direct naar inhoud van 4.5 Externe veiligheid
Plan: Bestemmingsplan Malkenschoten-Kayersmolen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1002-von1

4.5 Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven. Ook kleinere bedrijven als lpg-tankstations, opslagen van bestrijdingsmiddelen, buisleidingen, transportactiviteiten en luchtverkeer zijn als potentiële gevarenbron aangemerkt.

4.5.1 Besluit externe veiligheid inrichtingen

Algemeen

Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Het Bevi heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken verplicht het Bevi gemeenten en provincies bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening afstand aan te houden tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicovolle bedrijven. Het Bevi regelt hoe gemeenten moeten omgaan met risico's voor mensen buiten een bedrijf als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in een bedrijf. Daartoe legt het Bevi het plaatsgebonden risico vast en geeft het een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico.

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-5 (één op 100.000) en een contour waarbinnen deze kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Kwetsbare objecten zoals woningen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, grote (kantoor)gebouwen en grotere recreatieterreinen zijn niet toegestaan binnen de 10-6-contour. In het geval er zich binnen de 10-5-contour bestaande kwetsbare objecten bevinden, dan zouden deze situaties voor oktober 2007 moeten zijn gesaneerd. Beperkt kwetsbare objecten zoals grotere winkels, restaurants, sporthallen, grote gebouwen en speeltuinen zijn in principe niet toegestaan binnen de 10-6-contour. Voor bestaande beperkt kwetsbare objecten binnen die contour zijn geen normen of saneringstermijnen opgenomen.

Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt tengevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een Bevi-bedrijf geldt een verantwoordingsplicht voor de gemeente voor het toelaten van gevoelige functies.

Bevi-inrichtingen in plangebied

In de Beleidsvisie Externe Veiligheid Apeldoorn zijn alle risicovolle inrichtingen, transportroutes en buisleidingen in de gemeente geïnventariseerd. In de visie is in kaart gebracht welke (potentiële) knelpunten met betrekking tot het plaatsgebonden risico en het groepsrisico aanwezig zijn. Binnen de grenzen van het plangebied is een aantal risicovolle inrichtingen aanwezig.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1002-von1_0016.jpg"

Het betreft de volgende bedrijven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1002-von1_0017.jpg"

De risicovolle inrichtingen in het plangebied zijn op de verbeelding voorzien van een aanduiding 'risicovolle inrichting'. Nieuwvestiging van risicovolle bedrijven op het bedrijventerrein is slechts toegestaan door middel van ontheffing. Als voorwaarde voor ontheffing geldt dat de PR10-6-contour binnen de grens van de inrichting moet liggen. Hierdoor wordt voorkomen dat bestaande (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR10-6-contour van een nieuwe risicovolle inrichting komen te liggen.

Volgens de beleidsvisie Externe Veiligheid is bij het Shell-station aan de Lange Amerikaweg sprake van een knelpunt met betrekking tot het PR in de geprojecteerde situatie. Het vigerende bestemmingsplan maakt binnen de PR10-6-contour van het lpg-station de realisering van kwetsbare objecten mogelijk (kantoorpanden met een oppervlak groter dan 1.500 m²). Hierdoor kan ook het groepsrisico, dat momenteel nog niet wordt overschreden, potentieel worden overschreden. Voor de overige inrichtingen is geen sprake van knelpunten met betrekking tot het PR of het GR, noch in de werkelijke noch in de geprojecteerde situatie. Er zijn geen kwetsbare objecten aanwezig binnen PR10-6-contouren en de oriëntatiewaarde voor het GR wordt niet overschreden.

In voorliggend bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er worden dus geen nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd binnen de PR 10-6-contouren van de aanwezige bedrijven. De PR 10-6-contour van 110 meter rondom het lpg-vulpunt is als veiligheidszone opgenomen op de verbeelding. Binnen deze zone is de nieuwbouw van (beperkt) kwetsbare objecten niet toegestaan. Het knelpunt waar volgens de beleidsvisie sprake van was, is daarmee opgelost.

4.5.2 Leidingen

In het zuidelijk deel van het plangebied ligt een hogedruk-aardgastransportleiding. Voor dergelijke leidingen gelden bebouwingsvrije zones en risicoafstanden waarmee rekening dient te worden gehouden. De leiding is opgenomen op de verbeelding, met een bebouwingsvrije zone van 30 meter aan weerszijden waarbinnen slechts mag worden gebouwd na ontheffing. Door middel van een aanlegvergunningstelsel wordt het risico op calamiteiten beperkt. In het aanlegvergunningstelsel is namelijk bepaald dat een aantal activiteiten die schade aan gasleidingen kunnen veroorzaken (met name graafwerkzaamheden), alleen zijn toegestaan nadat daarvoor een aanlegvergunning is verkregen. De risicoafstanden die gelden voor aardgastransportleidingen zijn opgenomen in de richtlijn 'Regels inzake zonering langs hogedruk-aardgastransportleidingen' uit 1984 van het Ministerie van VROM. In de beleidsvisie externe veiligheid is geconcludeerd dat zich met betrekking tot externe veiligheid (PR en GR) geen knelpunten voordoen.

Door het plangebied loopt daarnaast een aantal hoogspanningsverbindingen. Ook voor deze hoogspanningsverbindingen geldt dat ze, inclusief bebouwingsvrije zone, specifiek op de verbeelding zijn opgenomen en zijn voorzien van een dubbelbestemming. Voor de hoogspanningslijn die in noord-zuidelijke richting loopt geldt een bebouwingsvrije zone van 38,5 meter aan weerszijden. Voor de oost-westgerichte lijn geldt een zone van 74 meter aan weerszijden.

4.5.3 Transport gevaarlijke stoffen

In Apeldoorn zijn geen speciale routes voor gevaarlijke stoffen aangewezen. In verband met de risico's vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over spoorlijnen en wegen, is door Royal Haskoning onderzoek uitgevoerd naar het plaatsgebonden risico en het groepsrisico langs transportroutes in Apeldoorn. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het rapport Veilig langs transportassen d.d. 14 januari 2003. Daaruit blijkt dat het aspect externe veiligheid voor wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen zowel over de spoorlijn als over de wegen nabij het plangebied geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkelingen. Met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan, waarin geen nieuwe ontwikkelingen zijn opgenomen, is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen.