direct naar inhoud van 5.3 Ontwikkelingsplan Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn-Zuid
Plan: Bestemmingsplan Beekbergsebroek - Biezematen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1043-von1

5.3 Ontwikkelingsplan Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn-Zuid

In het Ontwikkelingsplan Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid is het voorkeursalternatief uit het MER uitgewerkt tot een stedenbouwkundig plan, waarin de stedenbouwkundige opzet en landschappelijke inpassing van het nieuwe bedrijventerrein zijn vastgelegd. In het Ontwikkelingsplan is daarnaast aangegeven welke voorgestelde maatregelen uit het Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA) zijn/worden meegenomen in de planvorming voor het bedrijventerrein. Hierna worden het ruimtelijk concept en de structuur van de verschillende deelgebieden beschreven.

5.3.1 Ruimtelijk concept

Eilanden in het landschap

Het bedrijventerrein bestaat uit een drietal bedrijvenclusters, die in een sterk landschappelijk raamwerk zijn ingebed. Anders dan de traditionele stadsuitbreiding wordt hier bewust op afstand van de stad, in het landschap gebouwd. Op deze manier wordt duidelijk dat het hier om een incident gaat en dat het bedrijventerrein 'te gast' is in het landschap. Bebouwing en het open landschap hebben daarmee een sterke verbondenheid. De regionale oriëntatie van het bedrijventerrein wordt hierdoor bovendien versterkt.

De gekozen inzet zorgt voor een contrast met en afstand tot de bestaande stad en vraagt om compacte eenheden die zijn ingepast in en reageren op het landschap. Niet de bedrijfsgebouwen en hun reclame-uitingen bepalen het beeld van het nieuwe bedrijventerrein, maar de groene randen, de fraai vormgegeven (infrastructurele) kunstwerken en de ruimte voor een markant bedrijvenpaviljoen.

Landschappelijk raamwerk

Belangrijke dragers voor het landschappelijk raamwerk zijn de omliggende groenstructuren. Dit zijn het Apeldoorns Kanaal, de Traandijk (als grens van het Beekbergerwoud) en de groene wig langs de Elsbosweg. Het huidige landschap kenmerkt zich door de lange lijnen. Om het landschap leesbaar te houden wordt bij de bestaande lijnen aangesloten. De inpassing van het bedrijventerrein sluit in maat en schaal aan bij het omliggende landschap en wordt vormgegeven met landschappelijke elementen.

Daarbij worden de afstanden ten opzichte van de snelwegen, het kanaal, het Beekbergerwoud en de onderlinge afstand tussen de eilanden zo ruim mogelijk gehouden. Doel is om de landschappelijke eenheden zo groot en leesbaar mogelijk te houden. Zo blijft het bedrijventerrein een 'gast' in het landschap. De inrichting sluit ook bij dit principe; in dit bedrijventerrein geen designbankjes, vijvers met fonteinen, kortom geen parkachtige setting, maar koeien, grasland, hakhoutwallen, sloten en bomenlanen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1043-von1_0016.jpg"

Planontwikkeling conform Ontwikkelingsplan (bron: Ontwikkelingsplan Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid)

Beekbergsebroek en Biezematen verschillen ruimtelijk van elkaar

Het is logischer om met de Biezematen aansluiting te zoeken bij het bestaande deel van de Ecofactorij dan bij het Beekbergsebroek. Ook hier geldt dat het landschap leesbaar moet blijven ondanks de ingreep. Beide terreinen liggen te ver van elkaar verwijderd om een samenhang overtuigend voelbaar te maken.

Zicht en uitzicht

Gezien het streven het bedrijventerrein ín het landschap te leggen, is ervoor gekozen afstand te houden tot de snelwegen A1 en A50. Dit wordt gedaan door ten opzichte van de A1 minimaal 100 meter afstand te houden en door langs de A50 een groot deel van het agrarisch landschap intact te houden. De traditionele 'zichtlocaties' ontbreken dus; op strategische plekken is echter wel een representatief beeld van de bedrijveneilanden te zien in de vorm van accenten. Op deze manier wordt het groene beeld vanaf de snelweg behouden, zonder te ontkennen dat hier een belangrijk bedrijventerrein voor de regio ligt.

Een groen bedrijventerrein

Om bij te dragen aan de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein, wordt een gedeelte van het uitgeefbaar terrein ingericht als gemeenschappelijk groen. Om een voldoende robuust raamwerk te maken, wordt het groen geclusterd en strategisch ingezet. Dit betekent dat in het Beekbergsebroek de te ontwikkelen bedrijvenkavels niet per definitie rechtstreeks aan het groen hoeven te grenzen. In Biezematen is dit wel het geval, wegens de gewenste aansluiting op de inrichting van de Ecofactorij. Voor het uitgeefbare groen wordt een samenhangend ontwerp gemaakt waarbij de gemeente de regie heeft (door ondermeer het stellen van randvoorwaarden aan de inrichting) zodat dit groen ook daadwerkelijk bijdraagt aan de landschappelijke inpassing. De inrichting en het beheer van het uit te geven groen worden gezamenlijk geregeld.

Voor de Biezematen (Ecofactorij II) is de groenstructuur rechtstreeks vastgelegd in het bestemmingsplan. Een deel van de groenstructuur (De groene rand langs de A1 en de A50) is opgenomen in de bestemming 'Groen'. Voor het groen dat centraal op het bedrijventerrein wordt gerealiseerd, is een regeling opgenomen binnen de bestemming 'Bedrijventerrein': er dient, gekoppeld aan de centrale hoofdontsluiting, een aaneengesloten groenvoorziening met een oppervlak van minimaal 25.000 m2 te worden gerealiseerd. Verder zijn binnen alle bestemmingen groenvoorzieningen toegestaan.

Voor de Beekbergsebroek is de realisering van de beoogde groenstructuur gegarandeerd doordat een en ander is vastgelegd in de uitwerkingsregels die gelden voor de bestemming 'Bedrijventerrein - uit te werken'. Zo is bepaald dat de gronden langs de randen van het bedrijventerrein, waar deze grenzen aan de bestemming 'Agrarisch', moeten worden voorzien van een groene inrichting, al dan niet in combinatie met ontsluitingswegen. Tevens is in de uitwerkingsregels bepaald dat de bufferzone tussen Beekbergsebroek Noord en Beekbergsebroek Zuid minimaal 65 m breed dient te zijn, met een oppervlakte van minimaal 60.000 m². De groene bufferzone mag op maximaal 2 locaties doorsneden worden ten behoeve van ontsluitingswegen.

Elke fase een afgerond geheel

Het ontwikkelingsplan kent een faseringsstrategie die zodanig is, dat na elke fase sprake is van een afgerond geheel.

Een brug over het Kanaal

Er is gekozen het Apeldoorns Kanaal met een brug te kruisen. De brug vormt de enige entree van de bedrijveneilanden in het Beekbergsebroek. Zij biedt een bijzonder perspectief op het gebied; bij aankomst een panorama over het bedrijventerrein, bij vertrek op de Veluwe. Het is belangrijk dat de brug zorgvuldig wordt ingepast. De brug dient met haar constructie ruim onder de kronen van de Amerikaanse eiken langs het kanaal te blijven. De oevers van het kanaal liggen hoger dan hun omgeving. Door de brug een grote overspanning te geven, wordt de autonomie van het kanaal zo min mogelijk aangetast. Bij de vormgeving van de brug wordt een nieuwe generatie aan de bestaande bruggen over het kanaal toegevoegd. Voor zowel het bedrijventerrein, als het kanaal is een hoogwaardige vormgeving van de brug essentieel en is het principe 'vorm volgt functie' uit de bruggenvisie leidend.

5.3.2 Attentiezones

Het plan kent attentiezones, die aan de randen van de bedrijfseilanden liggen. Hierna worden deze zones beschreven.

A1 – A50

De A1 en de A50 vormen aan twee zijden de begrenzing van beide deelgebieden van het bedrijventerrein. Ze liggen als een barrière tussen de stad Apeldoorn en de twee deelgebieden. Beide snelwegen doorkruisen de Veluwe en hebben een voor Nederlandse begrippen ongewoon lang trajectdeel zonder aaneengesloten bebouwing en verlichting. Waar de wegen Apeldoorn passeren, zijn ze ingebed in het groen; de snelweg loopt dóór het landschap heen, de stad ligt op (enige) afstand. Dat versterkt het imago van Apeldoorn als 'groene' stad. De A1 volgt de overgang van de Veluwe naar het IJsseldal die kenmerkend is voor de ligging van Apeldoorn. Komend vanaf de Veluwe ligt aan beide zijden langs de A1 tot aan het Apeldoorns

Kanaal een besloten landschap. Bij het Apeldoorns Kanaal is er een abrupte overgang naar een open landschap aan de zuidzijde van de A1. Juist daar bevindt zich het grootste deel van het plangebied. Door zijn ligging op maaiveld belemmert de A50 de openheid van het landschap niet of nauwelijks. Deze openheid is karakteristiek voor de oostelijke helft van Apeldoorn en het IJsseldal. De openheid heeft bovendien een prachtige keerzijde: komend vanuit de richting Deventer ontvouwt zich voor automobilisten op de A1 ter hoogte van het Knooppunt Beekbergen een prachtig zicht op het Veluwemassief. Het zicht vanuit een auto op de omgeving is uiteraard afhankelijk van de snelheid waarmee de automobilist passeert, maar ook van de verstoring van het zichtveld en de mate van aandacht die van de bestuurder wordt gevraagd. Bij normale snelheid is er een zichthoek van circa 30°. Bij langzaam rijdend en stilstaand verkeer is de zichthoek groter, oplopend tot circa 90° bij filesnelheden. De ruimtelijke structuur van Beekbergsebroek is afgestemd op het zichtveld van automobilisten uit westelijke richting, door de bebouwing vanaf de snelweg te laten wijken, de oksel (de 'kop') zelf onbebouwd te laten en ook bij lage snelheden een aantrekkelijk beeld te creëren. Voor automobilisten op de A1 uit oostelijke richting en op de A50 is de zichtrelatie van minder belang, omdat zij om uiteenlopende redenen geen open zicht hebben op het gebied. Wel wordt in de hoogteopbouw van het bedrijventerrein rekening gehouden met het zicht op het Veluwemassief.

Zone rond het Apeldoorns Kanaal

Het Apeldoorns Kanaal, ooit gegraven ten behoeve van de bedrijvigheid in Apeldoorn, is een

belangrijke ruimtelijke drager voor Apeldoorn. Het kanaal is zichtbaar van belang geweest voor de ontwikkeling van de stad. Inmiddels heeft het zijn oorspronkelijke functie van vaarweg

verloren. In de toekomst is het streven het kanaal weer bevaarbaar te maken. Het kanaal is nu een waardevol landschappelijk element, waarvan de oevers in gebruik zijn als recreatieve verbinding met het ommeland. Het kanaal heeft in dit gebied een kenmerkend asymmetrisch profiel, met aan de westzijde een dubbele bomenrij waar een weg tussendoor loopt en aan de oostzijde een jaagpad en een enkele bomenrij en een route voor langzaam verkeer. Met zijn oevers, begeleidende boomstructuren en de strook met opgaande beplanting heeft het Apeldoorns Kanaal een hoge ecologische waarde. Ten zuiden van de stad zorgen de bestaande groenstructuren op de perceelgrenzen in de zone langs het kanaal voor een geleidelijke overgang tussen het kanaal en het bedrijventerrein.

Groene wig

Met het beleid van de 'Groene Mal' zet Apeldoorn voor de oostelijke helft van de stad in op 'groene wiggen' die ver doorlopen in de stad en deze verbinden met het ommeland. De groene wiggen hebben zowel een ecologische als recreatieve functie. In Beekbergsebroek vormt de route Polderweg/Elsbosweg de ruggengraat van de groene wig in het verlengde van het Matenpark. De route moet een aantrekkelijke recreatieve verbinding vormen met Klarenbeek en met het Beekbergerwoud. Bij de inrichting van de wig wordt zoveel mogelijk aangesloten op de bestaande landschappelijke kenmerken van het gebied. Ten oosten van de twee bedrijfseilanden, in de groene wig, is ruimte voor een paviljoen dat aan de route ligt. Dit paviljoen kan onder andere dienen als faciliteitencentrum voor het bedrijventerrein en als horecagelegenheid voor recreanten.

Beekbergerwoud

Op de plaats waar zich tot circa 150 jaar geleden het laatste oerbos van West-Europa bevond is Natuurmonumenten bezig met natuurontwikkeling. Het doel is de ontwikkeling van een nat bos dat enigszins vergelijkbaar is met het oerbos dat er lag. Het Beekbergerwoud krijgt primair een ecologische functie als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur, maar er zullen ook recreatieve routes door het woud worden aangelegd. Vernatting is een belangrijke voorwaarde voor de succesvolle ontwikkeling van het gebied. Daarmee is rekening gehouden bij de inrichting van het aangrenzende bedrijventerrein Beekbergsebroek Zuid, onder andere door het houden van afstand en het maken van een groene bufferzone tussen het zuidelijke bedrijfseiland en het Beekbergerwoud.

De kop van Beekbergsebroek

Voor de kop van Beekbergsebroek staat behoud van het open weidelandschap voorop. Het gebied gaat weliswaar niet op slot, maar de mogelijkheden voor verandering zullen beperkt zijn. De kop van Beekbergsebroek zal de huidige, overwegend agrarische, bestemming behouden.

5.3.3 Deelgebieden

Het bedrijventerrein Apeldoorn Zuid wordt ontwikkeld in drie fasen. In elke fase wordt een afgeronde eenheid aangelegd. Dat geldt zowel voor de bebouwing als voor de groenstructuur. Het groen wordt geconcentreerd in buitenranden. Hier wordt ingezet op kwaliteit. Dit betekent dat de bedrijfseilanden zelf een hoge dichtheid van bebouwing en verharding kennen.

Biezematen (fase 1)

Door zijn ligging tegen bedrijventerrein Ecofactorij en de geïsoleerde ligging tussen snelwegen en spoor is voor Biezematen verbinding gezocht met de Ecofactorij. Op aspecten als ontsluiting, type bedrijven en uitgifte van groen is Biezematen dan ook in zekere zin een voortzetting van het aangrenzende bedrijventerrein. Een verschil is de manier van gronduitgifte: waar in de Ecofactorij elk bedrijf zelf verantwoordelijk was voor de inrichting van het aan te leggen groen op de kavel wordt in Biezematen ongeveer 30% van de uit te geven grond, die grenst aan de bouwpercelen, ingericht als gemeenschappelijk groengebied.

De gezamenlijke inrichting van het uit te geven groen vraagt om een sterk beeld en een goede handhaving in met name deze zones. Daarbij speelt de overgang van (semi)openbaar – privé een belangrijke rol. Een zorgvuldige, samenhangende en heldere vormgeving van deze overgang draagt bij aan de groene kwaliteit van de straten binnen het bedrijventerrein. Mede daardoor krijgt Biezematen een duidelijk groen profiel, zowel intern als voor automobilisten op knooppunt Beekbergen die uitkijken op een groene zoom rond het terrein. De bebouwing is georiënteerd op de uit te geven groene ruimtes, terwijl de ontsluiting aan de binnenzijde ligt. Door de geringe diepte van de kavels langs de snelweg is een tweezijdige oriëntatie van de bebouwing hier gewenst.

Beekbergsebroek Noord (fase 2)

Beekbergsebroek Noord ligt als een eiland tussen het Apeldoorns Kanaal, de A1 en de Polderweg/Elsbosweg die deel uitmaken van de groene wig tussen het Matenpark en het Beekbergerwoud. De bebouwing richt zich vooral op de groene randen die het gebied omzomen, waardoor het terrein van buitenaf een herkenbaar profiel krijgt. Ten zuiden van het bedrijveneiland wordt een gezamenlijke groene strook ingericht die na ontwikkeling van Beekbergsebroek Zuid als scheiding én verbinding fungeert tussen beide bedrijveneilanden. Deze strook is, met inbegrip van de hoofdontsluitingsweg, voet- en fietspaden en dergelijke, minimaal 140 meter breed. Van deze groene strook dient minimaal 65 meter daadwerkelijk als 'groen' te worden ingericht (zonder ontsluitingsweg, parkeervoorziening, voet- en fietspaden. Dit is als uitwerkingsregel binnen de bestemming 'Bedrijventerrein - uit te werken' opgenomen.

Op de kop van Beekbergsebroek Noord ligt een paviljoen als baken in het groene landschap, duidelijk zichtbaar voor de automobilisten op de zuidelijke rijbaan van de A1. Aan de andere zijde ligt de ontsluitingsweg die via een fraaie brug over het kanaal voert. Deze brug is vereist, omdat verkeerskundig een gelijkvloerse kruising met Kanaal Zuid ongewenst is en er rekening wordt gehouden met het weer bevaarbaar maken van het Apeldoorns Kanaal. Ook voor dit gebied worden brede groene profielen voorgesteld, met in samenhang ontworpen erfafscheidingen, die bijdragen aan een heldere scheiding tussen privé en openbaar.

Beekbergsebroek Zuid (fase 3)

Beekbergsebroek Zuid ligt als een eiland tussen het Apeldoorns Kanaal, Beekbergsebroek Noord, de groene wig in het verlengde van het Matenpark en het Beekbergerwoud. Hier richt de bebouwing zich vooral op de interne ontsluitingswegen die een aantrekkelijk groen profiel krijgen, met de eerder beschreven erfafscheidingen.

Het bedrijveneiland krijgt aan alle zijden een groene rand die aan de oostzijde deel uitmaakt van een gezamenlijke groenstrook. Het terrein wordt bovendien doorsneden door een wat smallere groenstrook, die de lengte van het terrein doorbreekt. Met name de zuidzijde vraagt om een zorgvuldige inpassing van de rand van het eiland richting het Beekbergerwoud.

De oriëntatie van deze kavels is hier gericht op de ontsluitingsweg aan de noordzijde van de percelen. De achterzijde van de kavels wordt omzoomd met een 30 meter brede houtwal, die vanaf de Traandijk de bebouwing voor een groot deel uit het zicht neemt. Aan de zijde van het kanaal wordt het bedrijveneiland begrensd door de in te passen Blaarschoten, op 140 meter van het Kanaal. Waar het bedrijvencluster overal met achterzijden richting het landschap ligt, keren de bedrijven zich aan deze zijde van het cluster, rond de hoofdentree van het gebied, juist om en oriënteren zich op het landschap. Zo krijgt de hoofdentree van het gebied een hoogwaardige begeleiding met bebouwing. Het bouwen in de nabijheid van het Apeldoorns Kanaal vraagt om een extra zorgvuldige inpassing van deze rand.

5.3.4 Groenstructuur

Ruimtelijke eenheden

Een belangrijk gebiedskenmerk is dat het landschap rond het Apeldoorns Kanaal van karakter verandert van een besloten boslandschap (in het westen), naar een meer open agrarisch landschap met weiden (in het oosten). Deze karakteristiek van het gebied dient behouden te blijven bij de inpassing van het bedrijventerrein in Beekbergsebroek, met aan de ene kant zicht op het Veluwemassief en aan de andere kant een blik op het zich openende landschap van de IJsselvallei.

Belangrijkste ruimtelijke dragers in het gebied zijn de zone rond het Apeldoorns Kanaal, het Beekbergerwoud, de A1/A50 en de groene wig, elk met een eigen ruimtelijke dynamiek en verschijningsvorm.

Talud A1

Het gewenste beeld voor het gebied tussen de A1 en het bedrijvencluster is een open graslandschap waarop schapen gehouden kunnen worden om het gebied te onderhouden. Door het gebied lopen recreatieve paden die het (open) landschap ontsluiten voor recreanten vanuit Apeldoorn (de Maten) en vanuit het bedrijventerrein. De rand van het bedrijventerrein wordt landschappelijk benadrukt door opgaande beplanting.

Zone Traandijk-Beekbergerwoud

Langs het Beekbergerwoud dient de invloed van het bedrijventerrein op het (waterhuishoudkundig systeem van het) Beekbergerwoud beperkt te zijn. In een zone van ongeveer 300 meter tot de rand van het eerste eiland ligt de nadruk op aan het Beekbergerwoud complementaire natuurtypen, hier cultuurlandschap. Gestreefd wordt naar de huidige landbouwactiviteiten een meer natuurvriendelijk karakter te geven, met plaats voor houtwallen en bomenrijen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1043-von1_0017.jpg"

Toekomstige groenstructuur (bron: Ontwikkelingsplan Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid)

Zone rond het Apeldoorns Kanaal

Het Apeldoorns Kanaal is met de begeleiding door karakteristieke Amerikaanse eiken in de huidige situatie de meest herkenbare structuur in het gebied. Ter verhoging van de ecologische waarden ter plekke wordt een zone aangehouden. Het ontwerp gaat uit van een 140 meter brede bebouwingsvrije zone. Oorspronkelijke ontginningslijnen in oost-westrichting die door het kanaal zijn onderbroken worden met bomenrijen en singels als lijnen opnieuw herkenbaar gemaakt. De groenstructuur van de eilanden wordt zo verankerd in de groenstructuur van de omgeving.

Groene wig

Rond de Elsbosweg is er een zone van gemiddeld 300 meter breed vastgelegd dat onderdeel uitmaakt van de groene wig 't Elsbos. Deze groene wig is onderdeel van de Groene Mal en vormt een belangrijke (recreatieve) route tussen de Maten en het buitengebied. De inrichting van het gebied kenmerkt zich door een verbinding tussen Matenpark en het Beekbergerwoud en dus van gecultiveerd stadspark tot natuurgebied met plas/dras en bos.

Uitgiftestrategie en inrichtingsprincipes

Bij de ontwikkeling van de drie deelgebieden van het Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid wordt ingezet op een groen bedrijventerrein. In de Biezematen worden de uitgeefbare, in samenhang ontworpen en gezamenlijk in te richten groenstroken direct gekoppeld aan de bouwkavels. Voor de deelgebieden Beekbergsebroek Noord en Zuid is de opzet om het uit te geven groen zo te organiseren dat er een gezamenlijke clustering van dit groen ontstaat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1043-von1_0018.jpg"

Uitgiftestrategie groen: in plaats van 30% groen op de eigen kavel wordt het uitgeefbare groen geclusterd in grotere gezamenlijk aan te leggen groene eenheden (bron: Ontwikkelingsplan Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid)

Door het groen geclusterd uit te geven ontstaat een groter, aaneengesloten groengebied dat meerwaarde heeft voor de ruimtelijke samenhang en het beeld, maar ook in functioneel opzicht betekenis heeft. Het uit te geven groen blijft zowel in Biezematen als op Beekbergsebroek Noord en Zuid in eigendom van de bedrijven. Naast het gezamenlijke groen wordt het openbare groen met name in de profielen van de bedrijfsstraten gesitueerd. De ten minste 30 meter brede straten bieden ruimte voor wadi's of sloten en minstens twee bomenrijen, waardoor ook hier het groene beeld overheerst.

Ten zuiden van het plangebied ligt de Beekbergse Poort, een (toekomstige) ecologische verbinding tussen de Veluwe en de IJsselvallei die deel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur. Het Beekbergerwoud is een belangrijk onderdeel van deze verbinding. Het bedrijventerrein is geen onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur en heeft daarom geen beschermde status. Door het groen niet op de kavels te leggen, maar juist te concentreren kan een aaneengesloten groengebied ontstaan dat aansluit op en meerwaarde biedt aan de ecologische poort. Ook de directe omgeving van het bedrijventerrein biedt hiervoor kansen. In deze zone kunnen recreanten meegenieten.

Bedrijvenclusters

Biezematen

In Biezematen wordt het uitgeefbaar groen gekoppeld aan de naastliggende bouwkavels van de bedrijven. Hoewel dus direct aan de kavel gekoppeld zal de inrichting in gezamenlijkheid worden verzorgd en niet door elke eigenaar afzonderlijk. Zo ontstaan brede groene straten door het gebied en een groene omkadering van het terrein gezien vanaf de snelwegen A1 en A50. Deze groene omkadering in de vorm van een flinke rij bomen sluit aan op het groen dat vanaf het Woudhuis langs de A50 richting Biezematen loopt.

Beekbergsebroek

In Beekbergsebroek scheidt het gezamenlijke groen de twee bedrijvenclusters (eilanden), die hier worden ontwikkeld. Dit centrale bedrijvenpark biedt doorzichten van het kanaal tot de groene wig en het paviljoen. Een aantal bomenrijen in het park accentueert deze doorzichten. Daarnaast wordt een deel van de groene wig 't Elsbos meegenomen in de ontwikkeling van het bedrijventerrein. De inrichting van het gebied sluit aan op het bestaande landschapsbeeld. Dit wil zeggen een weids open landschap in het noorden en in de richting van het Beekbergerwoud een vernatting. Hier wordt aangesloten op het Beekbergerwoud met meer opgaande beplanting. Op de overgang van deze twee gebieden is ruimte voor het paviljoen.

Natuur- en gebiedsbescherming

Binnen de planvorming voor het Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid is op het gebied

van natuur- en gebiedsbescherming met name de ligging van het Beekbergerwoud van belang. Het Beekbergerwoud behoort tot de Ecologische Hoofdstructuur, de Beekbergse Poort en de (gemeentelijke) Groene Mal en is een zogenaamde 'parel' in het Provinciaal Waterhuishoudingsplan (opgenomen in het Streekplan). In de planontwikkeling zijn al in de Nota van Uitgangspunten de volgende randvoorwaarden gesteld:

  • een zone van 280 meter vanuit de Traandijk in noordwestelijke richting (Provinciaal Waterhuishoudingsplan, opgenomen in het Streekplan), waarin geen negatieve beïnvloeding van het grondwater mag plaatsvinden;
  • een zone van 100 meter vanuit de Traandijk in noordwestelijke richting met betrekking tot (her)vestiging van bedrijven (convenant Gemeente Apeldoorn en Natuurmonumenten).

Beekbergsebroek Zuid blijft met een afstand van ruim 300 meter tot het Beekbergerwoud buiten de opgegeven attentiezones rondom het Beekbergerwoud.

Het Kanaal is een onderdeel van de Groene Mal en is een (gemeentelijke) ecologische verbindingszone. De ecologische waarden rond het Apeldoorns Kanaal bevinden zich in een zone van 50 meter vanaf de Kanaaldijk, die ook is vastgelegd in de Nota van Uitgangspunten. In

de planontwikkeling wordt de ecologische zone nadrukkelijk gerespecteerd. De afstand van het bedrijventerrein tot het kanaal bedraagt minstens 140 meter en ook de brug over het kanaal heeft aan beide zijden van het kanaal een (vrijwel) vrije overspanning van 50 meter, wat een verstoring van deze ecologische zone beperkt.

Het bestaande landschap loopt door tot aan de rand van de bedrijveneilanden, waar door middel van een (beperkt) hoogteverschil en een duidelijke groene omzoming van het eiland een duidelijke overgang zichtbaar wordt gemaakt in het landschap. De voor het gebied kenmerkende oost-westelijke ontginningsrichting wordt in het ontwerp versterkt door eikenlanen aan de noord- en zuidzijde van Beekbergsebroek Noord. Het bedrijvencluster wordt zo verankerd aan het landschap rond het Apeldoorns Kanaal. De westelijke rand van het bedrijvencluster zal een wat terughoudender beplanting van elzensingels krijgen, zodat de beplanting van het kanaal de dominante groene structuur blijft in noord-zuidrichting. In het profiel van de interne bedrijfstraten zijn drie rijen elzen opgenomen. De rijen zijn in stukken geknipt die variëren in lengte. Hierdoor ontstaan er coulissen, waartussen opritten geen storende onderbreking vormen. Ook in Beekbergsebroek Zuid wordt de oost-west gerichte landschapsstructuur versterkt door eikenlaanbeplanting langs de centrale bedrijvenstraat en door een stevige houtwal aan de zuidzijde.

Flora- en faunawet

In Beekbergsebroek broeden twee paar steenuilen, één paar kerkuilen en twee paar buizerds. Hoewel de broedplaatsen niet aangetast worden gaat er wel foerageergebied verloren; hiervoor dient een ontheffing te worden aangevraagd bij LNV, conform artikel 75 van de Flora- en faunawet ontheffing (Eelerwoude, 2008). Een dergelijke ontheffing wordt alleen verleend als er een goed compensatieplan aanwezig is en voorkomen wordt dat er een ecologisch gat ontstaat. Dat betekent dat het compensatieplan voor de daadwerkelijke aanleg van het bedrijventerrein dient te worden gerealiseerd.

Compensatieplan Beekbergsebroek

In dit gebied moet foerageergebied van twee paar steenuilen, één paar kerkuilen en twee paar buizerds worden gecompenseerd. Er is geen sprake van verlies van broedplaatsen. Op basis van onderzoek van de gemeente Apeldoorn, uitgevoerd in mei 2009, is voor de steenuil een compensatie van 5,3 ha berekend. Omdat steenuilen een gemiddelde territoriumgrootte hebben van 14 ha moet de nadruk liggen op in het inrichten van een optimaal biotoop. Het ligt voor de hand dit te realiseren in de Groene wig langs de Elsbosweg. Dit biotoop bestaat uit graslanden met korte vegetatie, poelen met een brede, dus ondiepe oeverzone, veel

paaltjes tussen de percelen (steenuilen gebruiken weidepaaltjes als uitkijkpost om vanaf te jagen), knotwilgen en een hoogstamboomgaard. Op de perceelsgrenzen staan houtwallen met een geleidelijke overgang naar grasland (zomen), bijvoorbeeld in de vorm van een braamstruweel. In de bestaande houtwallen/bosjes worden op de meest geschikte locaties een vijftal nestkasten voor de steenuil geplaatst (ook voor compensatie voor Biezematen). In voorliggend bestemmingsplan is voor het beoogde compensatiegebied de aanduiding 'natuur- en landschapswaarden' opgenomen.

In Biezematen is bij het ecologisch onderzoek uit 2005 (Adviesbureau Mertens) geen steenuil of kerkuil aangetroffen. Bij een verkenning in mei 2009 echter wel: er is één broedlocatie (nestkast) van de kerkuil aangetroffen met veel mest en braakballen en door het gehele terrein zijn talrijke sporen (mest) van de steenuil gevonden op weidepaaltjes en op daken van schuren, wat een aanwijzing is voor een bezet territorium en dus een mogelijk broedgeval. De nesten van deze vogelsoorten, evenals vaste rust- en verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd. De komst van een bedrijventerrein heeft negatieve gevolgen voor de gunstige staat van instandhouding van deze soorten. Ook voor dit gebied dient een ontheffing te worden aangevraagd en moet een compensatieplan worden opgesteld.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1043-von1_0019.jpg"

Natuurcompensatie (bron: Ontwikkelingsplan Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid)

Compensatieplan Biezematen.

In dit gebied moeten de nesten én foerageergebieden voor één paar steenuilen en één paar kerkuilen worden gecompenseerd. De vraag is waar dit het beste kan gebeuren. In principe moeten broedterritoria in de directe omgeving worden gecompenseerd. In het aangrenzende

gebied van de Ecofactorij is dit niet mogelijk; in het aangrenzende gebied aan de noordoostkant van de Zutphensestraat eventueel wel. Maar in feite is dit gebied wat minder geschikt vanwege de situering tegen het aangrenzende bosgebied van het Woudhuis aan: steenuilen wensen een meer open gebied. Een alternatief is de noordoostkant van het Klaverblad Beekbergen. Daar moet dan 7,4 ha grond worden aangekocht en ingericht. In dit gebied zijn echter, zo is uit onderzoek gebleken, waarschijnlijk reeds steenuilen aanwezig. Voor de kerkuil is dit niet bekend. Blijft over compensatie te vinden in de zuidwestelijke 'oksel' ofwel het Beekbergsebroek. De wig Elsbosweg is dan de meest logische locatie. Dit betekent dat de berekende 7,4 ha moet worden toegevoegd aan de 5,3 ha compensatie voor het Beekbergsebroek. Daarnaast is het nodig in het gebied ten noordoosten van het Klaverblad een viertal steenuilen- en kerkuilenkasten op geschikte locaties aan te brengen.

De totale natuurcompensatie komt dus neer op 12,7 ha. Ter voorkoming van een 'ecologisch gat' dient deze compensatie minimaal 3 jaar voor de daadwerkelijke ingrepen te worden gerealiseerd. Daarnaast is het van belang het compensatieplan op voorhand voor te leggen aan LNV in verband met het ontheffingstraject Flora- en faunawet. Dit in het kader van een toetsing in verband met de haalbaarheid van de voorgestelde compensatie. Een eenmaal verkregen ontheffing is 5 jaar geldig. Met de voorgenomen fasering dient hiermee rekening te worden gehouden.

5.3.5 Verkeersstructuur

Auto

Het plan zet in op een efficiënte en verkeersveilige interne en externe ontsluiting van het bedrijventerrein voor zowel snelverkeer als langzaam verkeer. Een belangrijke doelstelling daarbij is het beperken van verkeersgerelateerde overlast voor bewoners van huizen in en om het te ontwikkelen gebied. De woonwijk De Maten en de omliggende dorpen Klarenbeek, Lieren, Oosterhuizen en Beekbergen worden zoveel mogelijk ontzien. Door het bedrijventerrein zowel in Biezematen als in Beekbergsebroek te ontwikkelen, wordt het bestemmingsverkeer verspreid over verschillende aansluitingen op de A1 en A50, wat de verkeersafwikkeling bevordert.

Belangrijk uitgangspunt is daarnaast voor zowel Biezematen als Beekbergsebroek het scheiden van het snelverkeer met het bedrijventerrein als bestemming en het lokale en regionale verkeer met andere bestemmingen. Door het zoveel mogelijk intact laten van de bestaande wegen, maar deze wel te scheiden van de bedrijfsstraten, blijft het buitengebied goed ontsloten, maar ontstaan er geen sluiproutes voor het verkeer van en naar het bedrijventerrein en verkeer dat files wil ontwijken op de A1. Bij de ontwikkeling wordt rekening gehouden met de toekomstige capaciteitsvergroting van de A1/A50. Eventuele aansluiting van Beekbergsebroek op de A50 mag niet onmogelijk worden gemaakt. De ontsluitingswegen worden volgens het principe van Duurzaam Veilig ontworpen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1043-von1_0020.jpg"

Toekomstige verkeersstructuur (bron: Ontwikkelingsplan Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid)

Beekbergsebroek

Beekbergsebroek wordt aangesloten op de aansluiting Apeldoorn Zuid van de A1 via een nieuwe ontsluitingsweg ten zuiden van de A1. Ontsluiting via de bestaande infrastructuur (Landdrostlaan/Lange Amerikaweg) zou te veel congestie opleveren. Bovendien zou het verkeer zijn weg via De Maten zoeken. Grootschalige aanpassingen aan de infrastructuur, in de vorm van extra rijstroken op zowel de Kayersdijk als de op- en afritten van de A1, zijn noodzakelijk om het verkeer door te laten stromen. Van een aansluiting op Kanaal-Zuid is afgezien omwille van de verkeersveiligheid. De route Polderweg-Elsbosweg wordt ook voor gemotoriseerd verkeer gehandhaafd zonder dat uitwisseling van gemotoriseerd verkeer met het bedrijventerrein plaatsvindt.

Biezematen

Biezematen wordt ontsloten via de Ecofactorij, die wordt doorgetrokken en gelijkvloers het spoor kruist. Desondanks wordt, met het oog op mogelijke toekomstige frequentieverhogingen op het spoor, ruimte gereserveerd voor een tunnel. De Ecofactorij komt uit op de N345, die rechtstreekse toegang biedt tot zowel de A1 als de A50. Aanpassing van de infrastructuur ter hoogte van de kruising Ecofactorij/N345 is nodig. De lokale verbinding Brinkenweg-Biezematen, als route van De Maten via Biezematen naar Hooilanden wordt, hoewel op een andere plek, ook voor gemotoriseerd verkeer gehandhaafd, zonder dat uitwisseling met het bedrijventerrein (voor gemotoriseerd verkeer) plaatsvindt.

Langzaam verkeer

Het bedrijventerrein wordt goed ontsloten door routes voor langzaam verkeer. Dit zijn deels bestaande en deels nieuwe routes. Deze routes sluiten wel aan op de ontsluitingswegen van het bedrijventerrein, zodat door het gebied een netwerk van doorgaande routes ontstaan voor langzaam verkeer.

Beekbergsebroek

Door Beekbergsebroek lopen twee belangrijke utilitaire en recreatieve verbindingen: de route langs de oostoever van het Apeldoorns Kanaal en de route Polderweg-Elsbosweg. Langs de Polderweg-Elsbosweg wordt ter hoogte van het plangebied een fietspad aangelegd. Fietsers kunnen gebruikmaken van de calamiteitenstrook van de hoofdontsluiting van Beekbergsebroek.

Biezematen

Langs de Ecofactorij tussen de N345 en Biezematen wordt ingezet op een gescheiden fietsvoorziening, om een veilige fietsroute naar Biezematen te garanderen. In Biezematen blijft de route Brinkenweg- Biezematen voor fietsers in stand.

Openbaar vervoer

Ontsluiting per openbaar vervoer van zowel Beekbergsebroek als Biezematen is een ambitie. Binnen de omlooptijden van de bestaande busroutes kan een extra lus via het bedrijventerrein niet gerealiseerd worden. Naar verwachting zal dus een extra buslijn ingezet moet worden. Het aanrijden van Beekbergsebroek kan via de nieuwe ontsluitingsweg of de Elsbosweg plaatsvinden. Mogelijk kan dit gecombineerd worden met een eventuele ontwikkeling van een transferium (auto en openbaar vervoer) op de Kayersdijk ter hoogte van de aansluitingen op de A1. Bij de Biezematen is een eventuele ontsluiting per bus mogelijk via de Ecofactorij. Vooralsnog is er geen busverbinding die het huidige bedrijventerrein Ecofactorij aandoet.

Railinfrastructuur

Langs de spoorlijn Apeldoorn-Zutphen is aan de zijde van het bedrijventerrein Ecofactorij een ruimtelijke reservering voor een railoverslagpunt. Biezematen zou hier ook van kunnen profiteren. Ontwikkeling van een dergelijk punt wordt aan de markt overgelaten. Vooralsnog zijn hier geen initiatieven voor. Een halte voor personen ter hoogte van deze bedrijventerreinen is uit het oogpunt van exploitatie geen haalbare optie. Voor een mogelijke verdubbeling van het spoor richting Zutphen is ruimte gereserveerd in de planontwikkeling. Parallel aan de Kayersdijk loopt ten zuiden van de A1 de toeristische VSM-spoorlijn. Eventueel gebruik van deze spoorlijn voor goederen of personen wordt uit het oogpunt van exploitatie niet reëel geacht.

Parkeren

Het parkeren bij bedrijven van zowel vrachtwagens als personenauto's en het laden en lossen dient plaats te vinden op eigen terrein. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen per bedrijf is gebaseerd op de geldende gemeentelijke parkeernormen.

5.3.6 Bebouwingsstructuur en beeldkwaliteit

Om de hoge ambitie, tot het ontwikkelen van een groen bedrijventerrein, dat ligt ingepast in het landschap, waar te maken in de volgende fasen is het belangrijk goede kwaliteitsinstrumenten te ontwikkelen. Deze instrumenten geven de plantoetsers een goed toetsingskader bij de beoordeling van nieuwe initiatieven. Om de kwaliteit van de nieuwbouw plannen en de inrichting van de buitenruimte te waarborgen en onderlinge samenhang te creëren wordt een beeldkwaliteitplan, inclusief een handboek openbare ruimte opgesteld.

Uitgangspunt bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein is het ontwikkelen van een hoogwaardig groen casco waarbinnen de bedrijven een plek krijgen. De beeldkwaliteiteisen waarborgen een duurzame en kwalitatief hoogwaardig ingerichte openbare ruimte en zullen onder meer uitspraken doen over:

  • het zicht op de Veluwezoom en het open landschap;
  • de overgangen van het bedrijventerrein richting het omliggende landschap;
  • de gewenste kwaliteit van de inrichting van de buitenruimte;
  • de erfafscheidingen.

Daarnaast worden ook beeldkwaliteitseisen opgenomen met betrekking tot de bebouwing. Het gaat daarbij in ieder geval om:

  • de daken als vijfde gevel als onderdeel van het dakenlandschap;
  • massa en volumeopbouw;
  • oriëntatie;
  • reclame-uitingen;
  • kleur- en materiaalgebruik.

Een bepalend thema bij de beeldkwaliteitseisen is met name de beleving van de afzonderlijke bedrijvenclusters. Daarvoor wordt gezocht naar verscheidenheid tussen de deelgebieden onderling en samenhang binnen elk afzonderlijk gebied. Voor de beleving vanaf de snelwegen, het spoor en het Apeldoorns Kanaal is het belangrijk dat niet de afzonderlijke bedrijfskavels leidend zijn in de beeldvorming maar het terrein als totaal. De randen van de bedrijvenclusters, zowel in het Beekbergsebroek als in de Biezematen, zijn een belangrijk onderdeel daarvan. De overgangen van het landschap naar de bedrijven moet nauwkeurig en samenhangend worden ontworpen, zodat de eilanden een ruimtelijke eenheid worden.

Ook de hoogte(accenten) zijn zo vastgelegd dat de eilanden afzonderlijk herkenbaar zijn. Doordat de bedrijveneilanden in het midden het hoogste zijn, komen de eilanden als een soort dorpen in het landschap te liggen. In verband met het zicht op de Veluwe varieert de maximum bouwhoogte van 7 tot 14 meter. Slechts op een paar plekken is het toegestaan pijpen, silo's of andere hoogteaccenten te bouwen tot 25m. Deze plekken zijn zo gepositioneerd dat het zicht op de bomen langs het Apeldoorns Kanaal en het zicht op de Veluwemassief slechts incidenteel worden onderbroken. In de Biezematen liggen de hoogteaccenten centraal in het gebied rond de entree. Zo liggen ze enigszins op afstand van de snelwegen, wat diepte geeft aan het gebied. Aan de beeldbepalende hoogteaccenten zullen strenge beeldkwaliteitseisen gesteld worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1043-von1_0021.jpg"

Oriëntatie, rooilijnen en hoogte toekomstige bebouwing (bron: Ontwikkelingsplan Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid)

Op kavelniveau zullen de kwaliteitseisen zich toespitsen op de overgang openbaar-privé en de dimensionering en positionering van de inritten. Daarbij wordt gedacht aan een herkenbaar en in samenhang ontwikkelde erfafscheiding die de overgang openbaar–privé markeert. Deze erfafscheiding zorgt voor afscherming en beveiliging van de afzonderlijke bedrijven en kan in hoogte en verschijningsvorm variëren. Ook biedt zij bedrijven ruimte voor reclame-uitingen, perceelnummer en brievenbus. Daarnaast kan de erfafscheiding ruimte bieden aan onder andere verlichting en ander straatmeubilair en organiseert zij de in- en uitritten van de bedrijvenkavels. Het inzetten van dit element geeft de straten een sterke begrenzing, waardoor de groene uitstraling het straatbeeld bepaalt en dit minder afhankelijk is van de architectuur van de bebouwing en haar erfbegrenzingen. Alle overgangen van privé naar openbaar zijn bepalend voor het beeld: aan de voorzijde van de kavel, maar ook aan de zijkant of achterkant van de kavel, vooral omdat daar vaak de opslag en het parkeren plaatsvindt.

Voor gebouwen zullen (beperkte) eisen gelden met betrekking tot oriëntatie van de bebouwing en de rooilijn, de massa en volumeopbouw, de samenhang in materiaal- en kleurgebruik, en de reclame-uitingen aan de bebouwing. Deze regels kunnen variëren afhankelijk van de positie van een kavel binnen het plangebied. Hierbij zullen de kwaliteitseisen het hoogst zijn aan de randen van de eilanden, bij de overgangen van het bedrijventerrein naar het omliggende landschap. De bebouwing die in de attentiezone van het Kanaal ligt, heeft ook strengere eisen ten aanzien van de beeldkwaliteit, zodat de aansluiting op de zone langs het kanaal zorgvuldig geschiedt.

Daarnaast zijn er voor de bebouwing en de kavel algemene regels in de vorm van wettelijk vastgestelde normen op het gebied van bijvoorbeeld brandveiligheid, milieucontouren en parkeren.

Twee bijzondere 'details' in het plan zijn beeldbepalend voor het gehele plangebied. Het betreft de kruising met het Apeldoorns Kanaal in Beekbergsebroek en het paviljoen in de groene wig 't Elsbos. Bij de brug over het kanaal gaat het erom een beeldbepalend element in het gebied toe te voegen dat bezoekers van Beekbergsebroek helpt in de oriëntatie op hun route naar het bedrijventerrein en tegelijkertijd geen afbreuk doet aan de ruimtelijke karakteristiek van het Apeldoorns Kanaal. Het kanaal is de dragende ruimtelijke structuur. Hiermee dient bij de vormgeving van de brug rekening gehouden te worden, door onder de kronen van de bomen langs het kanaal te blijven. De oevers aan weerszijden van het kanaal dienen voldoende vrije ruimte krijgen, zodat beleving van het omliggende landschap mogelijk is en het hoogteverschil tussen kanaal en ommeland zichtbaar blijft. Tot slot dient de brug in vormgeving voort te bouwen op de vormgeving van de reeds aanwezige bruggen over het kanaal, waarbij het credo 'vorm volgt functie' uitgangspunt is.

Het paviljoen in de groene wig is de blikvanger voor het nieuwe bedrijventerrein in Beekbergsebroek en dient daarom een aansprekende en herkenbare architectuur te krijgen die zichtbaar is voor verkeer op de A1 en A50 en inpasbaar is in de groene wig. Het gaat daarbij om maat en schaal van het gebouw en om volumeopbouw, oriëntatie en materiaalgebruik.

5.3.7 Duurzaam bouwen

Duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid. Dit thema is verweven in het Ontwikkelingsplan en zal voor wat betreft de ruimtelijk relevante zaken met name voor het deelgebied Biezematen (Ecofactorij II) worden doorvertaald in dit bestemmingsplan.

De duurzame opzet van het RBAZ bestaat onder meer uit:

  • een groene opzet;
  • een robuuste waterhuishouding;
  • duurzame energievoorziening;
  • duurzame mobiliteit;
  • intensief en zuinig ruimtegebruik;
  • organisatie van parkmanagement;
  • stimuleren duurzame initiatieven.

Groene opzet

Ten behoeve van een duurzame opzet is er nadrukkelijk voor gekozen om de inpassing van het bedrijventerrein in maat en schaal aan te laten sluiten bij het omliggende landschap en vorm te geven met landschappelijke elementen. Zo blijft het bedrijventerrein een 'gast' in het landschap. Deze landschappelijke inpassing krijgt onder meer vorm door een gedeelte van het uitgeefbare terrein in te richten als gemeenschappelijk groen. In Biezematen wordt 30% van de uit te geven grond, grenzend aan de bouwpercelen, ingericht als gemeenschappelijk groengebied. De groenstroken worden in samenhang ontworpen en publiek toegankelijk. Voor Beekbergsebroek Noord en Zuid wordt het uit te geven groen zo georganiseerd dat er een geclusterd publiek toegankelijk groengebied ontstaat. Het uit te geven groen blijft zowel in Biezematen als in Beekbergsebroek in eigendom van de bedrijven. Naast het gezamenlijke groen wordt het openbare groen met name in de bedrijfsstraten gesitueerd. De brede straten (ten minste 30 meter) bieden ruimte voor wadi's of sloten en minstens twee bomenrijen, waardoor ook hier het groene beeld overheerst.

Met de groene opzet wordt het landschap zo goed mogelijk gerespecteerd en wordt een bijdrage geleverd aan een hoogwaardige beeldkwaliteit. Daarnaast biedt het robuuste groene raamwerk op het bedrijventerrein meerwaarde aan het functioneren van de Beekbergse Poort, een ecologische verbinding tussen Veluwe en de IJsselvallei. Ook biedt de concentratie en publieke toegankelijkheid van het groen kansen voor de directe omgeving. Hier kunnen recreanten meegenieten. Tot slot levert de groene opzet een bijdrage aan en prettige en gezonde werkomgeving.

Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt als uitgangspunt gesteld dat de gemeente duurzame materialen gebruikt. Voor de bebouwing geldt dat het gebruik van duurzame materialen wordt gestimuleerd met een milieupuntensysteem.

Robuuste waterhuishouding

Voor de waterhuishouding wordt ingezet op een grondwaterneutrale ontwikkeling, waarbij de effecten van de ontwikkeling van het bedrijventerrein minimale gevolgen hebben voor de directe omgeving van het gebied (vernatting of verdroging). In de planontwikkeling is daarvoor gekeken naar de optimale locatie voor de situering van de bedrijvenclusters en een watersysteem dat aansluit op de bestaande waterhuishouding in het gebied. Daardoor kan de ophoging beperkt blijven en wordt grotendeels aangesloten op het natuurlijk peilbeheer en de bestaande waterafvoer via natuurlijke waterlopen en –systemen. De natte natuur valt samen met de natuurlijke laagtes en de plaatsen waar kwel optreedt in het gebied. Deze natte natuur geeft ruimte aan de waterbergingsopgave in het gebied. Watergangen krijgen een robuuste natuurvriendelijke inrichting. Doodlopende watergangen zijn voorkomen.

Bij de inrichting wordt rekening gehouden met gescheiden inzamelen van schoon (regen)water en vuil water. Het afvalwater dat geproduceerd wordt op het bedrijventerrein en het regenwater van verharde oppervlakken wordt zoveel mogelijk aan de bron gescheiden. Het afgekoppelde regenwater wordt zoveel mogelijk bovengronds afgevoerd via wadi's of in de waterbergingsgebieden geïnfiltreerd in de ondergrond en langzaam afgevoerd via het watersysteem. Het totaal te reserveren oppervlak aan waterberging bedraagt circa 10% van het netto verharde oppervlak. Het afvalwater van Biezematen zal worden afgevoerd naar het rioolgemaal van het bedrijventerrein Ecofactorij. Naar de behandeling van het afvalwater van Beekbergsebroek zal een aanvullend onderzoek worden gedaan. Daarbij wordt gekeken naar duurzame inzameling- en zuiveringsalternatieven ter plaatse en naar alternatieven voor het verpompen van het afvalwater naar de rioolwaterzuivering Apeldoorn-Noord.

Het toepassen van vegetatiedaken, waardoor water wordt 'vastgehouden' op de plek waar het valt wordt niet verplicht gesteld, maar wel gestimuleerd door het op te nemen in het milieupuntensysteem.

Duurzame energievoorziening

De ambitie is om voor het RBAZ een eigen energieopwekking van de grond te krijgen. Doel hiervan is om een besparing op het gebruik van fossiele brandstoffen te realiseren en om de uitstoot van CO2 te reduceren. Een mogelijkheid is om met een centrale warmtekrachtinstallatie (WKK), gevoed door biogas afkomstig van de nabijgelegen VAR, op het bedrijventerrein te voorzien in de energiebehoefte. In combinatie met het optimaal benutten van zonne-energie dient zo het beroep op conventionele energievoorzieningen tot een minimum te worden beperkt.

Naast eisen vanuit Bouwbesluit en Wet milieubeheer ten aanzien van energie (zoals de energieprestatienormering) kunnen op kavel- en gebouwniveau aanvullende maatregelen worden genomen om de energie-efficiency te verhogen. Kavels hebben zo veel mogelijk een zongerichte oriëntatie. Ook de mogelijkheid om panden op twee aangrenzende kavels beide in de erfafscheiding te plaatsen en aaneen te bouwen, draagt bij aan een efficiënt energiegebruik en duurzaam bouwen.

Duurzame mobiliteit

Het wegverkeer kan worden beperkt door het gebruik van fiets en openbaar vervoer te stimuleren. In het plan voor het RBAZ is aandacht besteed aan een efficiënte en verkeersveilige auto-ontsluiting, maar is ook voorzien in een goede ontsluiting van het bedrijventerrein voor langzaam (fiets)verkeer. Er wordt een fijnmazig fietsnetwerk voorzien dat aansluit op doorgaande fietspaden. Het betreft deels bestaande en deels nieuwe routes. Een aantal van de bestaande routes krijgt een veiligere en aantrekkelijkere inrichting voor het fietsverkeer. Met deze voorzieningen is het voor werknemers die in de omgeving van het bedrijventerrein wonen aantrekkelijk om op de fiets naar het werk te gaan. Daarnaast dragen de voorzieningen bij aan de recreatieve fietsverbindingen.

Ontsluiting per openbaar vervoer van zowel Beekbergsebroek als Biezematen is een ambitie. Hiertoe zal naar verwachting een extra buslijn ingezet moeten worden. De voorziene profielen zijn ruim waardoor een goede busontsluiting mogelijk is. Vervoers- en mobiliteitsmanagement kan bijvoorbeeld via parkmanagement worden georganiseerd. Hierbij kan worden gedacht aan collectieve vormen van vervoer of transport.

Intensief en zuinig ruimtegebruik

Het plangebied omvat een gebiedsontwikkeling van in totaal 343 ha. Hiervan wordt 105 ha uitgegeven. 48 ha bestaat uit infrastructuur, de wateropgave en het openbaar groen. Voor Biezematen geldt een uitgeefbaarheidspercentage van 75%, voor Beekbergsebroek is dit 70%. De ontwikkeling is opgedeeld in drie fasen die opeenvolgend uitgegeven worden. Bebouwing vindt dus geclusterd plaats (en niet verspreid over een groot gebied, gedurende een lange periode). De rest van het gebied omvat bestaand landschap, waarin het bedrijventerrein ingepast zal worden. De beeldkwaliteitseisen waarborgen een duurzame en kwalitatief hoogwaardig ingerichte openbare ruimte.

In Biezematen wordt ongeveer 30% van het uitgeefbaar grondoppervlak, dat grenst aan de bouwpercelen, ingericht als gezamenlijk groengebied. In Beekbergsebroek wordt het gezamenlijk groen, gelegen tussen de twee bedrijveneilanden, door de bedrijven zelf beheerd via een parkmanagementorganisatie. Bedrijven kunnen de eigen kavel intensief bebouwen. Er gelden geen regels ten aanzien van het maximale bebouwingspercentage van een bouwkavel (zoals dat wel op de Ecofactorij het geval is, namelijk maximaal 50% bebouwen). Intensief gebruik van de ruimte op de bouwkavel is daardoor mogelijk.

De maximaal toegestane bouwhoogten variëren van 7 – 14 meter. Via een ontheffing kunnen bebouwingsaccenten tot 25 meter hoogte worden gebouwd. Er zijn daarmee mogelijkheden om meerlaags te bouwen (bijvoorbeeld kantoor boven loods of parkeren op het dak). Op zowel Biezematen als Beekbergsebroek is vestiging van een (beperkt) aantal kleine bedrijven mogelijk. Op Biezematen dienen deze kleine bedrijven wel geclusterd gehuisvest te zijn en moeten ze passen binnen het gewenste bedrijfsprofiel.

De te realiseren parkeervoorzieningen op het bedrijventerrein kunnen worden ingezet voor andere doeleinden dan uitsluitend ten behoeve van de bedrijven. Deze parkeerplaatsen kunnen mede gebruikt worden voor de opvang van parkeerbehoefte bij bijvoorbeeld grootschalige evenementen die in de stad plaatsvinden. Dit is een vorm van meervoudig ruimtegebruik.

Organisatie van parkmanagement

Het streven is om goed parkmanagement in te zetten en te organiseren om daarmee de duurzaamheid en kwaliteit van het bedrijventerrein zowel op korte als lange termijn te waarborgen. Het gezamenlijk beheer van het gemeenschappelijk openbaar groen kan ieder geval onder het parkmanagement worden gebracht. Daarnaast kunnen via de parkmanagementorganisatie ook zaken als vervoers- en mobiliteitsmanagement, gezamenlijke parkeerplaatsen, collectieve inzameling, hergebruik en afvoer van afvalstromen, inkoop van duurzame energie en beveiliging effectief en duurzaam worden geregeld. De organisatie en/of de ervaringen van het parkmanagement van de Ecofactorij kan worden doorgezet of ingezet in Biezematen en Beekbergsebroek.

Stimuleren duurzame initiatieven

De realisering van een duurzaam bedrijventerrein kan enerzijds worden geregeld of gestuurd door middel van de (bestemmings)planopzet, contracten en parkmanagement. Anderzijds kan een duurzame ontwikkeling invulling krijgen door het stimuleren en faciliteren van duurzame initiatieven van de te vestigen of straks gevestigde ondernemers. Dit kan onder meer door het organiseren van een goede informatievoorziening over duurzame toepassingen, een goede samenwerking tussen bedrijven, subsidies voor duurzame initiatieven of verlaging van de grondprijs in ruil voor extra milieuprestaties.

Kwaliteitsdocument

Ten behoeve van de ontwikkeling van het hoogwaardig duurzame en grootschalige bedrijventerrein de Ecofactorij I is onder meer een kwaliteitsdocument opgesteld ten behoeve van randvoorwaarden aan gronduitgifte. Hierbij geldt een soort puntensysteem. Daarnaast zijn in de beschrijving in hoofdlijnen en de overige voorschriften van het bestemmingsplan de nodige regels en randvoorwaarden gesteld. Binnenkort wordt een ander geëvolueerd en zullen de randvoorwaarden en het kwaliteitsdocument worden bijgesteld. Dit zal tevens de input zijn voor een op te stellen kwaliteitsdocument voor de Ecofactorij II (Biezematen) met daaraan gekoppeld een puntensysteem voor de gronduitgifte. De regels in voorliggend bestemmingsplan zullen hier zo nodig op worden aangepast dan wel worden aangevuld.