direct naar inhoud van 5.2 De regels
Plan: Bestemmingsplan Kopermolenweg 15 en omgeving Wenum Wiesel
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1028-ont1

5.2 De regels

5.2.1 Inleidende regels

Hoofdstuk 1 van de regels geeft de inleidende regels. Het betreft de begripsregels, waarin de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd, en de wijze van meten en berekenen.

5.2.2 regels omtrent gebruik en bebouwing van de grond

Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hierin worden per bestemming regels gegeven voor gebruik en bebouwing van de grond. Deze bestemmingsregelingen worden hierna besproken.

Agrarisch

Voor het gehele plangebied is de bestemming 'Agrarisch' opgenomen met een aanduiding 'Natuur en landschap'. Deze bestemming met aanduiding doet het meeste recht aan de bestaande situatie en het beoogde gebruik van de gronden. Met de aanduiding 'Natuur en landschap" is voor tal van werkzaamheden een aanlegvergunningplicht opgenomen in de regels. Hiermee wordt bewerkstelligd dat bestaande natuurwaarden zoveel mogelijk worden behouden en beschermd.

Verder is de aanduiding 'water' opgenomen, ter plaatse van aldaar voorkomend water en de recent aangebrachte waterpartijen. Doelstelling van de aanduiding is het water te behouden en te beschermen. Ook hiervoor zijn in de regels bepalingen opgenomen in artikel 13.

Wonen

Er zijn twee locaties met een woonbestemming opgenomen. De oostelijke locatie betreft de bestaande woning op het landgoed. De nieuwe woning wordt ten oosten van de bestaande woning gesitueerd. Binnen een woonbestemming is één hoofdgebouw toegestaan met bijgebouwen. Voor de bestaande woning zijn de 'standaardregels' voor woonbestemmingen opgenomen waarbij een woning van 700 m3 is toegestaan met een goothoogte van 4 meter. Voor het nieuwe bouwvlak zijn specifieke regels opgenomen met betrekking tot het toegelaten bebouwingsoppervlak voor het hoofdgebouw en de bijgebouwen. Deze regels sluiten aan bij de systematiek uit het thans vigerende bestemmingsplan en zijn overgenomen vanwege concrete afspraken hierover met de eigenaar.

In de regels is opgenomen dat de woningen moeten zijn voorzien van een kap. De maximale goothoogte bedraagt 4 meter. Bij de nieuwe woning is tevens een dependance toegestaan met een maximale oppervlakte van 65m2. Bij de dependance zijn geen afzonderlijke bijgebouwen toegestaan. Deze dependance-regeling is overeenkomstig de "Notitie meerdere huishoudens in een woning" vastgesteld door de gemeenteraad in december 2008.

Archeologie

Gebieden die op de archeologische beleidskaart zijn aangemerkt als gebied met middelhoge trefkans op archeologische resten hebben de dubbelbestemming Waarde - Archeologie middelhoog gekregen. Voor gronden met die dubbelbestemming geldt dat bij het indienen van een bouwaanvraag voor een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 50 m2 tevens een archeologisch onderzoeksrapport moet worden ingediend. Als uit dit rapport blijkt dat de archeologische waarden door het oprichten van het bouwwerk zullen worden verstoord kunnen burgemeester en wethouders bepaalde voorwaarden aan de bouwvergunning verbinden. Wanneer de archeologische waarde van het terrein al uit andere informatie (bijvoorbeeld uit eerder uitgevoerd onderzoek) bij de gemeente bekend is, is het niet nodig nieuw onderzoek uit te voeren. Voor een aantal werken en werkzaamheden geldt in deze bestemming een aanlegvergunningvereiste.

Cultuurhistorie

Ter plaatse van een grafheuvel en de voormalige locatie van villa Eikenhorst is een aanduiding cultuurhistorie opgenomen teneinde beschadiging en vernietiging te voorkomen. Ook hiervoor is in de regels een aanlegvergunningplicht opgenomen.

5.2.3 Algemene regels en overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen die gelden voor alle bestemmingen. In artikel 9 zijn bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. In lid 9.1.1 staat onder andere de bepaling over ondergronds bouwen opgenomen. Hierin is bepaald dat ondergronds bouwen is toegestaan waar ook bovengronds gebouwd mag worden. In dit lid is ook een regeling opgenomen voor de bomen die door burgemeester en wethouders als bijzondere boom zijn aangewezen. Bijzondere bomen vinden hun voornaamste bescherming in de Algemene Plaatselijke Verordening, waarin is bepaald dat het verboden is om zonder vergunning bomen te kappen en dat er geen vergunning tot het kappen van bijzondere bomen wordt afgegeven, tenzij sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, noodtoestand of andere uitzonderlijke situatie. Dit geheel biedt reeds een aanzienlijke bescherming van de bijzondere bomen. In het bestemmingsplan is een aanvullende regeling opgenomen. Lid 9.2 bevat de afdekbepaling. Hier is bepaald dat, wanneer in het plan een maximale goothoogte is aangegeven, het gebouw vanaf die bouwhoogte dient te worden afgedekt met een kap. Deze bepaling impliceert dat een platte afdekking is toegestaan, mits dat platte dak niet hoger is dan de op dat punt geldende maximaal toegelaten goothoogte.

In artikel 10 staan de algemene gebruiksregels. Naast het verbod om grond en bouwwerken te gebruiken in strijd met de bestemming bevat dit artikel ook regelingen voor beroeps- en bedrijfsmatig gebruik van woningen. Bij recht is het gebruik van (een deel van) woning en bijgebouwen ten behoeve van beroepsuitoefening aan huis toegestaan. Daarbij worden enige beperkingen gesteld om ervoor te zorgen dat het woonkarakter van de woning het beroepsmatige gebruik blijft overheersen. Door middel van een ontheffing is ook het gebruik voor niet-publiekgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis mogelijk. Ook hier gelden beperkingen om het woonkarakter te behouden. Alleen bedrijfsactiviteiten die voorkomen op de Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis zijn toegestaan. Voor deze lijst is aansluiting gezocht bij de bedrijven die in de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering" als categorie 1-bedrijven zijn aangemerkt. Omdat het gaat om activiteiten in een woning op een relatief klein oppervlak is het aantal bedrijfsactiviteiten dat is toegelaten zeer beperkt gehouden. In artikel 16 staan de procedureregels die bij ontheffing en wijziging in acht genomen moeten worden. Artikel 17 tenslotte geeft een regeling voor verwijzingen naar andere wettelijke regelingen en plannen. De overige artikelen bevatten zeer bekende regels die geen nadere bespreking behoeven.

Hoofdstuk 4 bevat tot slot de strafbepaling, het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik en de titel van het bestemmingsplan.