direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijf
Plan: Bestemmingsplan Buitengebied Noord-Oost
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1044-von1

Artikel 4 Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven, waarbij geldt dat:
  • 1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 1' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in
    milieucategorie 1 van de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten;
  • 2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' bedrijfsactiviteiten toegestaan zijn in de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten
    bedrijfsactiviteiten;
  • 3. ter plaatse van de navolgende aanduiding tevens zijn toegestaan:
aanduiding   Bedrijf   SBI-code   Straatnaam   Huisnummer  
sb-01   - Aannemersbedrijf   41, 42, 43   Beemterweg
Beemterweg
Broeklanderweg  
15 a/b
37
65-71  
sb-02   - Aggregatenfabrikage   271, 331   Zutphensestraat   319/323  
sb-03   - Garage, handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijf
- Benzineservicestation zonder LPG  
451, 452, 454, 473/3   Beemterweg   3  
sb-04   - Glasverwerkingsbedrijf   231/1   Beemterweg   44  
sb-05   - Handelsbedrijf in beregenings- en bronneringsinstallaties   466/1   Zutphensestraat   242/246  
sb-06   - Hulpbedrijf   016   Beemterweg   15  
sb-07   - Loonbedrijf   016   Beemterweg   25  
sb-08   - Loon- en grondverzetbedrijf   016   Oude Beemterweg   6  
sb-09   - Timmerbedrijf   162   Deventerstraat   565/567  
sb-10   - Transportbedrijf   494   Beemterweg
Klaverweg  
19
11  
sb-11   - Veevoederbedrijf   4621   Oude Beemterweg   20-22  
  • b. dependances, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen –

dependance';

  • c. tuin en/of erf;
  • d. ontsluitingswegen;
  • e. groenvoorzieningen;
  • f. beroepsuitoefening aan huis;
  • g. nutsvoorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' een gasmeet- en gasregelstation is toegestaan;
  • h. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn niet bestemd voor:
  • 1. inrichtingen als bedoeld in artikel 2.4. van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer;
  • 2. risicovolle inrichtingen;
  • 3. detailhandelsbedrijven, met uitzondering van:
  • I. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van nijverheid en industrie, in ter plaatse vervaardigde goederen, niet zijnde detailhandel in textiel, schoeisel en lederwaren, voedings- en genotmiddelen en huishoudelijke artikelen;
  • II. niet voor particulieren toegankelijke detailhandelsbedrijven die zich uitsluitend toeleggen op postorderactiviteiten;
  • III. bestaande detailhandelsbedrijven.
4.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 22 en de algemene aanduidingsregels van artikel 24 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 4.4 genoemde ontheffingen.

Bebouwing   Maximale oppervlakte/inhoud   Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
Gebouwen en overkappingen









 
120% van de bestaande oppervlakte aan gebouwen en overkappingen   de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' aangegeven waarde   de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouw-hoogte' aangegeven waarde   - voor het bepalen van de oppervlakte worden bedrijfswoningen, bijgebouwen en dependances niet meegeteld
- de uitbreiding ten opzichte van de bestaande oppervlakte mag in totaal niet meer dan 375 m2 bedragen
- per benzineservicestation is een luifel van 50 m2 toegestaan
- de afstand van gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 2,50 m  
Bedrijfswoningen   600 m3   4 m     - voor het bepalen van de inhoud worden inpandige garages en bergingen meegeteld;
- per bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' en 'bedrijfswoning uitgesloten'
- de afstand van de bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 2,50 m
- voor het splitsen van de bedrijfswoning in twee wooneenheden geldt het in artikel 22 lid 22.3 bepaalde
- de afstand van een op te richten bedrijfswoning tot bestaande kassen bedraagt ten minste 30 m  
Bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen   75 m2   3 m   5 m   - bijgebouwen en overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan worden opgericht (4.4.1a)  
Dependances   65 m2   3 m   5 m   - de totale oppervlakte aan bijgebouwen, overkappingen en dependances mag niet meer dan 75 m2 bedragen
- een dependance heeft geen zelfstandig recht op bijgebouwen  
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen
 
       
- erf- en terreinafscheidingen       2 m   - de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan bedraagt ten hoogste 1 m (4.4.1b)
 
- antenne-installaties
 
    15 m    
- paardenbakken, stapmolens en lichtmasten t.b.v. paardenbakken       2 m   - indien de paardenbak geen onderdeel vormt van het bedrijf als bedoeld in lid 4.1 onder a is er ten hoogste één paardenbak per bedrijfswoning toegestaan
- de afstand van een paardenbak tot (bedrijfs)woningen van derden bedraagt ten minste 50 meter
 
- overig
 
    6 m    

4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwing binnen het bestemmingsvlak teneinde de bebouwing in een compacte eenheid te situeren, voor zover dit noodzakelijk wordt geacht voor een landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare en verantwoorde inpassing in de omgeving.

Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

4.4 Ontheffing van de bouwregels
4.4.1 Ontheffingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 4.2 bepaalde:

  • a. voor het bouwen van bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en overkappingen voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan;
  • b. voor het ten behoeve van de privacy bouwen van een erf- of terreinafscheiding voor de voorgevelrooilijn bij bedrijfswoningen tot een bouwhoogte van 2 m, indien dit met het oog op de verkeers- en sociale veiligheid niet onaanvaardbaar is.
4.4.2 Voorwaarden voor ontheffing

Ontheffingen als bedoeld in dit lid kunnen alleen worden verleend voor zover de aldaar in het gebied voorkomende waarden dan wel het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

4.4.3 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

4.5 Specifieke gebruiksregels

Naast de algemene gebruiksregels van artikel 23 en de algemene aanduidingsregels van artikel 24 gelden de volgende specifieke regels.

4.5.1 Agrarisch gebruik

Agrarische bedrijvigheid is uitsluitend als nevenactiviteit toegestaan, mits dit niet leidt tot een milieuhygiënisch onaanvaardbare situatie.

4.5.2 Regels voor benzineservicestation

Voor een benzineservicestation gelden de volgende regels:

a. van de toegestane oppervlakte aan bebouwing per vestiging mag ten hoogste 75 m² worden benut als servicegebouw voor winkel, magazijn en sanitaire ruimten ten dienste van het benzineservicestation. Van deze bepaling zijn technische werkruimten, zoals werkplaatsen, wasinstallaties en overige technische ruimten uitgezonderd;

b. in het onder a genoemde servicegebouw zijn geen afzonderlijke ruimten voor detailhandel toegestaan;

c. al dan niet zelfstandige horecaruimten in de zin van café, bar, restaurant, snackbar et cetera zijn niet toegestaan. Buffetverkoop en verkoop uit automatiek zijn, als onderdeel van de detailhandelsactiviteiten, wel toegestaan;

d. bij beëindiging van het benzineservicestation dienen ondergeschikte nevenactiviteiten in de zin van detailhandel en horeca et cetera eveneens te worden beëindigd.

4.5.3 Beroepsuitoefening aan huis

Het gebruik van woningen en bijgebouwen voor beroepsuitoefening aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  • 1. dit gebruik beslaat niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning en 100% van de vloeroppervlakte van de bijgebouwen, met een gezamenlijk maximum van 50 m2 per kavel;
  • 2. gebruik heeft geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefmilieu;
  • 3. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer en veroorzaakt geen nadelige toename van de parkeerbehoefte;
  • 4. er wordt geen detailhandel uitgeoefend;
  • 5. het beroep wordt in ieder geval door de bewoner uitgeoefend.
4.5.4 Wegen ter plaatse van de aanduiding 'weg'

De rijbaanbreedte van wegen ter plaatse van de aanduiding 'weg' bedraagt ten hoogste 5 meter. Voor bestaande wegen die een grotere breedte hebben, geldt de bestaande breedte als maximum. Naast de rijbaan is aan één zijde van de weg een in twee richtingen berijdbaar fietspad of aan beide zijden een in één richting berijdbaar fietspad toegestaan, mits:

  • a. het fietspad binnen een afstand van ten hoogste 15 m uit de kant van de rijbaan is gesitueerd;
  • b. de breedte van een in één richting berijdbaar fietspad niet meer dan 2 m en van een in twee richtingen berijdbaar fietspad niet meer dan 3,50 m bedraagt.
4.6 Ontheffing van de gebruiksregels
4.6.1 Ontheffingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

  • a. het in lid 4.1 onder a1 en a2 bepaalde teneinde de vestiging van bedrijfstypen toe te staan die niet zijn genoemd in de Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten, dan wel voorkomen in een hogere categorie dan in het betreffende aanduidingsvlak is toegestaan, en die naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijfstypen die ter plaatse bij recht zijn toegestaan, met dien verstande dat de belasting van het (leef)milieu en het landschap in de omgeving alsmede de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig mogen toenemen en de belangen van de omliggende functies ook anderszins niet onevenredig mogen worden geschaad;
  • b. het in lid 4.5.4 bepaalde:
  • 1. teneinde de maximale rijbaanbreedte van wegen ter plaatse van de aanduiding 'weg' met ten hoogste 2 m te verbreden, mits dat voor een goede verkeersafwikkeling noodzakelijk is;
  • 2. teneinde fietspaden op een afstand tot ten hoogste 25 m uit de kant van de rijbaan aan te leggen, mits dat noodzakelijk is in verband met de ruimtelijke inrichting van de gronden.
4.6.2 Voorwaarden voor ontheffing

Ontheffingen als bedoeld in dit lid kunnen alleen worden verleend voor zover de aldaar in het gebied voorkomende waarden dan wel het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

4.6.3 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.