direct naar inhoud van Artikel 5 Groen
Plan: Bestemmingsplan Beekbergsebroek - Biezematen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1043-von1

Artikel 5 Groen

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. fiets- en voetpaden;
  • c. hondenuitlaatplaatsen;
  • d. nutsvoorzieningen;
  • e. speelvoorzieningen;
  • f. een facilitair paviljoen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - facilitair paviljoen', ten behoeve van:
  • g. vijvers en watergangen, mede ten behoeve van de waterberging, waterafvoer en/of beheersing van de grondwaterstand;
  • h. plas-drasgebieden (wadi's);
  • i. natuurontwikkeling en beheer;

met de daarbij behorende bouwwerken, waaronder begrepen speel- en klimtoestellen.

5.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 17 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 5.4 genoemde ontheffingen.

Bebouwing   Maximale oppervlakte   Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
Facilitair paviljoen   400 m2     7 m, met dien verstande dat een bijzonder accent is toegestaan met een maximale hoogte van 14 m over een oppervlakte van maximaal 20 m2    
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde       speel- en klimtoestellen: 4 m (5.4)
overig: 2,50 m  
- van de bouwhoogtebepaling zijn bruggen uitgezonderd
 
5.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op de verkeersveiligheid, het in het planbeoogde straatbeeld en de bescherming van het openbaar groen nadere eisen stellen aan de omvang en situering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 22.1 opgenomen procedureregels van toepassing.

5.4 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 5.2 bepaalde ten behoeve van het bouwen van speel- en klimtoestellen tot een bouwhoogte van 6 meter, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het stedenbouwkundig beeld dat in het plan is beoogd en dit voor de omringende woningen geen onevenredige hinder oplevert.

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 22.1 opgenomen procedureregels van toepassing.