direct naar inhoud van 1.1 Aanleiding
Plan: Bestemmingsplan Brinkenweg 87 Klarenbeek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1019-vas1

1.1 Aanleiding

G. van den Brink, eigenaar van Loonbedrijf Gert van den Brink, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 08080532, heeft op 14 januari 2008 het verzoek bij de gemeente ingediend om zijn bedrijf aan de Brinkenweg 87 in Klarenbeek te mogen vestigen. Op dit moment is het bedrijf gevestigd binnen de bebouwde kom van Apeldoorn, op het woonperceel Landdrostlaan 36 in de wijk De Maten. De activiteiten van het bedrijf bestaan vrijwel geheel uit agrarische loonwerkzaamheden. In figuur 1 zijn beide locaties weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1019-vas1_0001.png"

Figuur 1. De oude en de nieuwe bedrijfslocatie: respectievelijk Landdrostlaan 36 (lhet gemarkeerde vakje links op de foto ) en Brinkenweg 87 (het gemarkeerde vakje rechts op de foto)

Het perceel Landdrostlaan 36 is gelegen tussen de Landdrostlaan en de Rijksweg A1, in een stadsrand die nog getuigt van een vroeger agrarisch gebruik. De andere kant van de snelweg is slecht bereikbaar vanaf die plek. Er moet een stuk Landdrostlaan worden 'overbrugd' voordat het agrarisch gebied wordt bereikt. Voor de door het bedrijf gebruikte voertuigen en machines, die steeds groter worden en daardoor minder hanteerbaar in het verkeer, is er op het woonperceel te weinig stallingsruimte en in het stedelijke verkeer te veel drukte.

Op de nieuwe vestigingsplek van het loonbedrijf bevinden de agrarische klanten zich goed bereikbaar in de omgeving. Daardoor hoeft er geen overbodige afstand, van binnen naar buiten de bebouwde kom en omgekeerd, te worden afgelegd. Er wordt onderweg minder verkeersdrukte ondervonden. Daardoor treedt er voor het bedrijf minder tijdverlies op.

Op de nieuwe locatie Brinkenweg 87 kan bovendien voldoende stallingsruimte worden gerealiseerd voor de voertuigen en machines. De aanvrager heeft de bedoeling hier een loods van 1.000 m2 te bouwen.

Zodra het bedrijf verhuisd is, ondervinden de verkeersdeelnemers binnen de bebouwde kom geen hinder meer van de verkeersbewegingen met tractoren en andere trage, brede machines. Dit komt ten goede aan de doorstroming en de veiligheid van het binnenstedelijke verkeer.