direct naar inhoud van Artikel 16 Wonen
Plan: Bestemmingsplan Buitengebied Noord-Oost
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1044-von1

Artikel 16 Wonen

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen, waaronder begrepen begeleid wonen;
  • b. dependances, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - dependance';
  • c. zorgwoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning';
  • d. beroepsuitoefening aan huis;
  • e. niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis;
  • f. kleinschalig kamperen in kampeermiddelen tot maximaal 20 plaatsen in de periode van 15 maart tot 31 oktober, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - kleinschalig kamperen';
  • g. tuin en/of erf;
  • h. nevenactiviteiten in de vorm van Bed&Breakfast en/of recreatief rustpunt;
  • i. nutsvoorzieningen,

met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen.

16.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 22 en de algemene aanduidingsregels van artikel 24 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 16.4 genoemde ontheffingen.

Bebouwing   Maximale oppervlakte/ inhoud   Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
Hoofdgebouwen   600 m3, tenzij anders aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume'   4 m     - voor het bepalen van de inhoud worden inpandige garages en bergingen meegeteld
- per bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' is één hoofdgebouw toegestaan, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal hoofdgebouwen'
- per hoofdgebouw is één woning toegestaan
- de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 2,50 m
- voor het splitsen van de woning in twee wooneenheden geldt het in artikel 22 lid 22.3 bepaalde
- de afstand van een op te richten hoofdgebouw tot bestaande kassen bedraagt ten minste 30 m  
Bijgebouwen en overkappingen   75 m² per hoofdgebouw,   3 m   5 m   - voor het bepalen van de oppervlakte worden alle op het perceel aanwezige gebouwen, niet zijnde het hoofdgebouw, meegeteld
- bijgebouwen en overkappingen mogen niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht (16.4.1b)  
Dependances   65 m2   3 m   5 m   - de totale oppervlakte aan bijgebouwen, overkappingen en dependances mag niet meer dan 75 m2 bedragen
- een dependance heeft geen zelfstandig recht op bijgebouwen  
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen
 
       
- erf- en terreinafscheidingen       2 m   - de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan bedraagt ten hoogste 1 m (16.4.1c)  
- antenne-installaties       15 m
 
 
- zwembaden   75 m² per hoofdgebouw
 
  0,5 m    
- paardenbakken, stapmolens en lichtmasten t.b.v. paardenbakken       2 m   - per hoofdgebouw mag 1 paardenbak worden aangelegd, ten minste 5 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde hiervan
- de afstand van een paardenbak tot (bedrijfs)woningen van derden bedraagt ten minste 50 meter
 
- overig       2 m- uitsluitend in samenhang met een ontheffing als bedoeld in lid 16.6.1 onder a z ijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een tennisbaan toegestaan tot een hoogte van ten hoogste 5 m  

16.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwing binnen het bestemmingsvlak teneinde de bebouwing in een compacte eenheid te situeren, voor zover dit noodzakelijk is voor een landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare en verantwoorde inpassing in de omgeving.

Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

16.4 Ontheffing van de bouwregels
16.4.1 Ontheffingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 16.2 bepaalde:

  • a. teneinde de maximaal toegelaten oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij het hoofdgebouw met ten hoogste 50 m² stalruimte uit te breiden indien direct aansluitend bij (het erf van) het hoofdgebouw ten minste 1 hectare grond hoort;
  • b. voor het bouwen van bij het hoofdgebouw behorende bijgebouwen en overkappingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan;
  • c. voor het ten behoeve van de privacy bouwen van een erf- of terreinafscheiding voor de voorgevelrooilijn bij hoofdgebouwen tot een bouwhoogte van 2 m, indien dit met het oog op de verkeers- en sociale veiligheid niet onaanvaardbaar is.
16.4.2 Voorwaarden voor ontheffing

Ontheffingen als bedoeld in dit lid kunnen alleen worden verleend voor zover de aldaar in het gebied voorkomende waarden dan wel het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

16.4.3 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.

16.5 Specifieke gebruiksregels

Naast de algemene gebruiksregels van artikel 23 en de algemene aanduidingsregels van artikel 24 gelden de volgende specifieke regels.

  • a. De aanleg van en het gebruik van gronden als tennisbaan met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde is niet toegestaan.
  • b. De vloeroppervlakte ten behoeve van nevenactiviteiten in de vorm van Bed&Breakfast en/of recreatief rustpunt bedraagt niet meer dan 75 m2, waarbij buitenopslag ten behoeve van de nevenactiviteiten niet is toegestaan.
  • c. Het gebruik van woningen en bijgebouwen voor beroepsuitoefening aan huis en voor niet-publiekgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
  • 1. dit gebruik beslaat niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning en 100% van de vloeroppervlakte van de bijgebouwen, met een gezamenlijk maximum van 50 m2per kavel;
  • 2. het gebruik heeft geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefmilieu;
  • 3. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer en veroorzaakt geen nadelige toename van de parkeerbehoefte;
  • 4. er wordt geen detailhandel uitgeoefend;
  • 5. de activiteiten veroorzaken geen duurzame ontwrichting van de bestaande distributieve voorzieningen en hebben geen ernstige verstoring van de verzorgingsstructuur tot gevolg;
  • 6. het beroep respectievelijk de bedrijfsmatige activiteiten wordt respectievelijk worden in ieder geval door de bewoner uitgeoefend;
  • 7. bedrijfsmatige activiteiten zijn alleen toegestaan voor zover deze zijn genoemd in de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis dan wel naar hun aard en invloed vergelijkbaar zijn met de in deze Lijst genoemde activiteiten.
16.6 Ontheffing van de gebruiksregels
16.6.1 Ontheffingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 16.5 bepaalde:

  • a. voor de aanleg van en het gebruik van gronden als tennisbaan, mits:
  • 1. de tennisbaan wordt aangelegd achter het hoofdgebouw;
  • 2. de tennisbaan niet bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd;
  • 3. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de tennisbaan, zoals ballenvangers, niet meer dan 5 meter bedraagt.
16.6.2 Voorwaarden voor ontheffing

Ontheffingen als bedoeld in dit lid kunnen alleen worden verleend voor zover de aldaar in het gebied voorkomende waarden dan wel het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

16.6.3 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 27 opgenomen procedureregels van toepassing.