direct naar inhoud van 5.11 Ecologie
Plan: Bestemmingsplan Klarenbeek
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1008-ont1

5.11 Ecologie

Op grond van de Flora en faunawet is het, kort gezegd, verboden beschermde inheemse planten op enigerlei wijze van hun groeiplaats te verwijderen, een beschermde inheemse diersoort opzettelijk te verontrusten en nesten, holen of andere vaste rust- en verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Het onderhavige bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. Bestaande bebouwing is als zodanig bestemd en kan in beperkte mate op eigen erf/terrein worden uitgebreid. Van het handelen in strijd met het gestelde in de Flora- en faunawet zal dan ook geen sprake zijn, zodat het aanvragen van een ontheffing niet aan de orde is.
Voor de (her)ontwikkelingslocaties is een natuurtoets gedaan. De resultaten zijn neergelegd in het rapport 'Natuurtoets Flora- en faunawet Biezematen, Beekbergen, Lieren, Klarenbeek en beekherstelproject gemeente Apeldoorn' (adviesbureau Mertens, oktober 2005). Onderzocht zijn zowel de gevolgen van bebouwing van het tussenliggende weidegebied in het dorp, alsmede stedelijke uitbreiding van Klarenbeek aan de randen van het dorp.

Ten aanzien van de locaties wordt het volgende geconcludeerd:

  • spaarzaam gebruik van licht in het gebied van de Houtindustrie Krepel;
  • bij het water de Klarenbeek zorgen voor het handhaven van structuur;
  • geen werkzaamheden uitvoeren aan het water de Klarenbeek;
  • eventueel dempen van wateren in de twee (agrarische) gebieden aan de noordwestzijde van het dorp buiten het voortplantingsseizoen (maart-juli);
  • door het opvolgen van deze aanbevelingen is in geen van de gebieden een ontheffing volgens artikel 75c van de Flora- en faunawet vereist.

Ondanks deze valide conclusies vraagt de sindsdien veranderde wetgeving om een actualisatie van de uitgevoerde natuuronderzoeken. Bij de ontwikkeling en uitvoering van de nieuwe projecten is dan ook nieuw onderzoek noodzakelijk, waarbij de relaties met de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en de ecologische verbindingszones aan de orde moet komen.

Voortoets Natura 2000

Wanneer plannen worden ontwikkeld voor ruimtelijke ingrepen, dient vooraf te worden beoordeeld of er mogelijke nadelige consequenties voor beschermde soorten/gebieden zijn. Deze afweging wordt gemaakt in de vorm van een toetsing aan vigerende natuurwetgeving. Naast bovengenoemde onderzoeken heeft een aanvullende globale toetsing gebieds- en soortenbescherming plaatsgevonden (Arcadis, 19-10-2009, 074347203:0.1!).
De rapport en de aanbevelingen daaruit zijn als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Geconcludeerd wordt dat met name wat betreft water geen diepe grondwateronttrekkingen mogen plaatsvinden en dat zover mogelijk grondwaterneutraal dient te worden gebouwd. Verder worden aanbevelingen gegeven om schade en verstoring van beschermde soorten te voorkomen.

Hessenallee 9-23

Voor de locatie Hessenallee 9-23 is een quickscan flora en fauna uitgevoerd (Ecoconsultancy, 12-11-2009, nr.: 09106152). Het rapport concludeert dat er geen sprake is van een aantasting van de EHS of van een externe werking op overige beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Ook wordt geen nader onderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen noodzakelijk geact. Tenslotte is er geen noodzaak om een ontheffing van de Flora- en faunawet aan te vragen, mist de volgende maatregelen worden genomen:

  • starten van werkzaamheden buiten het broedseizoen;
  • het geschikt maken van de nieuwe bebouwing voor huismussen (bijvoorbeeld met vogelvides);
  • het plaatsen van 8 kunstnesten voor huiszwaluwen aan de gevels van de nieuwe woningen.