direct naar inhoud van Artikel 3 Agrarisch
Plan: Bestemmingsplan Brinkenweg 87 Klarenbeek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1019-vas1

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. agrarische bedrijven;
  • b. recreatief medegebruik in de vorm van paardrijden, hobbymatig weiden van vee, wandelen en fietsen;
  • c. natuurbeheer;
  • d. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen.

3.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 6 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzing verwijst naar de in lid 3.4 genoemde ontheffingen.

Bebouwing   Maximale oppervlakte/
inhoud  
Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen:
 
      - bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van terrein- en erfafscheidingen en bouwwerken geen gebouwen zijnde voor teeltondersteunende voorzieningen
 
- erf- en terreinafscheidingen       2 m    
- antenne-installaties
 
    15 m    
- paardenbakken, stapmolens en lichtmasten t.b.v. paardenbakken       2 m   - indien de paardenbak geen onderdeel vormt van het agrarisch bedrijf als bedoeld in lid 3.1 is er ten hoogste één paardenbak per bedrijfswoning toegestaan
- de afstand van een paardenbak tot (bedrijfs)woningen van derden bedraagt ten minste 50 meter;
- uitsluitend in samenhang met een ontheffing als bedoeld in lid 3.4.1 zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een paardenbak toegestaan
 
- overig
 
    6 m    

3.3 Specifieke gebruiksregels

Naast de algemene gebruiksregels van artikel 7 gelden de volgende specifieke regels.

3.3.1 Wonen

Grond behorende bij bedrijfswoningen, maar gelegen buiten het bestemmingsvlak met de bestemming 'Bedrijf - Agrarisch Loonbedrijf' mag, als zijnde een aan het landelijk gebied verwante activiteit, gebruikt worden als moestuin.

3.3.2 Paardenbakken

Het is niet toegestaan de gronden gelegen buiten het bouwvlak te gebruiken ten behoeve van paardenbakken (tenzij met toepassing van een ontheffing als bedoeld in lid 3.4.1).

3.4 Ontheffing van de gebruiksregels
3.4.1 Ontheffingsbevoegdheid voor paardenbakken

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 3.3.2 bepaalde:

voor het realiseren van ten hoogste één paardenbak, behorende bij een bedrijfswoning maar gelegen buiten het bestemmingsvlak met de bestemming 'Bedrijf - Agrarisch Loonbedrijf', met dien verstande dat geldt dat:

  • a. de gehele paardenbak binnen een afstand van 75 meter van het betreffende bestemmingsvlak gesitueerd dient te worden;
  • b. er geen onevenredige hinder ten gevolge van de paardenbak mag optreden bij andere (bedrijfs)woningen; in ieder geval mag de afstand tussen enig punt van de paardenbak en een (bedrijfs)woning van derden niet minder dan 50 meter bedragen;
  • c. de hoogte van de paardenbakomheiningen en lichtmasten niet meer dan 2 meter bedraagt;
  • d. realisatie van de paardenbak binnen het betreffende bestemmingsvlak aantoonbaar niet haalbaar is.
3.4.2 Voorwaarden voor ontheffing

Ontheffingen als bedoeld in dit lid kunnen alleen worden verleend voor zover de aldaar in het gebied voorkomende waarden dan wel het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

3.4.3 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 10 opgenomen procedureregels van toepassing.