direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijventerrein
Plan: Bestemmingsplan Beekbergsebroek - Biezematen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1043-von1

Artikel 4 Bedrijventerrein

4.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
    • 1. bedrijven, waarbij onverminderd het bepaalde in lid 4.1 sub b geldt dat:
      • I. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in de categorieën 1, 2, 3.1 en 3.2 Lijst van toegelaten bedrijfstypen;
      • II. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2 en 4.1 van de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten bedrijfstypen;
      • III. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2 van de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten bedrijfstypen;
      • IV. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 5.1' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1, 4.2 en 5.1 van de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten bedrijfstypen;
    • 2. fiets- en voetpaden;
    • 3. groenvoorzieningen;
    • 4. plas- en drasgebieden (wadi's);
    • 5. nutsvoorzieningen;
    • 6. ontsluitingswegen, ongelijkvloerse kruisingen en tunnels;
    • 7. tuin en/of erf;
    • 8. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • b. De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn niet bestemd voor:
    • 1. inrichtingen als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer;
    • 2. risicovolle inrichtingen;
    • 3. detailhandelsbedrijven, met uitzondering van:
      • I. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van nijverheid en industrie, in ter plaatse vervaardigde goederen, niet zijnde detailhandel in textiel, schoeisel en lederwaren, voedings- en genotmiddelen en huishoudelijke artikelen;
      • II. niet voor particulieren toegankelijke detailhandelsbedrijven die zich uitsluitend toeleggen op postorderactiviteiten en/of verkoop via Internet;
      • III. detailhandel in automobielen, motoren, boten, caravans en machinerieën ten behoeve van bedrijven.

met de daarbij behorende bouwwerken en parkeervoorzieningen.

4.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 17 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 4.3 genoemde ontheffingen.

Bebouwing   Maximale oppervlakte/inhoud   Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
Gebouwen en overkappingen  
 
de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven waarde   de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven waarde   -de oppervlakte van een bouwperceel bedraagt minimaal 1.500 m2.
-de afstand van gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 5 m (4.3a)
-gebouwen dienen zich met de representatieve ruimten te oriënteren richting de randen van het bedrijventerrein (A1 en A50).  
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen       -tuinmeubilair: 3 m
-antenne-installati e
-voor de uitoefening van het bedrijf noodzakelijke bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 10 m
overig: 2 m  
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de naar de straat of openbaar verblijfsgebied georiënteerde gevel(s) bedraagt ten hoogste 1 m  
4.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen:

  • a. van het in lid 4.2 bepaalde om de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bij gebouwen, overkappingen en bijgebouwen te verkleinen tot een afstand van ten minste 3 m, indien dit uit brandveiligheidsoogpunt en stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;
  • b. van het in lid 4.1 en lid 4.2 bepaalde voor het oprichten van bebouwing ten behoeve van activiteiten waarvoor ingevolge lid 4.5 ontheffing van de gebruiksregels is verleend;
  • c. van het in lid 4.2 bepaalde voor het bouwen van hogere pijpen, silo's en bebouwingsaccenten tot een bouwhoogte van maximaal 25 m, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone – ontheffingsgebied'.

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 22.1 opgenomen procedureregels van toepassing.

4.4 Specifieke gebruiksregels
  • a. De niet bebouwde grond mag uitsluitend als bedrijfsterrein, groenvoorziening, tuin, erf en/of parkeervoorziening worden gebruikt, met dien verstande dat gebruik als opslagterrein vóór de naar de wegzijde gekeerde bouwgrens niet is toegestaan.
  • b. Ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' dient het bedrijventerrein door middel van een hoofdontsluitingsweg ontsloten te worden op de bestaande wegenstructuur.
  • c. Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' dient een aaneengesloten groenvoorziening met een oppervlakte van minimaal 25.000 m² te worden aangelegd, met dien verstande dat situering van deze groenvoorziening is gekoppeld aan en in het verlengde ligt van de hoofdontsluitingsweg, die ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' aansluit op de bestaande wegenstructuur.
  • d. Alle aan het bedrijf gerelateerde activiteiten, waaronder het parkeren (voor zowel personeel als bezoeker), de expeditie, inclusief het draaien en steken van (vracht)wagens en stallen en opslag van goederen dienen plaats te vinden op de eigen bedrijfskavels.
4.5 Ontheffing van de gebruiksregels
4.5.1 Ontheffingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen:

van het in lid 4.1 onder a bepaalde teneinde de vestiging van bedrijfstypen toe te staan die niet zijn genoemd in de Lijst van toegelaten bedrijfstypen, dan wel voorkomen in een hogere categorie dan in het betreffende aanduidingsvlak is toegestaan, en die naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijfstypen die ter plaatse bij recht zijn toegestaan;

  • a. van het in lid 4.1 onder b bepaalde teneinde de vestiging van een risicovolle inrichting toe te staan.
4.5.2 Voorwaarden voor ontheffing

Ontheffingen als bedoeld in dit lid kunnen alleen worden verleend:

  • a. voor de ontheffing als bedoeld in sublid 4.5.1 onder a: voor zover geen onevenredige belemmeringen voor omliggende functies ontstaan;
  • b. voor de ontheffing als bedoeld in sublid 4.5.1onder b, voor zover:
    • 1. de 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico, zoals berekend conform de rekenmethodiek van Bevi dan wel vastgelegd in het Revi voor de categorie van de inrichting, de grens van de kavel van de risicovolle inrichting niet overschrijdt;
    • 2. het invloedsgebied voor het groepsrisico niet buiten de grenzen van het industrieterrein is gelegen;
    • 3. geen onevenredige belemmeringen voor omliggende functies ontstaan.
4.5.3 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 22.1 opgenomen procedureregels van toepassing.