direct naar inhoud van 3 RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE OPZET
Plan: Bestemmingsplan Imbosweg 14 Loenen
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1027-onh1

3 RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE OPZET

Zoals in paragraaf 2.1 is aangegeven, heeft de ervenconsulent van het Gelders Genootschap geadviseerd over de wijze waarop de nieuwe woning op het perceel moet worden afgestemd op de omgeving en op welke wijze een bijdrage aan de kwaliteit van de omgeving kan worden geleverd. Dit advies is vastgelegd in de Notitie uitgangspunten en randvoorwaarden erftransformatie, die is opgenomen in bijlage 2 van de Bijlagen bij de toelichting.

Erf

De kwaliteit van het bestaande erf wordt gevormd door de oude boerderij en de streekeigen terreininrichting. De boerderij staat met de achterkant (deeldeur) richting de zandweg. Het woongedeelte is naar de enk gericht. Het erf aan de Imbosweg betreft een klein erf met een boerderij en een grote schuur. Kleinschalige erven zijn kenmerkend voor Zilven. Het erf maakt deel uit van meerdere belangrijke structuren die hun oorsprong in het verleden hebben. De eerste structuur waar het erf deel van uitmaakt is de krans van erven aan de rand van de enk. Deze draagt bij aan de leesbaarheid van het enkenlandschap. De tweede structuur is de lintstructuur van de lmbosweg, vanaf de enk vormen kleine linten van erven de schakel tussen enk en dorp.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1027-onh1_0004.png"

Een belangrijke kwaliteit op het erf aan de Imbosweg is de authentieke boerderij. De oorspronkelijke voor- en achterkant van de boerderij zijn van buitenaf beleefbaar. Aan de achterzijde laten de deeldeur, de mestdeuren en de stalramen zien dat daar eerder het stalgedeelte van de boerderij was en aan de voorzijde tonen de grote ramen dat daar ook vroeger al gewoond werd. De schuur op het erf aan de Imbosweg 14 is later gebouwd en heeft weinig kwaliteit. Dit heeft meedere oorzaken. De eerste oorzaak is gelegen in de positie op het erf. De schuur staat dichter richting de zandweg dan de boerderij en neemt daardoor een te prominente positie in. Ten tweede is de materialisering van witte baksteen, een oneigenlijk materiaal voor schuren en stallen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1027-onh1_0005.png"

Situering nieuwe bebouwing

De grote ontsierende schuur aan de Imbosweg 14 wordt gesloopt. Daarnaast wordt een schuur op een ander perceel gesloopt. Hiervoor in de plaats mag maximaal één woning en een schuur worden teruggebouwd. Doordat de bebouwing op het perceel aan de Imbosweg verdwijnt ontstaat er vanaf de zandweg weer direct zicht op de enk. Dit is landschappelijk een grote kwaliteitsverbetering. Nieuwe bebouwing hoort dan ook niet teruggebouwd te worden op de plaats van de te slopen schuur. Bij ontwikkeling van nieuwe bebouwing wordt bij voorkeur een nieuw klein erf gevormd, passend binnen de bestaande structuren waardoor Zilven wordt gevormd. Een nieuw erf sluit aan bij de krans van erven rondom de enk en doet daarnaast mee in de lintstructuur die de erven rond de enk met het dorp verbinden.

De plaats van de bebouwing op het nieuwe erf is van belang. Naast een nieuw zicht op de enk ontstaat er ook zicht op nieuwe bebouwing. Het is daarom belangrijk dat de bebouwing die in de zichtlijn komt te liggen een antwoord biedt op de zichtlijn. Voorstel is daarom om het woongebouw met de kopse kant in de zichtlijn te situeren. Voorwaarde is dat er in het nieuwe ontwerp van het erf en in de architectuur van de gebouwen een antwoord wordt geboden op de plaats die de bebouwing krijgt in de zichtlijn. Door het woonhuis op de voorgestelde plaats te situeren en de schuur naar achteren te plaatsen ontstaat er als vanzelf een voorerf richting de weg en een achtererf richting het weiland. Andere voorwaarde is dat de gebouwen compact op het erf worden gesitueerd en worden onsloten via een centrale ruimte.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1027-onh1_0006.png"

Entree erf

De entree van het nieuwe erf wordt gesitueerd voorbij de woning, waardoor het erf duidelijk losgekoppeld wordt van het oude erf en een van de erven aan het lint wordt.

Terreininrichting

Het bestaande erf is in het verleden al geheel landschappelijk ingeplant. De meidoornhaag die nu stopt ter plaatse van de te slopen schuur kan in de nieuwe situatie worden aangevuld.

Van belang is dat ook het nieuwe erf goed in het landschap wordt ingepast. Voor het nieuwe erf geldt dat het aan de rand van de enk komt te liggen. Het is daarom ongewenst om het nieuwe erf aan de achterzijde fors te beplanten met hoge beplanting. Het zicht op de enk wordt daarmee onderbroken. Lage beplanting met hagen als meidoorn en beukenhagen zijn geschikt. Een kastanje, linde of notenboom kan de hoek van het erf markeren.

Belangrijk is dat de bebouwing op het nieuwe erf aansluit bij de bestaande bebouwing in het gebied. Dit betekent overigens niet dat er geen vernieuwende architectuur kan worden toegepast. De bebouwing op het nieuwe erf voldoet aan de principes die horen bij een erf. Dat betekent dat er sprake is van één hoofdgebouw en dat de nieuwe schuur daaraan ondergeschikt is.

Het nieuwe hoofdgebouw heeft een eenduidige hoofdmassa en een enkelvoudig volume. In geval van toevoegingen aan de hoofdmassa (zoals uitbouwen of dakkapellen) moeten deze duidelijk ondergeschikt zijn. De gebouwen zijn maximaal één laag met een forse kap en lage goten en in alle gevallen voorzien van een zadeldak. De kleur en het materiaalgebruik van de nieuwe bebouwing moet passen bij de bestaande bebouwing in de omgeving. De kleur van de schuur is gedekt. De verlichting op het erf vormt een aandachtspunt, er dient terughoudend mee om te worden gegaan.