direct naar inhoud van Artikel 5 Maatschappelijk
Plan: Bestemmingsplan Buitengebied Noord-Oost
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1044-von1

Artikel 5 Maatschappelijk

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. maatschappelijke voorzieningen, waarbij geldt dat:
  • 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - categorie 2' maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan in de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten maatschappelijke voorzieningen;
  • 2. ter plaatse van de navolgende aanduidingen tevens zijn toegestaan:
Aanduiding
 
Maatschappelijke voorziening   SBI-code   Straatnaam   Huisnummer  
sm-01   Buurthuis   94991   Beemterweg   25a  
sm-02   Dierenpension   9609   Goorland   14  
sm-03   School   852, 8531   Beemterweg   31  
  • b. opslag, ter plaatse van de aanduiding 'opslag';
  • c. tuin en/of erf;
  • d. speelplaatsen;
  • e. ontsluitingswegen;
  • f. groenvoorzieningen;
  • g. nutsvoorzieningen,

met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen.

5.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 22 en de algemene aanduidingsregels van artikel 24 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 5.4 genoemde ontheffingen.

Bebouwing   Maximale oppervlakte/
inhoud  
Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
Gebouwen en overkappingen   120% van de bestaande oppervlakte aan gebouwen en overkappingen   de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' aangegeven waarde   de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' aangegeven waarde   - voor het bepalen van de oppervlakte worden bedrijfswoningen en bijgebouwen niet meegeteld
- de uitbreiding ten opzichte van de bestaande oppervlakte mag in totaal niet meer dan 375 m2 bedragen;
- de afstand van gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 2,50 m  
Bedrijfswoningen   600 m3   4 m     - voor het bepalen van de inhoud worden inpandige garages en bergingen meegeteld
- bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan indien bestaand;
- voor het splitsen van de bedrijfswoning in twee wooneenheden geldt het in artikel 22 lid 22.3 bepaalde  
Bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen   75 m2   3 m   5 m   - bijgebouwen en overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan worden opgericht (5.4.1a)  
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen
 
   
 

 
- erf- en terrein-afscheidingen       2 m   - de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan bedraagt ten hoogste 1 m (5.4.1b)
 
- antenne-installaties       15 m
 
 
- paardenbakken, stapmolens en lichtmasten t.b.v. paardenbakken       2 m   - indien de paardenbak geen onderdeel vormt van de maatschappelijke voorziening als bedoeld in lid 5.1 onder a geldt dat er ten hoogste één paardenbak per bedrijfswoning is toegestaan
- de afstand van een paardenbak tot (bedrijfs)woningen van derden bedraagt ten minste 50 meter
 
- overig
 
    6 m    

5.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwing binnen het bestemmingsvlak teneinde de bebouwing in een compacte eenheid te situeren, voor zover dit noodzakelijk is voor een landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare en verantwoorde inpassing in de omgeving.

Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

5.4 Ontheffing van de bouwregels
5.4.1 Ontheffingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 5.2 bepaalde:

  • a. voor het bouwen van bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en overkappingen voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan;
  • b. voor het ten behoeve van de privacy bouwen van een erf- of terreinafscheiding voor de voorgevelrooilijn bij de bedrijfswoning tot een bouwhoogte van 2 m, indien dit met het oog op de verkeers- en sociale veiligheid niet onaanvaardbaar is.
5.4.2 Voorwaarden voor ontheffing

Ontheffingen als bedoeld in dit lid kunnen alleen worden verleend voor zover de aldaar in het gebied voorkomende waarden dan wel het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

5.4.3 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

5.5 Ontheffing van de gebruiksregels
5.5.1 Ontheffingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

  • a. het in lid 5.1 onder a1 bepaalde teneinde de vestiging van maatschappelijke voorzieningen toe te staan die niet zijn genoemd in de Lijst van toegelaten maatschappelijke voorzieningen, dan wel voorkomen in een hogere categorie dan in het betreffende aanduidingsvlak is toegestaan, en die naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met maatschappelijke voorzieningen die ter plaatse bij recht zijn toegestaan, met dien verstande dat de belasting van het (leef)milieu en het landschap in de omgeving alsmede de verkeersaantrekkende werking niet mogen toenemen en de belangen van de omliggende functies ook anderszins niet onevenredig mogen worden geschaad.
5.5.2 Voorwaarden voor ontheffing

Ontheffingen als bedoeld in dit lid kunnen alleen worden verleend voor zover de aldaar in het gebied voorkomende waarden dan wel het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

5.5.3 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.