direct naar inhoud van 3.4 Toekomstige natuurontwikkeling
Plan: Bestemmingsplan Kopermolenweg 15 en omgeving Wenum Wiesel
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1028-ont1

3.4 Toekomstige natuurontwikkeling

Het landgoed zal met een pakket aan maatregelen worden vormgegeven (hersteld) en beschermd. De maatregelen omvatten:

  • a. Teneinde nieuwe natuur de ruimte te geven is voor de meeste graslanden op het landgoed een beheerpakket afgesloten in het kader van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (SAN). Hierdoor zullen de graslanden op den duur minder voedselrijk van karakter en bloemrijker worden. Het geniet de voorkeur om op de grens naar andere biotopen een minder intensief maaibeheer in te stellen. In deze randen volstaat eens per 2 of 3 jaar gefaseerd maaien. Hierdoor zal de kwaliteit van het gebied voor de fauna aanzienlijk toenemen.
  • b. Het bestaande naaldbos wordt langzaam omgevormd tot loofbos met een opbouw van kruid struik- en boomlaag. Boomsoorten als Quercus robur zomereik, Betula pendula ruwe berk, en struikvormers als Rhamnus frangula vuilboom, Sorbus aucuparia lijsterbes, stimuleren.
  • c. Het bestaande beukenbos wordt ontwikkeld tot een bos met struik-en kruidlaag. De exoten worden verwijderd (o.a. Amerikaanse eik), de ontstane openingen worden ingeplant met name met struikvormers. Aan de randen waar meer lichtinval is stimuleren van randbeplanting door aanplant struikvormers zoals Corylus avellana hazelaar, Crataegus laevigata tweestijlige meidoorn, Sorbus aucuparia lijsterbes.
  • d. De bestaande laan wordt versterkt. De laan wordt vanaf de Kopermolenweg tot het begin van de bestaande laan en vanaf het eind van de bestaande laan tot aan de wijert ingeplant met Fagus sylvatcia beuk. Hiervoor is het noodzakelijk aan het begin van de laan ruimte te maken voor aanplant.
  • e. Langs de bestaande paardenwei het naaldbos en op de 'overgang' van cultuurlandschap naar natuurlandschap wordt een struweel aangeplant voor de vorming van een mantel zoom vegetatie.
  • f. De bestaande vergraving wordt natuurtechnisch verbeterd. Het grondlichaam en de beplanting wordt verwijderd zodat er meer zonlicht op het water en de oevers mogelijk is. De taluds aan de zuidzijde worden vergraven tot zeer flauwe oevers. Op deze manier wordt het water in het voorjaar sneller opgewarmd hetgeen zeer gunstig is voor de voortplanting van amfibieĆ«n.