direct naar inhoud van Artikel 19 Algemene aanduidingsregels
Plan: Bestemmingsplan Beekbergsebroek - Biezematen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1043-von1

Artikel 19 Algemene aanduidingsregels

19.1 geluidzone - industrie
19.1.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op nieuwe geluidgevoelige bebouwing als gevolg van het industrielawaai.

19.1.2 Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' is het -met uitzondering van herbouw ten behoeve van een bestaande geluidgevoelige functie- niet toegestaan om gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder te bouwen dan wel het gebruik van gebouwen ten behoeve van niet-geluidsgevoelige functies om te zetten in het gebruik van gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige functies.

19.2 vrijwaringszone - straalpad
19.2.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - straalpad' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de instandhouding van het straalpad.

19.2.2 Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - straalpad' mag de hoogte van een bouwwerk of ander werk niet meer bedragen dan 80 m.

19.3 vrijwaringszone - weg
19.3.1 vrijwaringszone - weg 0-50 meter

Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 0-50 meter' mag geen bebouwing worden opgericht anders dan met de Rijkswegen A1 en A50 verband houdende bouwwerken, zoals geluidswerende en ecologische voorzieningen.

19.3.2 vrijwaringszone - weg 50-100 meter
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 50-100 meter' mag geen bebouwing worden opgericht anders dan met de Rijkswegen A1 en A50 verband houdende bouwwerken, zoals geluidswerende en ecologische voorzieningen.
  • b. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde onder a voor het bouwen van een bouwwerk gelegen ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 50-100 meter', mits door de bouw van dit bouwwerk de verkeersbelangen niet onevenredig worden geschaad. Daartoe dient vooraf de betrokken wegbeheerder te worden gehoord.
  • c. De in lid a bedoelde ontheffing wordt geacht te zijn verleend ten aanzien van bouwwerken die bestaan op het tijdstip van de ter visie legging van het ontwerp van het plan, dan wel mogen worden opgericht krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde bouwvergunning.
  • d. Op het verlenen van ontheffingen als bedoeld in lid a zijn de in artikel 22.1 opgenomen procedureregels van toepassing.
19.4 natuur en landschap
19.4.1 Aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'natuur en landschap' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor behoud, herstel en de ontwikkeling van natuurwaarden, waaronder begrepen vogelkundige waarde en landschapswaarden.

19.4.2 Specifieke gebruiksregel

Naast de algemene gebruiksregels van artikel 18 geldt dat binnen de in lid 19.4.1 bedoelde gronden het beoefenen van lawaaisporten niet is toegestaan.

19.4.3 Aanlegvergunning

Het is verboden om op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'natuur en landschap' zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het egaliseren, ophogen, verharden en afgraven van gronden;
  • b. het graven en dempen van sloten, aanleggen van drainage en diepploegen;
  • c. het aanbrengen van ondergrondse leidingen;
  • d. het kappen van bomen;
  • e. het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.
19.4.4 Uitzonderingen vergunningplicht

Het in lid 19.4.3 opgenomen verbod geldt niet:

  • a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, waaronder werken en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van een normale agrarische bedrijfsexploitatie zoals spitwerkzaamheden, met dien verstande dat kwekerijen en boomgaarden niet onder normale agrarische bedrijvigheid worden begrepen, en werken en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van het bos- en natuurbeheer, waaronder mede begrepen houtproductie in de vorm van uitdunning van bos;
  • b. voor werken en werkzaamheden waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;
  • c. voor werken en werkzaamheden die in redelijkheid slechts kunnen worden aangemerkt als zijnde van zodanig ondergeschikte aard en omvang dat enige wezenlijke invloed op de betreffende waarde en functies niet te verwachten is;
  • d. voor werken en werkzaamheden die plaatsvinden binnen een afstand van 10 m uit bestaande gebouwen;
  • e. voor werken en werkzaamheden die de waterhuishouding be├»nvloeden, zoals onttrekking van grondwater, voor zover daarvoor een vergunning vereist is krachtens artikel 6.4 van de Waterwet;
  • f. voor werken en werkzaamheden die de waterhuishouding be├»nvloeden, zoals het onttrekken van oppervlaktewater, voor zover deze wordt uitgevoerd door of vanwege het waterschap;
  • g. voor werken en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van een door gedeputeerde staten goedgekeurd natuurontwikkelingsplan.
19.4.5 Beoordelingscriteria

Werken en werkzaamheden als bedoeld in 19.4.3 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de natuurlijke- en landschappelijke waarden, waaronder begrepen de vogelkundige waarde van de in lid 19.4.1 bedoelde gronden, die het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarde of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.