direct naar inhoud van 6.5 Natuurwaarden
Plan: Bestemmingsplan Beekbergsebroek - Biezematen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1043-von1

6.5 Natuurwaarden

Algemeen

Bescherming van natuurwaarden vindt plaats via de Flora- en faunawet, de Habitat- en Vogelrichtlijn, de Natuurbeschermingswet, de Boswet en de provinciale richtlijn voor Bos- en natuurcompensatie.

Soortbescherming

Op grond van de Flora- en faunawet is iedere handeling verboden die schade kan toebrengen aan de op grond van de wet beschermde planten en dieren en/of hun leefgebied. Op grond van artikel 75 van de wet kan ontheffing van het verbod worden verleend en op grond van de ex artikel 75 vastgestelde AmvB gelden enkele ontheffingen van het verbod. Het systeem werkt als volgt:

  • algemene soorten
    Voor de (met name genoemde) algemene soorten geldt (onder andere) voor activiteiten die zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing van het verbod.
  • overige soorten
    Voor de overige (met name genoemde) soorten geldt (onder andere) voor activiteiten die zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing van het verbod, mits die activiteiten worden uitgevoerd op basis van een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Wanneer er geen (goedgekeurde) gedragscode is, is voor die soorten een ontheffing nodig; de ontheffingsaanvraag wordt voor deze soorten getoetst aan het criterium 'doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort'.
  • soorten bijlage IV Habitatrichtlijn/bijlage 1 AmvB
    Voor de soorten die zijn genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en bijlage 1 van de AmvB artikel 75 is voor activiteiten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling een ontheffing nodig. De ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria:
    • 1. er is sprake van een in of bij de wet genoemd belang (daaronder valt de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling); en
    • 2. er is geen alternatief; en
    • 3. doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort.

Voor vogelsoorten bestaat geen ontheffingsmogelijkheid.

Naast de hiervoor beschreven soortbescherming kan ook een gebiedsbescherming gelden op grond van de Natuurbeschermingswet en de Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Aangezien het plangebied niet ligt in een gebied waarvoor zo'n gebiedsbescherming geldt en ook niet in de invloedssfeer van zo'n gebied, wordt daarop niet verder ingegaan. Dit geldt ook voor de ligging de Natuurbeschermingswet, de Boswet en de provinciale richtlijn voor Bos- en natuurcompensatie.

Flora wordt ook beschermd door de Boswet en de provinciale richtlijn Bos- en natuurcompensatie uit 1998, die is gericht op de instandhouding van het bos- en natuurareaal in de provincie Gelderland. Voor gronden met de hoofd- of medebestemming 'Bos' en 'Natuur' die in het kader van ruimtelijke planvorming wordt aangetast, gelden bepaalde compensatieregels. Het plangebied heeft niet een dergelijke hoofd- dan wel medebestemming.

Onderzoeksresultaten

In het plangebied is in 2005 (Biezematen), 2006 en 2008 (Beekbergsebroek) een inventariserend soortenonderzoek verricht.

Biezematen

Flora (Eelerwoude b.v., actualisatie Flora en faunaonderzoek RBAZ)

Er zijn geen zeldzame, bedreigde of beschermde plantensoorten aangetroffen.

Fauna (Adviesbureau Mertens, 4 plangebieden)

In de Biezematen zijn beschermde natuurwaarden aangetroffen onder de grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, broedvogels en amfibieën.

Grondgebonden zoogdieren

Veel grondgebonden zoogdieren zijn aangetroffen in dekkende vegetaties als wegbermen en bosschages. Soorten die hieraan zijn gebonden zijn: egel, veldmuis, huisspitsmuis, bosmuis en mol. De wegbermen langs de snelweg, inclusief de sloten en bosschages zullen behouden blijven. Effecten op de grondgebonden zoogdieren die gebonden zijn aan dekkende vegetaties als wegbermen en bosschages worden derhalve niet voorzien. Voor ree, konijn en haas geldt dat het gebied definitief verloren gaat als leefgebied bij realisatie van de plannen. Effecten op ree, konijn en haas worden echter niet voorzien omdat geen van deze soorten is opgenomen op de Rode lijst van bedreigde diersoorten.

Vleermuizen

Er zijn twee soorten vleermuizen aangetroffen in relatief lage dichtheden. Het betreft dwergvleermuis en laatvlieger die het gebied marginaal gebruiken als foerageergebied. Op deze algemeen voorkomende soorten die huizen in gebouwen worden geen effecten voorzien omdat het plangebied al marginaal foerageergebied is. De plannen verminderen de kwaliteit als foerageergebied niet.

Broedvogels

Met name huismus, ringmus en boerenzwaluw zijn kenmerkend voor het plangebied de Biezematen. Deze soorten zijn opgenomen op de Rode lijst van bedreigde vogelsoorten en staan te boek als gevoelig. Met de realisatie van de plannen verdwijnen voor deze soorten nestplaatsen en het leefgebied. Hierdoor wordt het gebied volledig ongeschikt voor deze soorten. Het gebied de Biezematen zal een metamorfose ondergaan van vrij kleinschalig agrarisch gebied naar een verstedelijkt gebied met nieuwbouw bedrijfspanden.

Hoewel het niet extreem slecht gaat met huismus, ringmus en boerenzwaluw wordt echter wel geadviseerd om voor huismus en ringmus nestkasten te realiseren in een nabijgelegen agrarisch gebied. Voor boerenzwaluw geldt dat de achteruitgang grotendeels te wijten is aan verminderde kwaliteit van trekroutes en overwinteringsgebieden. De afname van boerenzwaluw is derhalve niet aan een Nederlandse oorzaak te wijten.

In de Biezematen zijn bij onderzoek in 2005 geen roofvogels, uilen of spechten aangetroffen. Bij een verkenning in mei 2009 zijn echter wel één broedlocatie (nestkast) van de kerkuil aangetroffen met veel mest en braakballen en door het gehele terrein zijn talrijke sporen (mest) van de steenuil gevonden op weidepaaltjes en op daken van schuren, wat een aanwijzing is voor een bezet territorium en dus een mogelijk broedgeval. De nesten van deze vogelsoorten, evenals vaste rust- en verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd. Hoewel de broedplaatsen niet aangetast worden, gaat er wel foerageergebied verloren; hiervoor dient een ontheffing te worden aangevraagd bij LNV, conform artikel 75 van de Flora- en faunawet. Een dergelijke ontheffing wordt alleen verleend als er een goed compensatieplan aanwezig is en voorkomen wordt dat er een ecologisch gat ontstaat. De totale natuurcompensatie voor de uilen omvat een gebied van in totaal 12,7 ha, dat gerealiseerd dient te zijn voordat de huidige foerageergebieden op de schop gaan.

Amfibieën

De amfibieën in de Biezematen zijn voornamelijk in en rond de bermsloten van de snelweg A50 en A1 waargenomen. Hun vermoedelijke overwinteringsgebied zijn de oevers van de sloten en de bosschages langs de snelwegen. De wegbermen langs de snelweg, inclusief de sloten en bosschages zullen behouden blijven. Effecten op deze algemeen voorkomende en niet bedreigde amfibieën worden derhalve niet voorzien.

Beekbergsebroek

In 2004 is voor het gebied tussen de A1, de A50, het Kanaal en de Traandijk een basisnatuurtoets uitgevoerd, met als doel een eerste indruk te krijgen van de ecologische waarde van het terrein. Uit deze toets kwam naar voren dat een uitgebreid flora- en faunaonderzoek noodzakelijk was. Dit heeft plaatsgevonden in 2006 (bureau Mertens).Een vervolg- en herhalingsonderzoek met een uitbreiding van het onderzoeksterrein aan de westzijde van het Kanaal en in de uiterste oostpunt heeft plaatsgevonden in 2008 (bureau Eelerwoude).

Het gebied bestaat overwegend uit agrarisch gebied met graslanden en maïsakkers. Verspreid liggen een aantal bosjes van circa 35 jaar oud, aangeplant als boscompensatie voor de A1 en de A50. Door het gebied is nog een aantal restenten van elzen- en eikensingels aanwezig; een herinnering aan de ontginning van dit gebied in het begin van de 20e eeuw. Aan de westzijde ligt het Apeldoorns kanaal met aan weerszijden hoog opgaande bomenrijen van Amerikaanse eik. In het oostelijke deel ligt een oude gekanaliseerde beek, die het water via een duiker onder de A50 afvoert naar de Grote Leigraaf.

Het gebied is in de jaren '70-'80 van de vorige eeuw sterk ontwaterd ten behoeve van de landbouw. Door de verdroging zijn de oorspronkelijke natuurwaarden grotendeels verdwenen. Zo werden tijdens een onderzoek in 1987 langs een doodlopende landweg nog restanten van de oorspronkelijke droge en natte heidevegetatie aangetroffen, met onder andere tormentil, struik- en dopheide en blauwe knoop.

Flora

In het gebied zijn geen beschermde planten of Rode lijstsoorten meer aangetroffen. De in 2004 nog aangetroffen vogelmelk is verdwenen, evenals de zwanenbloem en het prachtklokje (Mertens 2006).

Vogels

Het gebied is opvallend arm aan weidevogels: er zijn enkele paren kieviten en één paar scholeksters aangetroffen. Dit zal zijn oorzaken hebben gevonden in de ontwatering, intensivering van de landbouw en verandering in het landgebruik (maïsakkers en kunstweiden). Wel is het gebied rijk aan huismussen, ringmussen en boerenzwaluwen; op vrijwel elk erf zijn deze soorten te vinden. Andere meer bijzondere kleinere vogelsoorten zijn braamsluiper, grasmus, spotvogel, graspieper, grauwe vliegenvanger en kneu. De grote bonte specht is op een viertal plaatsen roepend waargenomen, wat wijst op de aanwezigheid van territoria. De buizerd is met twee broedgevallen aanwezig in het plangebied, evenals de steenuil (één territorium bij de ontsluitingsweg en één in de uiterste oostpunt. De kerkuil is eveneens in deze punt met een territorium aanwezig; een broedgeval kon echter niet worden vastgesteld.

Zoogdieren

In het gebied komen algemene zoogdieren als konijn, haas, egel, woelrat en veldmuis voor. Regelmatig wordt het gebied langs de Traandijk gebruikt door reeën uit het Beekbergerwoud.

In het plangebied zijn vijf soorten vleermuizen aangetroffen: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis. Deze soorten komen vooral langs de randen voor; het middengebied is te open voor vleermuizen. De gewone dwergvleermuis is verspreid door het hele gebied waargenomen. Deze soort is op een aantal erven aangetroffen, waar hij zich zal ophouden achter gevel- en dakbeschot. Een belangrijke foerageerplaats is het Apeldoorns kanaal. De grootoor komt voor in de bosjes nabij het dierenasiel aan de Kuipersdijk en bewoont het nabijgelegen erf. De laatvlieger en de rosse vleermuis zijn uitsluitend foeragerend waargenomen en wel op twee plekken: bij het kanaal en ter hoogte van de Veldweg/Kuipersmaat. De watervleermuis is eveneens foeragerend boven het kanaal waargenomen; wellicht gebruikt deze soort hier boomholtes in de Amerikaanse eiken.

Amfibieën en vissen.

Het gebied is door gebrek aan permanent, stilstaand water arm aan amfibieën: alleen de bastaardkikker en de gewone pad zijn aangetroffen. In de watergang in het uiterste oosten van het gebied komt het bermpje voor, een beschermde soort die gebonden is aan stromend water.