direct naar inhoud van 2.4 Waterbeleid
Plan: Bestemmingsplan Tullekensmolenweg 104 Lieren
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1040-ont1

2.4 Waterbeleid

Sinds 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. Deze richtlijn heeft tot doel oppervlaktewater en grondwater kwalitatief en kwantitatief te beschermen en verbeteren. De richtlijn volgt de stroomgebiedsbenadering.

De hoofddoelen van de Kaderrichtlijn zijn:

  • het bereiken van een goede chemische en ecologische kwaliteit van grond- en oppervlaktewater;
  • het realiseren van een forse vermindering van lozingen en emissies naar het oppervlaktewater van stoffen die het milieu schaden;
  • het bewerkstelligen van een aanzienlijke vermindering van huidige en toekomstige verontreiniging van grondwater.

De lidstaten van de Europese Unie hebben de wettelijke plicht om de kaderrichtlijn in hun wetgeving vast te leggen en te laten doorwerken in hun plannen. De doelen chemisch en ecologisch moeten in 2015 voor alle waterlichamen gehaald zijn. In 2009 moeten de te bereiken resultaten vastgelegd zijn in een Stroomgebiedbeheersplan.

Ter uitvoering van het kabinetsstandpunt is medio 2003 het Nationaal Bestuursakkoord Water ondertekend door het rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Uitvoering van het akkoord moet er toe leiden dat het watersysteem in 2015 op orde is.

Sinds 1 november 2003 is de watertoets wettelijk verankerd in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding in de toelichting van ruimtelijke plannen. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

In 2005 is ’Werken aan water’, het Apeldoorns waterplan 2005 - 2015, vastgesteld. Het waterplan beschrijft de visie van de Apeldoornse waterpartners Vitens, Waterschap Veluwe en gemeente op water in de stad en de dorpen. Het plan stelt de kaders voor het onderhoud en voor toekomstige plannen met water. Tevens dient het plan als basis voor communicatie en als toetsingskader voor de watertoets. Dit zijn onder andere uitgangspunten op het terrein van veiligheid, wateroverlast, riolering en waterkwaliteit.

Belangrijke hoofdlijnen uit het waterplan zijn:

  • Het afkoppelen en bergen: bij herontwikkeling, herinrichting en herstructurering zal het verhard oppervlak in het stedelijk gebied zoveel mogelijk afgekoppeld worden, om het watersysteem op orde te krijgen.
  • Herstel van beken en sprengen: het beken- en sprengensysteem in het stedelijk gebied van de stad en de dorpen wordt hersteld. De naast de beek liggende waterbergingen krijgen ook een recreatieve functie voor wandelaars en fietsers. De cultuurhistorische waarde van de beken wordt hersteld en de hoge natuurwaarde wordt beschermd.

In het waterplan zijn de hoofdlijnen per deelgebied uitgewerkt in uitgangspunten voor de waterparagraaf. Voor Beekbergen en Lieren is met name specifiek aandacht nodig voor de beschermingszone rond de Oude Beek van 15 meter breed aan weerszijden. De Oude Beek is in het Provinciaal Waterhuishoudingplan 3 aangewezen als water van het hoogste ecologisch niveau. Plannen mogen geen nadelige effecten hebben op waterafhankelijke natuur en moeten bijdragen aan vergroting van de natuurwaarden. Ontwikkelingen kunnen gekoppeld worden aan herstel van de beek en het brongebied en bruggen en duikers moeten migreerbaar zijn voor flora en fauna. Sterk milieubelastend grondgebruik moet worden geweerd.

In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2006 – 2010, dat in 2005 is vastgesteld, is aangegeven hoe de gemeente Apeldoorn voor de planperiode het beheer en onderhoud van de riolering vormgeeft. Naast de reguliere onderhouds- en vervangingsopgave vanuit de Wet milieubeheer, is het ambitieniveau Actief Duurzamer uit het waterplan uitgangspunt voor het beleid. In het rioleringsplan is aangegeven welke maatregelen worden uitgevoerd, wat de kosten zijn en hoe de kosten gedekt worden. Voor de planperiode zijn de volgende maatregelen voorzien:

  • afkoppelen regenwater bij herstructurering;
  • afkoppelen regenwater autonoom (bv bij rioolvervangingen);
  • voldoende waterberging in beekzones en afvoer via beken;
  • maatregelen voortvloeiend uit de basisinspanning en het waterkwaliteitsspoor;
  • baggeren van vervuilde waterbodems;
  • inlopen achterstand vervanging riolering.