direct naar inhoud van Artikel 12 Bedrijventerrein - Uit te werken
Plan: Bestemmingsplan Beekbergsebroek - Biezematen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1043-von1

Artikel 12 Bedrijventerrein - Uit te werken

12.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. De voor 'Bedrijventerrein - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
    • 1. bedrijven die zijn genoemd in de bij deze regels behorende 'Lijst van toegelaten bedrijfstypen' in de milieucategorieën 1 tot en met 5.1;
    • 2. fiets- en voetpaden;
    • 3. groenvoorzieningen;
    • 4. nutsvoorzieningen;
    • 5. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
    • 6. ontsluitingswegen, ongelijkvloerse kruisingen en tunnels;
    • 7. tuin en/of erf;
    • 8. inrichtingen als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer;
  • b. De voor 'Bedrijventerrein - Uit te werken' aangewezen gronden zijn niet bestemd voor risicovolle inrichtingen;
    met de daarbij behorende bouwwerken en parkeervoorzieningen.
12.2 Uitwerkingsregels

Met toepassing van het in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalde werken burgemeester en wethouders de in lid 12.1 omschreven bestemming uit, met inachtneming van de volgende regels:

12.2.1 Algemeen
  • a. Bij de uitwerking van deze bestemming dient voor wat betreft de toegestane bedrijfsactiviteiten rekening te worden gehouden met de maximaal toegestane milieucategorieën. Er dient een afweging naar gevoelige functies in de omgeving plaats te vinden, waarbij de in de Lijst van toegelaten bedrijfstypen genoemde afstanden in acht genomen moeten worden. Onder voorwaarden kunnen - middels ontheffing - bedrijven gevestigd worden in één hogere milieucategorie (maximaal 5.1) dan de regulier toegestane milieucategorie (1 tot en met 5.1), voor zover de milieueffecten naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met die van bedrijven in een lagere milieucategorie. Tevens kan ontheffing verleend worden ten behoeve van bedrijfsactiviteiten die niet voorkomen op de Lijst van toegelaten bedrijfstypen, met dien verstande, dat deze bedrijfsactiviteiten naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de toegelaten milieucategorieën (categorie 3.2, 4.1, 4.2 en 5.1).
  • b. De zonering aan de hand van de Lijst van toegelaten bedrijfstypen dient tot uitdrukking te worden gebracht op de verbeelding behorende bij het uitwerkingsplan.
  • c. In de uitwerking dient het bedrijventerrein te bestaan uit twee delen, welke door een groene bufferzone van elkaar worden gescheiden, met dien verstande dat:
    • 1. de oppervlakte van de groene bufferzone minimaal 60.000 m² bedraagt;
    • 2. de breedte van de groene bufferzone minimaal 65 m bedraagt;
    • 3. de groene bufferzone op maximaal 2 locaties doorsneden mag worden ten behoeve van ontsluitingswegen.
  • d. In de uitwerking dienen de randen het bedrijventerrein, grenzend aan de bestemming 'Agrarisch', over een breedte van minimaal 18 m te worden voorzien van een groene inrichting, al dan niet in combinatie met ontsluitingswegen.
  • e. De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte'. In de uitwerking mag, uitsluitend in gebieden waarvoor een maximale bouwhoogte van 14 m van toepassing is, een ontheffingsbevoegdheid voor bebouwingsaccenten opgenomen worden om te bouwen tot een maximale bouwhoogte van 25 m.
  • f. Gebouwen dienen zich met de representatieve ruimten te oriënteren richting de randen van het bedrijventerrein (A1 en A50). Uitzondering daarop is de rand richting het Beekberger Woud/Traandijk (zuidkant bestemmingsvlak).
  • g. Alle aan het bedrijf gerelateerde activiteiten, waaronder het parkeren (voor zowel personeel als bezoeker), de expeditie, inclusief het draaien en steken van (vracht)wagens en stallen en opslag van goederen dienen plaats te vinden op de eigen bedrijfskavels.
12.3 Bouwregels

Het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 12.1 dient te geschieden overeenkomstig een door burgemeester en wethouders vastgesteld uitwerkingsplan dat in werking is getreden en/of onherroepelijk is geworden.

12.4 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor het bouwen van bouwwerken vóór het tijdstip van inwerkingtreding van het in lid 12.3 bedoelde uitwerkingsplan, indien het bouwplan in overeenstemming is met het (voor)ontwerpuitwerkingsplan en de realisatie ervan past binnen de economische en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.


Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 22.1 opgenomen procedureregels van toepassing.

12.5 Ontheffing van de gebruiksregels
12.5.1 Ontheffingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 12.1 onder b bepaalde teneinde de vestiging van een risicovolle inrichting toe te staan.

12.5.2 Voorwaarden voor ontheffing

Een ontheffing als bedoeld in lid 12.5.1onder a kan alleen worden verleend voor zover:

  • a. de 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico, zoals berekend conform de rekenmethodiek van Bevi dan wel vastgelegd in het Revi voor de categorie van de inrichting, de grens van de kavel van de risicovolle inrichting niet overschrijdt;
  • b. het invloedsgebied voor het groepsrisico niet buiten de grenzen van het industrieterrein is gelegen;
  • c. geen onevenredige belemmeringen voor omliggende functies ontstaan.
12.5.3 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 22.1 opgenomen procedureregels van toepassing.