direct naar inhoud van Artikel 4 Recreatie - Recreatiewoning
Plan: Bestemmingsplan Beekbergen Klein Canada
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1018-onh1

Artikel 4 Recreatie - Recreatiewoning

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Recreatie - Recreatiewoning aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. verblijfsrecreatie, met uitsluiting van overnachting in kampeermiddelen;

b. recreatiewoningen;

c. behoud en bescherming van monumentale bomen, ter plaatse van de aanduiding "monumentale boom";

d. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende bouwwerken en parkeervoorzieningen.

4.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 9 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema.

Bebouwing   Maximale oppervlakte   Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
Gebouwen en overkappingen   65m²   3m   6m   - maximaal 8 recreatiewoningen in het bouwvlak toegestaan;
- uitsluitend vrijstaande recreatiewoningen toegestaan;
- bij recreatiewoningen mogen geen bijgebouwen worden gebouwd.  
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen       overkappingen: 3 m

terrein- en erfafscheidingen: 2 m

overig: 2 m  
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de naar de straat of openbaar verblijfsgebied georiënteerde gevel(s) bedraagt ten hoogste 1 m  
4.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 4.2 bepaalde voor het ten behoeve van de privacy oprichten van een tuin- of erfafscheiding tot een hoogte van 2m voor de voorgevelrooilijn bij recreatiewoningen, indien dit met het oog op sociale- en verkeersveiligheidsredenen en het in het plan beschreven stedebouwkundig beeld aanvaardbaar is.

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 13 opgenomen procedureregels van toepassing.

4.4 Aanlegvergunning
4.4.1 Vergunningplicht

Het is verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning binnen een afstand van 5 meter uit het hart van een monumentale boom:

  • a. oppervlakteverhardingen ten behoeve van parkeren aan te leggen of aan te brengen;
  • b. wegen en paden aan te leggen en te verharden of andere oppervlakteverhardingen aan te brengen;
  • c. de bodem te verlagen en gronden af te graven, op te hogen en te egaliseren;
  • d. ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en daarmee samenhangende constructies, installaties en apparatuur aan te brengen;
  • e. andere handelingen te verrichten die de dood of ernstige beschadiging van bomen ten gevolge hebben of kunnen hebben.
4.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht

Het onder 4.4.1 opgenomen verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:

  • a. in het kader van het normale beheer en onderhoud;
  • b. waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;
  • c. als bedoeld in sublid 4.4.1 onder e, voor zover de artikelen 4.5.1 tot en met 4.5.11 van de Algemene Plaatselijke Verordening daarop van toepassing zijn.
4.4.3 Beoordelingscriteria

Werken en werkzaamheden als bedoeld in dit lid zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in artikel 6 lid 6.1 bedoelde gronden, die het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.