direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijf - Agrarisch Loonbedrijf
Plan: Bestemmingsplan Brinkenweg 87 Klarenbeek
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1019-onh1

Artikel 4 Bedrijf - Agrarisch Loonbedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. De voor 'Bedrijf - Agrarisch Loonbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
    • 1. een agrarisch loonbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding:
      Aanduiding   Bedrijf   SBI-code   Straatnaam   Huisnummer  
      B-AL   Loonbedrijf Gert van den Brink   014   Brinkenweg   87  
    • 2. een bedrijfswoning, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
    • 3. beroepsuitoefening aan huis;
    • 4. nutsvoorzieningen;
    • 5. tuin en/of erf;
    • 6. ontsluitingswegen;
    • 7. groenvoorzieningen;
    • 8. spuitplaats voor het reinigen van voertuigen en machines;

met de daarbij behorende bouwwerken en parkeervoorzieningen.

4.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 6 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 4.4 genoemde ontheffingen.

Bebouwing   Maximale oppervlakte/
inhoud  
Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
gebouwen en overkappingen, met uitzondering van bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen
 
- bouwvlak, met inachtneming van het bebouwingsp ercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)'   de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven waarde   de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven waarde   de afstand van gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m  
Bedrijfswoningen   600 m3   4 m     - voor het bepalen van de inhoud worden inpandige garages en bergingen meegeteld;
- per bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan  
bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen   75 m2   3 m   5 m   - bijgebouwen en overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan worden opgericht (ontheffing: lid 4.4 )  
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen:
 
       
- erf- en terreinafscheidingen       2 m   - de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan bedraagt ten hoogste 1 m (ontheffing: lid 4.4 )
 
- antenne-installaties
 
    15 m    
- paardenbakken, stapmolens en lichtmasten t.b.v. paardenbakken       2 m   - indien de paardenbak geen onderdeel vormt van het bedrijf als bedoeld in lid 4.1 onder a is er ten hoogste één paardenbak per bedrijfswoning toegestaan
- de afstand van een paardenbak tot (bedrijfs)woningen van derden bedraagt ten minste 50 meter
 
- overig
 
    6 m    

4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwingbinnen het bouwvlak en de oppervlakte per gebouw teneinde de bebouwing in een compacte eenheid te situeren, voor zover dit noodzakelijk is voor een landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare en verantwoorde inpassing in de omgeving. Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 10 opgenomen procedureregels van toepassing.

4.4 Ontheffing van de bouwregels
4.4.1 Ontheffingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen:

  • a. van het in lid 3 bepaalde voor het bouwen van bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en overkappingen voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan;
  • b. van het in lid 3 bepaalde voor het ten behoeve van de privacy bouwen van een erf- of terreinafscheiding voor de voorgevelrooilijn bij bedrijfswoningen tot een bouwhoogte van 2 m, indien dit met het oog op de verkeers- en sociale veiligheid niet onaanvaardbaar is.
4.4.2 Voorwaarden voor ontheffing

Ontheffingen als bedoeld in dit lid kunnen alleen worden verleend voor zover de aldaar in het gebied voorkomende waarden dan wel het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

4.4.3 Verwijzing procedureregels ontheffing

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 10 opgenomen procedureregels van toepassing.

4.5 Specifieke gebruiksregels

Naast de algemene gebruiksregels van artikel 7 gelden de volgende specifieke regels.

4.5.1 Agrarisch gebruik

Agrarische bedrijvigheid is uitsluitend als nevenactiviteit toegestaan, mits dit niet leidt tot een milieuhygiënisch onaanvaardbare situatie.