direct naar inhoud van 5.2 Milieueffectrapportage en voorkeursalternatief
Plan: Bestemmingsplan Beekbergsebroek - Biezematen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1043-von1

5.2 Milieueffectrapportage en voorkeursalternatief

In 2006 is gestart met de m.e.r.-procedure voor het Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid. De keuze voor de ontwikkeling van het regionaal bedrijventerrein op de locatie langs de A1 is in regionaal verband reeds afgewogen en onderbouwd (Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030) en is daarom geen aspect van de m.e.r.

In het MER zijn, op weg naar een duurzaam ontwerp voor het RBAZ, vier verschillende modellen ontwikkeld. Het betreft model Knoop, model Stad, model Landschap en model Eilanden. Deze modellen zijn tot stand gekomen op basis van vooraf vastgestelde randvoorwaarden en ambities, die onder meer betrekking hadden op de ruimtebehoefte, de gewenste milieucategorieën en attentiezones langs waardevolle structuren in en rond het studiegebied (onder andere rond het Apeldoorns Kanaal en het Beekbergerwoud). De modellen maken duidelijk welke fundamentele keuzemogelijkheden er zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1043-von1_0011.jpg" afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1043-von1_0012.png"

Model Knoop Model Stad

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1043-von1_0013.jpg" afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1043-von1_0014.jpg"

Model Landschap Model Eilanden

In het MER zijn de vier modellen kwalitatief en deels kwantitatief beoordeeld op de mate waarin zij tegemoet komen aan de randvoorwaarden en de ambities uit de vooraf opgestelde nota van uitgangspunten. Per model zijn aanbevelingen gedaan om te komen tot een voorkeursalternatief. Beoordelingsthema's zijn onder meer de ruimtelijke uitgangssituatie, planeconomie, het gewenste programma en een groot aantal milieuaspecten.

De modelbeoordeling heeft een veelheid aan informatie opgeleverd over de consequenties van de vier modellen. Uit die beoordeling bleek ook niet dat er zondermeer één model als beste kon worden beschouwd. Elk model heeft positieve en negatieve aspecten. Om richting te kunnen geven aan de discussie over de ontwikkeling van het Voorkeursalternatief was het noodzakelijk te focussen op de (milieu)effecten die er in relatie tot het bepalen van de hoofdstructuur van het RBAZ echt toe deden. Daartoe is per thema op een rij gezet welke (milieu)effecten onderscheidend, substantieel en bovendien slecht of niet onomkeerbaar waren. Op deze wijze zijn zogenaamde 'bepalende thema's' ontstaan. Vervolgens is bepaald in welke modellen of bij welke modelonderdelen de milieueffecten binnen deze bepalende thema's zich zo min mogelijk manifesteren. Toen dat inzichtelijk was is bepaald of van die modelonderdelen een logisch en samenhangende hoofdstructuur voor het Voorkeursalternatief kon worden gevormd. Vervolgens is het Voorkeursalternatief verder uitgewerkt. Dit betekent dat de overige thema's ruimtelijk zijn uitgewerkt. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen richtinggevende thema's en thema's waarbinnen de modellen zich niet onderscheiden.

Op basis van de modelbeoordeling is het voorkeursalternatief ontwikkeld. Hierbij is een aantal belangrijke ontwerpbeslissingen genomen, die ook terugkomen in het Ontwikkelingsplan. Het voorkeursalternatief zet in op eilanden die worden ingepast in het landschap ten zuiden van de A1. Dit is een fundamenteel andere benadering dan het doortrekken van de begrenzing van de stad over de A1 heen. Uitgangspunt daarbij is niet een groot aaneengesloten bedrijventerrein te maken dat direct langs de snelweg ligt, maar het totaal gewenste programma op te delen in drie deelgebieden die op afstand van elkaar ontwikkeld worden en een positie kiezen in en relatie aangaan met het omliggende landschap. Dit laatste is meer van toepassing voor de eilanden die ontwikkeld worden in het Beekbergsebroek dan voor het eiland in de Biezematen. Dit terrein vult het totale gebied tussen de infrabundels en krijgt zijn groene kwaliteit rond de entrees van het gebied. Zo ontstaan drie bedrijven eilanden die gefaseerd ontwikkeld kunnen worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1043-von1_0015.jpg"

Stedenbouwkundig plan van het voorkeursalternatief

Uit de beoordeling van de modellenstudie kwam naar voren dat het behouden van een grotere landschappelijke eenheid op veel punten positief scoorde, (model Knoop en model Stad). Bij het positioneren van de eilanden en de gekozen fasering is daarmee rekening gehouden en is de oksel ten zuidwesten van het knooppunt Beekbergen leeg gelaten. De keuze voor het open laten van dit gebied in plaats van de zone langs het kanaal is ingegeven door de wens de openheid van het landschap te bewaren in dit gebied en tevens omdat de hoofdinfrastructuur vanaf het kanaal wordt ingestoken en op deze wijze zo kort mogelijk wordt gehouden.

Als eerste wordt het eiland in de Biezematen ontwikkeld in aansluiting op de Ecofactorij, vervolgens het eiland Beekbergsebroek Noord op gepaste afstand van de A1 en tot slot het eiland Beekbergsebroek Zuid dat op zorgvuldige afstand van het Beekbergerwoud positie kiest. De lange lijnen in het landschap (waaronder de A1 en A50 en het Apeldoorns Kanaal) vormen dragers voor de verankering van het bedrijventerrein, met zijn eilanden in haar omgeving.

De effecten van het voorkeursmodel zijn in het MER in beeld gebracht voor de jaren 2015 (Biezematen gerealiseerd), 2017 (Biezematen en Beekbergsebroek Noord gerealiseerd) en 2020 (Biezematen en Beekbergsebroek volledig gerealiseerd). Op basis van deze beoordeling zijn aanbevelingen gedaan om te komen tot een Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA) In het Ontwikkelingsplan is aangegeven welke aanbevelingen voor het MMA zijn/worden overgenomen in de planontwikkeling.