direct naar inhoud van 6.3 Kabels, leidingen en rooilijnen rijkswegen
Plan: Bestemmingsplan Beekbergsebroek - Biezematen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1043-von1

6.3 Kabels, leidingen en rooilijnen rijkswegen

6.3.1 Kabels en leidingen

Naast de eerder onder externe veiligheid genoemde leidingen loopt parallel aan de rijksweg A1 een straalpad voor telecommunicatie door het gebied. Daar waar dit straalpad loopt mag niet hoger gebouwd worden dan 80 meter.

In de planontwikkeling wordt uitgegaan van een maximale bouwhoogte van 25 meter. Voor de planontwikkeling heeft de ligging van het straalpad derhalve geen gevolgen.

6.3.2 Rooilijnenbeleid

Rijkswegen

Volgens het rooilijnenbeleid van Rijkswaterstaat dient bij rijkswegen een bebouwingsvrije zone van 50 meter uit de as van de dichtstbij gelegen rijbaan opgenomen worden. Voor een afstand tussen de 50 en 100 meter geldt een overlegzone. Voor het bouwen binnen deze laatste zone is toestemming van Rijkswaterstaat vereist. Hierbij kan worden opgemerkt dat momenteel plannen worden ontwikkeld voor capaciteitsuitbreiding van de A1, zodat bouwen op korte afstand van deze snelweg naar verwachting niet wordt toegestaan.

Spoorwegen

Vanwege het bouwen in de nabijheid van de spoorlijn dient rekening te worden gehouden met de afstandsbepalingen die zijn opgenomen in de Spoorwegwet. In artikel 19 van de Spoorwegwet is opgenomen dat het zonder vergunning niet is toegestaan de gronden binnen de begrenzing van de hoofdspoorweg te bebouwen of te beplanten of hier bepaalde werkzaamheden uit te voeren. In artikel 20 van de Spoorwegwet is vastgelegd welke gronden tot de hoofdspoorweg behoren: indien de spoorlijn zich op maaiveldniveau bevindt, worden de gronden binnen een afstand van 11 meter van het hart van het buitenste spoor gerekend tot de hoofdspoorweg. Bij een opgehoogde of ingegraven spoorweg geldt een afstand van 6 meter vanaf de teen van het talud respectievelijk de bovenzijde van de ingraving.

De bebouwing wordt op een grotere afstand dan 11 meter van het hart van het buitenste spoor gerealiseerd. De Spoorwegwet legt derhalve geen beperkingen op aan de realisering van de bebouwing. Indien binnen de zone beplanting wordt aangelegd of werkzaamheden worden uitgevoerd, wordt een vergunning aangevraagd.