direct naar inhoud van Artikel 24 Algemene aanduidingsregels
Plan: Bestemmingsplan Buitengebied Noord-Oost
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1044-von1

Artikel 24 Algemene aanduidingsregels

24.1 geluidzone - vliegveld
24.1.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - vliegveld' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op nieuwe geluidgevoelige objecten als gevolg van landende en opstijgende vliegtuigen.

24.1.2 Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - vliegveld' is het -met uitzondering van herbouw ten behoeve van een bestaand geluidgevoelig object- niet toegestaan om gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige functies als bedoeld in het Besluit geluidbelasting kleine luchtvaart te bouwen dan wel het gebruik van gebouwen ten behoeve van niet-geluidgevoelige functies om te zetten in het gebruik van gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige functies.

24.2 a-watergang
24.2.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'a-watergang' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het instandhouden van de A-watergang.

24.2.2 Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding 'a-watergang' mogen, in afwijking van de aldaar voorkomende bestemming, uitsluitend bouwwerken ten dienste van het beheer van de A-watergang worden opgericht. Zie tevens de algemene Keur van het Waterschap.

24.2.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 24.2.2 bepaalde ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de daar voorkomende bestemming(en), indien vooraf advies van de waterbeheerder is ingewonnen omtrent de vraag of door het verlenen van de ontheffing het waterhuishoudkundig belang niet onevenredig wordt aangetast alsmede omtrent eventueel aan de ontheffing te verbinden voorwaarden.

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

24.2.4 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'a-watergang' nadere eisen stellen omtrent de situering en afmetingen van bouwwerken in verband met het waarborgen van de waterbergende functie van gronden.

Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

24.2.5 Strijdig gebruik

Als strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening geldt het gebruik van gronden ter plaatse van de aanduiding 'a-watergang':

  • a. voor teelten die mest en bestrijdingsmiddelen gebruiken, met dien verstande dat bestaand gebruik mag worden voortgezet;
  • b. op een wijze die leidt tot het belemmeren van de tijdelijke berging van water.
24.2.6 Aanlegvergunning

De in artikel 29 opgenomen regels voor aanlegvergunningen zijn van toepassing.

24.3 waterberging
24.3.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de (tijdelijke) waterberging.

24.3.2 Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' mogen, in afwijking van de aldaar voorkomende bestemming, uitsluitend bouwwerken ten dienste van het beheer van de waterberging worden opgericht. Zie tevens de algemene Keur van het Waterschap

24.3.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 24.3.2 bepaalde ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de daar voorkomende bestemming(en), indien vooraf advies van de waterbeheerder is ingewonnen omtrent de vraag of door het verlenen van de ontheffing het waterhuishoudkundig belang niet onevenredig wordt aangetast alsmede omtrent eventueel aan de ontheffing te verbinden voorwaarden.

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

24.3.4 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' nadere eisen stellen omtrent de situering en afmetingen van bouwwerken in verband met het waarborgen van de waterbergende functie van gronden.

Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

24.3.5 Strijdig gebruik

Als strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening geldt het gebruik van gronden ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' op een wijze die leidt tot het belemmeren van de (tijdelijke) berging van water.

24.3.6 Aanlegvergunning

De in artikel 29 opgenomen regels voor aanlegvergunningen zijn van toepassing.

24.4 cultuurhistorie
24.4.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorie' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor behoud en bescherming van cultuurhistorische waarden, waaronder in ieder geval wordt begrepen de ouderdom, zeldzaamheid en gaafheid van:

- bouwwerken,

- wegen, lanen en waterlopen,

- tuin- en landschapselementen alsmede perceelsgrenzen,

- houtwallen.

24.4.2 Aanlegvergunning

De in artikel 29 opgenomen regels voor aanlegvergunningen zijn van toepassing.

24.5 natte natuur
24.5.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'natte natuur' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor behoud, herstel en versterking van de natte natuur.

24.5.2 Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding 'natte natuur' mogen, in afwijking van de aldaar voorkomende bestemming, uitsluitend bouwwerken ten dienste van de natte natuur worden opgericht.

24.5.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 24.5.2 bepaalde ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de daar voorkomende bestemming(en), indien vooraf advies van de waterbeheerder is ingewonnen omtrent de vraag of door het verlenen van de ontheffing het waterhuishoudkundig belang niet onevenredig wordt aangetast alsmede omtrent eventueel aan de ontheffing te verbinden voorwaarden en dit niet leidt tot verlaging van de grondwaterstand, verslechtering van de waterkwaliteit en/of aantasting van de morfologie van beken en waterlopen.

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

24.5.4 Strijdig gebruik

Als strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening geldt het gebruik van gronden ter plaatse van de aanduiding 'natte natuur':

  • a. voor teelten die mest en bestrijdingsmiddelen gebruiken, met dien verstande dat bestaand gebruik mag worden voortgezet;
  • b. op een wijze die leidt tot verlaging van de grondwaterstand, verslechtering van de waterkwaliteit en/of aantasting van de morfologie van beken en waterlopen.
24.5.5 Aanlegvergunning

De in artikel 29 opgenomen regels voor aanlegvergunningen zijn van toepassing.

24.6 natuur en landschap
24.6.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'natuur en landschap' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor behoud, herstel en versterking van natuur- en landschapswaarden.

24.6.2 Aanlegvergunning

De in artikel 29 opgenomen regels voor aanlegvergunningen zijn van toepassing.

24.7 open landschap
24.7.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'open landschap' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het in stand houden van de openheid van het landschap.

24.7.2 Aanlegvergunning

De in artikel 29 opgenomen regels voor aanlegvergunningen zijn van toepassing.

24.8 ecologische verbindingszone
24.8.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'ecologische verbindingszone' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor behoud, herstel en versterking van ecologische verbindingszones.

24.8.2 Aanlegvergunning

De in artikel 29 opgenomen regels voor aanlegvergunningen zijn van toepassing.

24.9 monumentale boom
24.9.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'monumentale boom' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van monumentale bomen.

24.9.2 Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding 'monumentale boom' dient de afstand van bebouwing tot het hart van de als zodanig aangewezen boom ten minste 10 meter te bedragen.

24.9.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 24.9.2 bepaalde ten behoeve van het verkleinen van de genoemde afstand tot ten minste 5 meter uit het hart van de boom, mits dit geen wezenlijke negatieve gevolgen heeft voor de boom.

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

24.9.4 Strijdig gebruik

Als strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening geldt het agrarisch gebruik van gronden ter plaatse van de aanduiding 'monumentale boom', met dien verstande dat bestaand gebruik mag worden voortgezet.

24.9.5 Aanlegvergunning

De in artikel 29 opgenomen regels voor aanlegvergunningen zijn van toepassing.