag alleen plaatsvinden voor zover de in het gebied voorkomende waarden dan wel het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast. Voorts zijn de algemene criteria van artikel 16 lid 16.3 van toepassing.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van:

  • a. de realisatie van een tweede agrarische bedrijfswoning, mits dit bedrijfseconomisch aantoonbaar noodzakelijk is:
    • 1. de aard van het bedrijf vereist blijvend toezicht van twee personen op het bedrijf, en
    • 2. het bedrijf heeft ten minste twee maal de omvang van een volwaardig agrarisch bedrijf, waardoor de continuïteit als tweemansbedrijf verzekerd is;
  • b. het vergroten van bestaande bouwvlakken tot maximaal 1,5 ha, mits:
    • 1. de afstand van het vergrootte gedeelte van het bouwvlak tot overige bestemmingen alsmede tot andere agrarische bouwvlakken ten minste 100 m bedraagt;
    • 2. vergroting noodzakelijk is in het verband met de agrarische bedrijfsvoering, hetgeen te dient worden aangetoond aan de hand van een bedrijfsplan;
    • 3. ten aanzien van de maatvoering en situering van de bebouwing de regels van de bestemming 'Agrarisch' op overeenkomstige wijze worden toegepast;
    • 4. aangetoond is dat vergroting van het bouwvlak, gelet op de omvang, ligging en aard van het agrarische bedrijf op de nieuwe locatie ten opzichte van in de nabijheid gelegen functies een zodanig beperkte milieuhinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschaad;
    • 5. zorg gedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing op basis van het bepaalde in het 'Beeldkwaliteitplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen', vastgesteld d.d...., waarbij wijziging ten behoeve van de bestemming 'Natuur' mogelijk is;
  • c. nieuwvestiging van agrarische bedrijven door het opnemen van nieuwe bouwvlakken van 3 ha, dan wel het verwijderen van bestaande bouwvlakken en het opnemen van nieuwe bouwvlakken van 3 ha op dezelfde locatie, mits:
    • 1. het aantal bedrijven van 3 ha in de gemeente Epe niet meer bedraagt dan 5 en in de gemeente Apeldoorn niet meer dan 3, met dien verstande dat in de gemeente Apeldoorn het maximaal aantal nieuw op te nemen bouwvlakken niet meer bedraagt dan 1;
    • 2. het bebouwingspercentage per bouwvlak niet meer bedraagt dan 60%;
    • 3. een nieuw bouwvlak gelegen in de gemeente Epe is georiënteerd op de Bokkerijweg of de Weteringdijk en vanaf die weg wordt ontsloten;
    • 4. er in de gemeente Epe rekening wordt gehouden met bestaande oost-west-gerichte zichtlijnen;
    • 5. de afstand van het nieuwe bouwvlak tot overige bestemmingen alsmede de afstand tot omliggende agrarische bouwvlakken ten minste 100 m bedraagt;
    • 6. aangetoond is dat de nieuwvestiging een volwaardig intensieve veehouderij betreft met een omvang van ten minste 70 NGE, hetgeen te dient worden aangetoond aan de hand van een bedrijfsplan;
    • 7. ten aanzien van de maatvoering en situering van de bebouwing de regels van de bestemming 'Agrarisch' op overeenkomstige wijze worden toegepast;
    • 8. aangetoond is dat het nieuwe bouwvlak, gelet op de omvang, ligging en aard van het agrarische bedrijf op de nieuwe locatie ten opzichte van in de nabijheid gelegen functies een zodanig beperkte milieuhinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschaad;
    • 9. zorg gedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing op basis van het bepaalde in het 'Beeldkwaliteitplan Landbouwontwikkelingsgebied Beemte-Vaassen', vastgesteld d.d...., waarbij wijziging ten behoeve van de bestemming 'Natuur' mogelijk is.