direct naar inhoud van 4.2 Waterhuishouding
Plan: Bestemmingsplan Kopermolenweg 15 en omgeving Wenum Wiesel
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1028-ont1

4.2 Waterhuishouding

4.2.1 Algemeen

Landgoed de Rotterdamsche Kopermolen ligt in landelijk gebied en is circa 17.7 hectare groot. In het plangebied stroomt de Wenumse Beek dat door Provincie Gelderland is aangemerkt als SED-water. Het plangebied bevindt zich in de keurzone van de beek. Het plangebied valt niet binnen de zoekgebieden voor waterberging die de provincie Gelderland in het streekplan heeft aangegeven. Het plan valt niet onder de “postzegelplannen” zoals Waterschap Veluwe die vanuit het oogpunt van de watertoets heeft gedefinieerd. Het plangebied is tevens onderdeel van de ecologische hoofdstructuur.

4.2.2 Grondwater

Het gebied ligt in de door Provincie Gelderland aangegeven grondwater–fluctuatiezone. Als gevolg van klimaatveranderingen kunnen de grondwaterstanden mogelijk met ca. 10-20 cm stijgen. Uit gegevens van peilbuizen in de omgeving blijkt dat het grondwaterpeil in het plangebied afhankelijk van het maaiveldniveau tussen 0.5 en 3.0 meter onder maaiveld ligt. Er is in en om het plangebied geen grondwateroverlast bekend.

4.2.3 Oppervlaktewater en waterafhankelijke natuur

Onderdeel van de bestemmingswijziging is de realisatie van natte natuur rondom de beek. De recreatieve functies worden opgeheven. De opwaardering naar (natte) natuur vindt geen bezwaren bij zowel Gemeente Apeldoorn als Waterschap Veluwe.

In het algemeen geldt dat de nieuwe natte elementen geen drainerende werking op het gebied mogen hebben. Hiertoe mogen nieuwe poelen, greppels en andere watergangen niet vrij afvoeren op de bestaande beek.

Opgemerkt wordt dat indien werkzaamheden binnen de keurzone van de beek worden verricht hiervoor een keurontheffing bij Waterschap Veluwe moet worden aangevraagd.

4.2.4 Afvoer van hemelwater

Voor afvoer van hemelwater van de nieuwe bebouwing worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Al het hemelwater afkomstig van daken en terreinverhardingen (zoals parkeerplaatsen en pleinen) en straten wordt geïnfiltreerd in de bodem of geborgen op het terrein, bijvoorbeeld door toepassing van infiltatiegreppels of wadi's, ondergrondse infiltatievoorzieningen, waterdoorlatende verhardingen of vijvers.
  • Voor hemelwater afkomstig van afvoerende verharde oppervlakken dient een hemelwatervoorziening ter grootte van minimaal 36 mm per afvoerende m2 verharding aangelegd te worden.

Indien er grotere buien vallen kan de infiltratie- of bergingsvoorziening bovengronds overlopen en afstromen naar de nieuw gecreëerde natte natuur.

Voor de nieuwbouw mag géén gebruik worden gemaakt van uitlogende materialen die het hemelwater kunnen verontreinigen (DAF-prestaties). Voorbeelden zijn zink en koper.

4.2.5 Afvoer van afvalwater

De nieuwe gebouwen dienen te worden voorzien van gescheiden afvoeren voor vuil- en hemelwater, zoals op grond van het Bouwbesluit verplicht is. De vuilwaterafvoer van de bebouwing wordt aangesloten op het gemeentelijke vuilwaterriool (drukriolering) in de Kopermolenweg. Het riool heeft voldoende capaciteit voor de extra vuilwaterafvoer van de nieuwbouw.

4.2.6 Watertoets

Het plan omvat minder dan 10 woningen. Het plangebied ligt niet in een Keurzone of in een zoekgebied voor waterberging. Het plan betreft geen HEN-water (inclusief beschermingszone), landgoed, weg, spoorlijn, damwand, scherm, ontgronding et cetera. Bovendien zal er niet meer dan de landelijke afvoernorm geloosd gaan worden op het oppervlaktewater. Daarom is dit plan in het kader van de watertoets een postzegelplan als omschreven door Waterschap Veluwe. Het voorontwerp van dit plan is in het kader van de watertoets besproken met Waterschap Veluwe. Opmerkingen van Waterschap Veluwe zijn in bovenstaande waterparagraaf verwoord.