direct naar inhoud van 6.2 De regels
Plan: Bestemmingsplan Meervelderweg 26 Uddel
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1049-ont1

6.2 De regels

6.2.1 Inleidende regels

Hoofdstuk 1 van de regels geeft de inleidende regels. Het betreft de begripsregels, waarin de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd, en de wijze van meten en berekenen.

6.2.2 Bestemmingen

De bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de plankaart. Samen geeft dit de regels voor gebruik en bebouwing van de grond. De bestemmingen zijn te vinden in hoofdstuk 2 en worden hierna besproken.

Agrarisch

Het weideperceel in het noordelijke gedeelte van het perceel krijgt de bestemming Agrarisch. Daarmee wordt de geldende bestemming overgenomen en wordt in het huidige gebruik voorzien. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan.

Bos

Met de bestemming Bos wordt het aanwezige en te verbeteren bos op het perceel bestemd. Op deze gronden zijn bos, struikgewas, hakhout en afschermende groenbeplanting toegestaan. Met deze bestemming wordt eveneens de boscompensatie van een passende bestemming voorzien, die ik het kader van dit plan wordt gerealiseerd.

Maatschappelijk

Met de bestemming Maatschappelijk wordt de geldende woonbestemming voor de woning in het plangebied omgezet in een bestemming die voorziet in de aanwezige zorgfunctie. De woning wordt daarmee de bedrijfswoning.

Doordat het erf en de gebouwen te midden van bos zijn gelegen, is het niet uitvoerbaar een adequate grens te trekken tussen de nieuwe, maatschappelijke bestemming en de bosbestemming. Uitgangspunt is geweest dat het gehele toekomstige erf met duidelijk herleidbare grenzen binnen het bestemmingsvlak is gelegen. Het aanwezige bos is daarmee niet vogelvrij verklaard. Middels de aanduiding 'bos' is geregeld dat deze gronden mede bestemd zijn voor de instandhouding van de aanwezige houtopstanden. Die aanduiding geldt niet voor de locatie voor de nieuwe paardenbak. Voor het daar aanwezige bos is immers in compensatie voorzien.

Binnen het bestemmingsvlak is een bouwvlak getekend. Gebouwen dienen binnen het bouwvlak te liggen, evenals de paardenbak. In de regels is het maximale oppervlakte voor de bouwen (exclusief de bedrijfswoning) vastgelegd. Dat is gebeurd op basis van het bestaande oppervlak, conform het beleid voor de functieverandering van voormalige agrarische bedrijfslocaties.

Waarde - Archeologie Hoog en Waarde - Archeologie Middelhoog

Gebieden die op de archeologische beleidskaart zijn aangemerkt als gebied met hoge trefkans op archeologische resten hebben de dubbelbestemming Waarde - Archeologie Hoog gekregen, gebieden die zijn aangemerkt als gebied met middelhoge trefkans op archeologische resten hebben de dubbelbestemming Waarde - Archeologie Middelhoog gekregen. Voor beide bestemmingen geldt dat bij het indienen van een bouwaanvraag voor een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 50 m2 (Hoog) respectievelijk 100 m2 (Middelhoog) tevens een archeologisch onderzoeksrapport moet worden ingediend. Als uit dit rapport blijkt dat de archeologische waarden door het oprichten van het bouwwerk zullen worden verstoord kunnen burgemeester en wethouders bepaalde voorwaarden aan de bouwvergunning verbinden. Wanneer de archeologische waarde van het terrein al uit andere informatie (bijvoorbeeld uit eerder uitgevoerd onderzoek) bij de gemeente bekend is, is het niet nodig nieuw onderzoek uit te voeren. Voor een aantal werken en werkzaamheden geldt in beide bestemmingen een aanlegvergunningvereiste.

6.2.3 Algemene regels en overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 3 (Algemene regels) zijn regels opgenomen die gelden voor alle bestemmingen. In artikel 9 zijn bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. In lid 9.1 van dit artikel staat onder andere de bepaling over ondergronds bouwen opgenomen. Hierin is bepaald dat ondergronds bouwen is toegestaan waar ook bovengronds gebouwd mag worden.

Het laatste onderdeel van dit lid geeft een regeling voor legaal gebouwde (delen van) bouwwerken die niet voldoen aan de in het plan voorgeschreven maatvoering. De aanwezige maten zijn dan toegelaten, ook bij eventuele herbouw van het bouwwerk. Dit geldt alleen daar waar de afwijking voorkomt.

Lid 9.2 bevat de afdekbepaling. Hier is bepaald dat gebouwen in principe van een kap moeten worden voorzien.

In artikel 10 staan de algemene gebruiksregels. In artikel 13 staan de procedureregels die bij ontheffing en wijziging in acht genomen moeten worden. Artikel 14 tenslotte geeft een regeling voor verwijzingen naar andere wettelijke regelingen en plannen. De overige artikelen bevatten zeer bekende regels die geen nadere bespreking behoeven.

Hoofdstuk 4 bevat tot slot de strafbepaling, het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik en de titel van het bestemmingsplan.