direct naar inhoud van 4.2 De ruimtebehoefte en het programma in de tijd
Plan: Bestemmingsplan Beekbergsebroek - Biezematen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1043-von1

4.2 De ruimtebehoefte en het programma in de tijd

Oktober 2006, Startnotitie milieueffectrapportage: 160 ha netto uitgeefbaar terrein op het RBAZ

Voor het RBAZ is vanaf de start van de m.e.r.-procedure in 2006 uitgegaan van een regionale taakstelling van 160 ha netto uitgeefbaar terrein. Aanvullend op de ruimtebehoefte is in de startnotitie opgenomen dat het bedrijventerrein gefaseerd ontwikkeld moet kunnen worden. De fasering dient hierbij zowel betrekking te hebben op de locatieontwikkeling in de tijd als op de segmentering naar de bedrijfstypen. Deze ruimtebehoefte is onder andere opgenomen in het Structuurplan Beekbergsebroek/Biezematen. Verder is in dit structuurplan het volgende opgenomen: 'Het terrein heeft een regionale functie en voorziet in de behoefte van de zeven deelnemende gemeenten in de Regio Stedendriehoek voor zover de vraag niet kan worden geaccommodeerd binnen de afzonderlijke gemeenten. Het gewenste profiel is gevarieerd en breed van karakter. Het grootste deel is bestemd voor modern gemengde bedrijvigheid. De locatie is met name bestemd voor de uitplaatsingbehoefte van milieuhinderlijke of grootschalige bedrijven uit de Stedendriehoek gemeenten. Daarnaast zal nagegaan worden of delen van het regionaal bedrijventerrein specifiek ontwikkeld kunnen worden ten behoeve van de transport- en distributiesector.

Een deel zal ook beschikbaar moeten zijn voor de ruimtebehoefte door de uitplaatsing van bedrijven uit het gebied Kanaalzone (Apeldoorn) en mogelijk andere stedelijke transformatiegebieden. Een specifiek deel zal bestemd worden voor milieucategorie 4 en 5-bedrijven met een minimale kavelomvang van 10.000 m2. Op basis van de huidige inzichten moet dit terrein, afhankelijk van de marktvraag vanaf 2010-2012 beschikbaar komen.'

Voorjaar 2007, raadsbesluit over het Ontwerp-Structuurplan Beekbergsebroek/Biezematen

Op 8 maart 2007 heeft de gemeenteraad van Apeldoorn ingestemd het 'ontwerp-structuurplan Beekbergsebroek/Biezematen'. Daarbij heeft zij tevens de wens uitgesproken om een onafhankelijk onderzoek te willen laten uitvoeren naar de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen in de regio Stedendriehoek. De gemeenteraad heeft daarbij de volgende overwegingen gehad:

  • In het voorontwerp Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 en het ontwerp-structuurplan Beekbergsebroek/Biezematen werd uitgegaan van inmiddels gedateerde ramingen. Het Centraal Plan Bureau (CPB) en het Ruimtelijk Plan Bureau (RPB) hadden begin 2007 nieuwe ramingen gepubliceerd, waaraan door insprekers op de plannen veelvuldig werd gerefereerd en waarbij zij zich op basis van deze ramingen kritisch hebben uitgelaten.
  • Insprekers hebben tevens gewezen op de mogelijkheden tot ruimtewinst en de opvang van nieuwe bedrijven die er liggen door middel van revitalisering en herstructurering. Door een van de insprekende organisaties is dit ondersteund met een onderzoeksrapport ('Een nieuw beleid voor bedrijventerreinen in de Stedendriehoek' van onderzoeksbureau STOGO).

Tegen deze achtergrond heeft de gemeenteraad op 22 maart 2007 ingestemd met het initiatiefvoorstel waarin een onafhankelijk onderzoek wordt voorgesteld naar de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen in de regio Stedendriehoek. Dit onderzoek is uitgevoerd door ETIN Adviseurs.

Juni 2007, ETIN rapport: ruimtevraag RBAZ tussen 32,5 en 111,5 ha netto uitgeefbaar

In juni 2007 is het rapport 'Behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen in de regio Stedendriehoek?' besproken in de gemeenteraad. Het ETIN-rapport concludeert onder andere het volgende:

  • Er is tot 2030 behoefte in de regio Stedendriehoek aan een regionaal bedrijventerrein in de grootte van 32 ha (groeiscenario Strong Europe) tot 110 ha (groeiscenario Transatlantic Market). ETIN adviseert uit te gaan van deze twee groeimodellen en niet te kiezen voor het hoogste groei scenario (Global Economy). Geadviseerd wordt verder het regionaal bedrijventerrein in fases te ontwikkelen.
  • Bedrijventerrein de Ecofactorij is de enige locatie in de Stedendriehoek die tegemoet komt aan de vraag naar ruimte voor grootschalige industriële en logistieke bedrijvigheid met kavels > 1 ha. Nadat de Ecofactorij is uitgegeven, is voor dit segment van bedrijvigheid geen ruimte meer beschikbaar.
  • De ruimtewinst op bestaande terreinen in Apeldoorn en de andere Stedendriehoek gemeenten die te realiseren is door revitalisering en herstructurering, is zeer gering. Het kan theoretisch gaan om circa 30 ha op een totaal van 1.700 ha. Het betreft de ontwikkeling van twee voormalige vuilstortplaatsen die liggen op Bergweide (Deventer) en De Mars (Zutphen). In de vraag- en aanbod analyse is 16 ha hiervan meegenomen als nieuw aanbod in de Stedendriehoek. Voor andere terreinen in Apeldoorn en de regio zal revitalisering en herstructureren met name kwaliteitsverbetering betekenen maar geen substantiële ruimtewinst opleveren.

Na de behandeling van het rapport heeft de gemeenteraad op 5 juli 2007 het College van burgemeester en wethouders twee specifieke opdrachten gegeven:

  • de conclusies en de aanbevelingen van het rapport in te brengen binnen de Regio Stedendriehoek ten behoeve van de uitvoering van de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030;
  • na te gaan wat de conclusies en aanbevelingen betekenen voor de dimensionering (maatgeving, grootte) en realisatie van het Regionaal Bedrijventerrein Apeldoorn Zuid (RBAZ), om deze als uitgangspunt te betrekken bij het op te stellen bestemmingsplan.

In het najaar van 2007 zijn de conclusies en aanbevelingen uit het ETIN rapport bestuurlijk besproken binnen de regio Stedendriehoek. De wethouders Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken van de regiogemeenten hebben aangegeven zich te kunnen vinden in de conclusies van het ETIN rapport. Er is afgesproken dat zij op de hoogte gehouden zullen worden van de komende processtappen en keuzes die zich voordoen bij de verdere planvoorbereiding van het RBAZ.

Juli 2008, Modellenonderzoek: 110 ha netto uitgeefbaar en logische fasering als uitgangspunt

Voor de planvorming van het RBAZ betekende het voorgaande concreet dat ten eerste de beoogde opgave teruggebracht is van 160 ha netto naar 110 ha netto uitgeefbare kavels en ten tweede dat de modellen uitgaan van een fasering: ze bestaan alle uit drie -in meer of mindere mate– logisch met elkaar samenhangende eenheden van zo'n 30 à 40 ha. Hierdoor wordt het mogelijk om zowel een relatief kleine als een relatief grote ruimtebehoefte te faciliteren. Daarnaast wordt in het onderzoek de toekomstvastheid van de modellen in beeld gebracht door een doorkijk te geven naar een oppervlak groter dan 110 ha netto uitgeefbare kavels. Deze nieuwe ruimtevraag is ook opgenomen in de Nota van uitgangspunten die ten grondslag lag aan de vier modellen.

Aanpassingen periode juli 2008 - april 2009

Bij de verdere uitwerking van het modellenonderzoek en de voorbereiding daarbij voor een bestemmingsplan is de 110 ha verder teruggebracht naar 105 ha. Dit is niet zozeer ingegeven door veranderingen in de ruimtevraag maar heeft te maken met de planningshorizon voor een bestemmingsplan die maximaal 10 jaar omvat en in het geval van het RBAZ loopt tot en met 2020. De behoefte aan 110 ha is gebaseerd op de periode tot 2030. Dat de behoefte over de periode 2020-2030 voor het RBAZ slechts 5 ha is, heeft te maken met de demografische ontwikkelingen voor die periode. Door demografische ontwikkelingen na 2020 zal naar verwachting de vraag naar bedrijventerreinen aanmerkelijk lager zijn. Deze situatie zal zich landelijk gaan voordoen.

Daarnaast is er de ambitie geformuleerd om de deelgebieden van het RBAZ kwaliteit te geven door groene en kwalitatieve inpassing met daarmee voor de langere termijn een duurzame en kwalitatieve uitstraling. Invulling van deze ambities maakt dat een bedrijf 30% van de eigen kavel als groenzone dient in te richten. Naast het openbaar groen betekent dit dat van de 105 ha uitgeefbare kavels 30% als groenzone wordt ingericht en beheerd.

De verdeling van de verschillende bedrijfssegmenten over de milieucategorieën en het uitgeefbaar groen is als volgt. De onderstaande indeling naar milieucategorieën is opgenomen in het Ontwikkelingsplan. In voorliggend bestemmingsplan is een nadere verdeling gemaakt, waarbij ook onderscheid is gemaakt in gebieden waar bedrijvigheid tot en met categorie 4.1 wordt toegestaan en gebieden waar bedrijvigheid tot en met categorie 4.2 is toegestaan.

  Fase 1   Fase 2   Fase 3   Totaal  
Milieucategorie 3.1 - 3.2.   17,5   10,5   16,1   44,1  
Milieucategorie 4.1 - 4.2   7   9   6   22  
Milieucategorie 5.1   1,4   3,5   2,5   7,4  
Uitgeefbaar groen   11,1   10   10,4   31,5  
         
Totaal   37 ha   33 ha   35 ha   105 ha  

De verdeling over de milieucategorieën 3.2, 4.2 en 5.1 binnen de verschillende fasen is gebaseerd op de te verwachten vraag. De grootste vraag is er naar ruimte voor bedrijvigheid uit cat. 3.2. (een kleine 45 ha.) daarna volgt cat. 4.2. bedrijvigheid (een kleine 23 ha.). De vraag naar cat. 5.1. bedrijvigheid is beperkt (zo'n kleine 8 ha voor de periode 2013-2020). Voor wat betreft categorie 5.2 kan worden gesteld dat er binnen de gemeente Apeldoorn geen bedrijven zijn waarvan de bedrijfsactiviteiten vallen onder milieucategorie 5.2. Verder leert navraag bij de andere Stedendriehoek gemeenten en de provincie Gelderland dat niet te verwachten is dat al gevestigde bedrijvigheid uit categorie 5.2 in de regio en provincie mogelijk op termijn ingepast moeten worden op het RBAZ. 5.2 is dus verder niet opgenomen in de plannen.

Mei 2009, Actualisatie behoefteraming ETIN

De veranderde economische omstandigheden en vertraagde uitgifte die zich in de loop van 2008 aandiende in Apeldoorn en andere regio gemeenten zijn de aanleiding geweest voor een actualisatie van de behoefteraming van 110 ha (netto). Voor deze actualisatie is door bureau ETIN dezelfde onderzoeksmethodiek gevolgd als bij het onderzoek in 2007. Uitgangspunt bij de actualisering is de uitbreidingsvraag naar bedrijventerreinen op basis van de methode van de Bedrijfslocatie met het groeiscenario Transatlantic Market zoals die door het Centraal Planbureau is ontwikkeld. Ook de vervangingsvraag die voorkomt uit de plannen van transformatie van bedrijventerreinen naar andere functies is net zoals in het onderzoek in 2007 meegenomen bij de behoefteraming en de vraag- en aanbod analyse. ETIN concludeert dat er in de regio tot 2020 een behoefte is aan een regionaal bedrijventerrein in de grootte van 70 ha tot 140 ha. Er is sprake van een bandbreedte omdat doorrekening van het Transatlantic Market scenario voor de regio Stedendriehoek verschillende uitgangspunten in de vraagraming kent waardoor er twee varianten zijn. ETIN geeft verder aan dat het regionaal bedrijventerrein in Apeldoorn het enige harde plan is in de regio dat kan voorzien in deze vraag. Ook wordt opgemerkt dat door de uitgiftestrategie van 30% groen er in feite sprake is van 80 ha bedrijfslocaties waarop bedrijven zich kunnen vestigen.

Ten aanzien van de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen laat de actualisatie van het ETIN rapport geen wijzigingen zien ten opzichte van haar analyse in 2008. ETIN geeft aan dat er alleen op de bedrijventerreinen Bergweide (Deventer) en De Mars (Zutphen) ruimtewinst is te realiseren door herstructurering en revitalisering waarbij het maximaal gaat om in totaal 16 ha dat beschikbaar kan komen.

Conclusie

Resumerend liggen qua ruimtevraag en programma de volgende uitgangspunten ten grondslag aan het Voorkeursalternatief uit het MER, het Ontwikkelingsplan en voorliggend bestemmingsplan:

  • 105 ha aan bedrijfskavels;
  • een ontwikkeling in drie logische fasen die opeenvolgend uitgegeven kunnen worden, waarbij elk van de fasen een afgerond geheel kan vormen;
  • binnen elke fase wordt ruimte geboden aan bedrijven in de milieucategorie 3.1 t/m 5.1;
  • het bedrijventerrein is bestemd voor bedrijven uit Apeldoorn, regio Stedendriehoek en elders uit Nederland;
  • vanwege de ambitie de deelgebieden van het RBAZ een groen profiel te geven zal in de uitgiftestrategie een verplichting van 30% groen meegenomen worden. Deze groenzones zullen gezamenlijk ingericht worden.