direct naar inhoud van 3.4 Archeologie
Plan: Bestemmingsplan De Maten - winkelcentrum Eglantier
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1016-ont1

3.4 Archeologie

De ondergrond van het plangebied van de Eglantier bestaat oorspronkelijk uit een dekzandvlakte. Na de stuwing van de Veluwe in de voorlaatste ijstijd is veel sediment (grond) door smeltend ijs en onderhevig aan de zwaartekracht naar het oosten gevoerd, de helling af. De wind heeft vervolgens tijdens en na de laatste ijstijd fijn zand in grote pakkettren afgezet in de lagere delen in en rond Apeldoorn. Dit fijne zand wordt dekzand genoemd omdat het andere sedimenten heeft afgedekt. Door de wind werd het dekzand soms opgeblazen tot heuze ruggen. Deze dekzandruggen boden jagers/verzamelaars de mogelijkheid om droge voeten te behouden in de zeer natte omgeving en zij sloegen hier hun kampementen op. Ook de eerste landbouwers bouwden hier hun boerderijen. De resten van deze prehistorische samenlevingen liggen direct onder het maaiveld en zijn dus relatief kwetsbaar. Het normale gebruik als landbouwgrond heeft al een negatieve invloed op de resten die zich eventiueel in de bodem bevinden. Door het ploegen worden deze resten opgeploegd en zodoende kun je vuurstenen werktuigen op de akker aantreffen.

Naast het normale grondgebruik heeft natuurlijk woningbouw een nog groter effect op archeologische waarden. De bovengrond wordt afgegraven voor de aanleg van funderingen en kabels en leidingen worden diep ingegraven. Er mag derhalve worden aangenomen dat de eventueel aanwezige archeologische waarden door de aanleg van winkelcentrum De Eglantier zodanig verstoord zijn dat bij nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied geen archeologische waarden meer in situ worden verwacht.