direct naar inhoud van 2.3 Natuurbeleid en -wetgeving
Plan: Bestemmingsplan Het Loo en Kerschoten
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1042-ont1

2.3 Natuurbeleid en -wetgeving

Bescherming van natuurwaarden vindt plaats via de Flora- en faunawet, de Habitat- en Vogelrichtlijn, de Natuurbeschermingswet, de Boswet en de provinciale richtlijn voor Bos- en natuurcompensatie.

2.3.1 Soortbescherming

Op grond van de Flora- en faunawet is iedere handeling verboden die schade kan toebrengen aan de op grond van de wet beschermde planten en dieren en/of hun leefgebied. Op grond van artikel 75 van de wet kan ontheffing van het verbod worden verleend en op grond van de ex artikel 75 vastgestelde AmvB gelden enkele vrijstellingen van het verbod. Het systeem werkt als volgt:

I. algemene soorten, niet zijnde vogels (soorten tabel 1)

Voor de (met name genoemde) algemene soorten geldt (onder andere) voor activiteiten die zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van het verbod.

II. overige soorten (soorten tabel 2) en vogels

Voor minder algemene maar niet zeer zeldzame soorten (incl. vogels) geldt (onder andere) voor activiteiten die zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van het verbod, mits die activiteiten worden uitgevoerd op basis van een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode.

Wanneer er geen (goedgekeurde) gedragscode is, is voor die soorten een ontheffing met lichte toets nodig; de ontheffingsaanvraag wordt voor deze soorten getoetst aan het criterium "doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort".

Uitzondering vormen de vogels: ontheffing is wel mogelijk, maar alleen door middel van de uitgebreide toets.

III. Ontheffing met lichte toets (soorten tabel 3)

Voor deze minder algemene maar niet zeer zeldzame soorten geldt dat ofwel gewerkt kan worden met een gedragscode danwel een lichte ontheffingstoets. Daarbij wordt onderzocht of er geen afbreuk wordt gedaan aan de instandhouding van de soort (bijvoorbeeld door mitigerende en compenserende maatregelen).

IV. Ontheffing met uitgebreide toets

Deze is van toepassing op:

  • Habitatrichttlijnsoorten.
  • Zeldzame soorten/ersntig bedreigde soorten (waaronder een aantal soorten die op de Rode Lijst staan vermeld).
  • De inheemse vogelsoorten, indien geen sprake is van een gedragscode.

Ontheffing is alleen mogelijk:

  • Een andere bevredigende oplossing niet voorhanden is.
  • Er sprake is van dwingende redenen van openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu gunstige effecten.
  • Geen afbreuk wordt gedaan aan de een gunstige staat van instandhouding van de soort (mitigeren/compenseren).
2.3.2 Gebiedsbescherming

Naast de hiervoor beschreven soortbescherming kan ook een gebiedsbescherming gelden op grond van de Natuurbeschermingswet en de Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Aangezien het plangebied niet ligt in een gebied waarvoor zo'n gebiedsbescherming geldt en ook niet in de invloedssfeer van zo'n gebied, wordt daarop niet verder ingegaan.

2.3.3 Bos- en natuurcompensatie

Flora wordt ook beschermd door de Boswet en de provinciale richtlijn Bos- en natuur-compensatie uit 1998, die is gericht op de instandhouding van het bos- en natuurareaal in de provincie Gelderland. Voor gronden met de hoofd- of medebestemming "Bos" en "Natuur" die in het kader van ruimtelijke planvorming wordt aangetast, gelden bepaalde compensatieregels. De compensatieregels gelden ook voor gronden die niet die bestemmingen hebben maar waar feitelijk natuurwaarden aanwezig zijn dan wel houtopstanden aanwezig zijn waarvoor de herplantplicht geldt. De compensatie is afhankelijk van de vervangbaarheid van de aan te tasten natuur of de leeftijd van het te kappen bos.