direct naar inhoud van 4.2 Milieuzonering en geluidszonering
Plan: Bestemmingsplan Malkenschoten-Kayersmolen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1002-von1

4.2 Milieuzonering en geluidszonering

Voorliggend bestemmingsplan voorziet voor het bedrijventerrein Malkenschoten - Kayersmolen in een zonering conform de systematiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009). Hierbij is op perceelsniveau bepaald welke categorieën bedrijven zijn toegestaan. Daarnaast zijn delen van het bedrijventerrein gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder en daarmee voorzien van een 50 dB(A)-contour. Deze (dubbele) zonering is in voorliggend bestemmingsplan vertaald door middel van verschillende bestemmingen en aanduidingen:

  • De zonering op basis van de Wet geluidhinder is vertaald in de bestemmingen 'Bedrijventerrein-1' en 'Bedrijventerrein - 2'. Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein - 1' zijn geluidzoneringsplichtige inrichtingen toegestaan. Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein - 2' zijn dergelijke inrichtingen uitgesloten.
  • De zonering in milieucategorieën op basis van de VNG-brochure, die zowel voor de bedrijven binnen de bestemming 'Bedrijventerrein - 1' als de bedrijven binnen de bestemming 'Bedrijventerrein - 2' geldt, is geregeld door middel van aanduidingen. Hierbij is per bedrijfsperceel aangegeven welke milieucategorie maximaal is toegestaan.

In paragraaf 4.2.1 wordt ingegaan op de milieuzonering conform de VNG-brochure. Paragraaf 4.2.2 betreft de zonering in het kader van de Wet geluidhinder.


4.2.1 Milieuzonering conform VNG-brochure

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:

  • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;
  • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente Apeldoorn de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is.

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden.

Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies; direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied. Gezien de aanwezige functiemenging of de ligging nabij drukke wegen kent het gemengd gebied al een hogere milieubelasting. Dat rechtvaardigt het verlagen van de richtafstanden met één stap. De richtafstand van 30 meter voor een bedrijf in milieucategorie 2 kan dan bijvoorbeeld worden verkleind tot 10 meter en de richtafstand van 100 meter voor een bedrijf in milieucategorie 3.2 kan verlaagd worden tot 50 meter. Uitzondering op het verlagen van de richtafstanden vormt het aspect gevaar: de richtafstand voor dat milieuaspect wordt niet verlaagd.

Onderstaande tabel geeft de relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype weer.

Richtafstanden conform VNG-brochure (bron: VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering', 2009)

milieucategorie   richtafstand tot omgevingstype
rustige woonwijk  
richtafstand tot omgevingstype
gemengd gebied  
1   10 m   0 m  
2   30 m   10 m  
3.1   50 m   30 m  
3.2   100 m   50 m  
4.1   200 m   100 m  
4.2   300 m   200 m  
5.1   500 m   300 m  
5.2   700 m   500 m  
5.3   1.000 m   700 m  
6   1.500 m   1.000 m  

Het systeem van richtafstanden gaat uit van het principe van scheiding van functies: de richtafstandenlijst geeft richtafstanden tussen bedrijfslocatie en omgevingstype rustige woonwijk respectievelijk gemengd gebied. Binnen gebieden met functiemenging zijn milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn of worden gesitueerd. Bij gebieden met functiemenging kan gedacht worden aan stads- en wijkcentra, horecaconcentratiegebieden en woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Het kan gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Voor dergelijke gebieden is in de VNG-brochure een specifieke bedrijvenlijst opgenomen. Aangezien in voorliggend bestemmingsplan, gezien het karakter van het gebied, wordt uitgegaan van het principe van functiescheiding (bedrijven binnen een bedrijvenbestemming, woningen binnen een woonbestemming etc.), wordt niet deze specifieke lijst gebruikt, maar wordt uitgegaan van de 'standaard' lijst met bedrijfsactiviteiten en de daarbij geldende richtafstanden.

Milieuzonering Malkenschoten - Kayersmolen

Voor het bedrijventerrein Malkenschoten - Kayersmolen is inzichtelijk gemaakt welke bedrijfscategorieën (maximaal) kunnen worden toegestaan. Vanuit de woonbebouwing die aanwezig is in het plangebied en de omgeving ervan zijn indicatieve afstanden (zoals opgenomen in bovenstaande tabel) uitgezet. Hierbij is voor de woonbebouwing die ten noorden van het bedrijventerrein en ten westen van de Kayersdijk staat, uitgegaan van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Voor de woningen die in de groene wig zijn gesitueerd is, gezien de sterke mix aan functies hier voorkomt, uitgegaan van het omgevingstype 'gemengd gebied'. De woningen ten zuiden van de A1 zijn ook meegenomen als 'gemengd gebied'.

Op het bedrijventerrein zelf bevindt zich een aantal bedrijfswoningen. Voor deze woningen kan worden uitgegaan van een hogere toegestane milieubelasting dan voor reguliere woningen, maar het is niet in alle gevallen realistisch om (zeer) zware bedrijven op korte afstand van bedrijfswoningen te vestigen. In de VNG-brochure is aangegeven dat (nieuwe) gevoelige functies, zoals bedrijfswoningen, in het algemeen niet gewenst zijn in gebieden waar bedrijven uit categorie 3.2 en hoger zijn toegestaan.

Op basis hiervan is besloten om de bedrijfswoningen die in clusters op het bedrijventerrein zijn gegroepeerd, mee te nemen bij het bepalen van de zonering. Voor deze woningen is bepaald dat bedrijvigheid in categorie 3.1 op 10 meter afstand acceptabel is. De richtafstanden voor 'gemengd gebied' zijn voor deze woningen derhalve nogmaals met één stap verkleind (categorie 3.1 op 10 meter, categorie 3.2 op 30 meter enzovoorts). Individuele bedrijfswoningen, die niet in 'clusters' zijn gegroepeerd, zijn niet meegenomen als gevoelige functie, met name gezien de zware bedrijvigheid die in de huidige situatie al rondom deze woningen is gevestigd.

Vanuit de aanwezige gevoelige functies (woningen) zijn indicatieve cirkels uitgezet. Op basis van het gemeentelijk beleid is bepaald dat in het plangebied bedrijvigheid van categorie 5 en hoger niet wordt toegestaan. In de huidige situatie komt dergelijke zware bedrijvigheid niet voor in het plangebied. Bovendien biedt de realisering van een nieuw bedrijventerrein aan de zuidzijde van de A1 naar verwachting betere mogelijkheden om dergelijke bedrijven te vestigen.

Op onderstaande afbeelding zijn de indicatieve cirkels vanuit de woningen uitgezet. De cirkels zijn vertaald in een theoretische zonering.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1002-von1_0012.jpg"

De theoretische zonering die op voorgaande afbeelding is opgenomen, is vertaald in een concrete zonering op perceelsniveau. De bestaande kadastrale grenzen vormen hierbij de grens tussen de verschillende zones met bedrijvigheid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1002-von1_0013.jpg"

Uit bovenstaande afbeelding (waarvan een vergrote versie als bijlage 2 bij deze toelichting is opgenomen) kan worden afgeleid dat bedrijven in milieucategorie 1 t/m 4.2, met inachtneming van de richtafstanden, in principe rechtstreeks kunnen worden toegestaan op het bedrijventerrein. De concrete zonering op perceelsniveau, zoals die in de afbeelding is opgenomen, is vertaald op de verbeelding van het bestemmingsplan. De zonering is hier door middel van aanduidingen met maximale milieucategorieën opgenomen.

Bestaande bedrijven

Malkenschoten - Kayersmolen is een bestaand bedrijventerrein waarop in de loop der jaren bedrijven in verschillende milieucategorieën zijn gevestigd. De bestaande bedrijven op het bedrijventerrein Malkenschoten - Kayersmolen zijn zeer verschillend van omvang. Daarnaast loopt de mate van hinder die zij veroorzaken ook sterk uiteen. De milieucategorie varieert van 1 tot en met 4.2. In de huidige situatie komt een aantal bedrijven voor die formeel niet passen binnen de nieuwe bestemming, omdat ze niet in de toegestane milieucategorie vallen. De betreffende bedrijven zijn echter door middel van de milieuvergunning/milieuregelgeving zodanig in hun activiteiten beperkt, dat hinder naar de omliggende woningen beperkt blijft.

Het uitgangspunt is dat alle bestaande bedrijven positief worden bestemd. De bedrijven die niet passen binnen de nieuwe milieuzonering, zijn daarom voorzien van een specifieke aanduiding, waardoor zij hun activiteiten op de huidige locatie voort kunnen zetten. Binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan zijn de volgende bedrijven voorzien van een specifieke aanduiding.

Bedrijf   Type bedrijf   Milieucategorie  
Plaatijzerindustrie b.v.   Metaalfabriek   4.2  
Weweler Nederland b.v.   Auto-onderdelenfabriek   4.2  
Gebr. van Gerrevink   Recyclingbedrijf   4.2  

Lijst van toegelaten bedrijfstypen

Als bijlage bij de regels is een Lijst van toegelaten bedrijfstypen opgenomen. Als een bedrijf zich op een bepaalde locatie in het plangebied wil vestigen, wordt getoetst of het bedrijf in de toegestane milieucategorie valt. Daarnaast wordt getoetst of het type bedrijf is opgenomen in de Lijst van toegelaten bedrijfstypen. Bedrijvigheid die niet voorkomt op de Lijst van toegelaten bedrijfstypen, maar die daarmee gelijk te stellen is, is toelaatbaar door middel van ontheffing.

De Lijst van toegelaten bedrijfstypen bestaat uit een selectie uit de VNG-bedrijvenlijst, die is afgestemd op de specifieke mogelijkheden en de gewenste invulling en de beoogde beeldkwaliteit van het bedrijventerrein. Uitgesloten van vestiging zijn (op enkele uitzonderingen na) activiteiten als landbouw, grond- en delfstoffenwinning, energieproductie, detailhandel, zelfstandige kantoren en sociaal-culturele en recreatieve voorzieningen. Daarnaast zijn fysiek op deze locatie 'onmogelijke' activiteiten uit de lijsten verwijderd.

Bedrijfs- en burgerwoningen

De bestaande bedrijfs- en burgerwoningen in het plangebied worden positief bestemd. Doordat bij de zonering van het bedrijventerrein rekening is gehouden met de aanwezige burgerwoningen, wordt voorkomen dat de woonsituatie verslechtert.

4.2.2 Zonering in het kader van de Wet geluidhinder

De bedrijventerreinen Malkenschoten en Kayersmolen zijn bij Koninklijk Besluit gedeeltelijk gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder. De wijziging van de Wet geluidhinder per 1 januari 2007 en een aantal uitspraken van de Raad van State hebben echter inmiddels een nieuw inzicht gegeven in het begrip 'industrieterrein' (gezoneerd bedrijventerrein). Op basis van de huidige Wet geluidhinder kan slechts zonering worden toegepast voor die gebieden waar de vestiging van geluidzoneringsplichtige inrichtingen (2.4 Ivb inrichtingen, zogenaamde 'grote lawaaimakers') daadwerkelijk is toegestaan. Om deze reden is voor Malkenschoten en Kayersmolen onderzocht of (gedeeltelijke) dézonering van de bedrijventerreinen noodzakelijk dan wel wenselijk is.

De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in het Bestemmingsplanonderzoek Herzonering van het industrieterrein Malkenschoten, Apeldoorn (DGMR, 22 juli 2009). Dit onderzoek is als bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen.

In onderstaande afbeelding zijn de huidige ligging van de industrieterreinen (de gezoneerde bedrijventerreinen) en de bijbehorende zonegrenzen aangegeven. Op dit moment zijn slechts twee 2.4 Ivb inrichtingen aanwezig: Plaatijzerindustrie (Kayersmolen) en de Edese Beton Centrale EBC (Malkenschoten).

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1002-von1_0014.jpg"

Kayersmolen

Voor het noordelijk deel van bedrijventerrein Kayersmolen-Zuid, dat samen met het zuidelijk deel van Kayersmolen-noord is gezoneerd, is dézonering niet aan de orde. Op dit gedeelte van het bedrijventerrein worden geluidzoneringsplichtige inrichtingen in voorliggend bestemmingsplan dan ook toegestaan. De zonegrens (50 dB(A)-contour) wijzigt niet en is daarom één op één overgenomen in dit bestemmingsplan.

Malkenschoten

In het herzoneringsonderzoek is de dézonering van Malkenschoten verder uitgewerkt. Op de volgende afbeelding is de beoogde nieuwe begrenzing van het industrieterrein aangegeven. Een gedeelte van het bedrijventerrein Malkenschoten (het TNO-terrein) is reeds gedézoneerd en maakt dus feitelijk al geen deel meer uit van het industrieterrein. In vergelijking met de bestaande situatie behoren in de nieuwe situatie zowel het TNO-terrein als het gedeelte van het bedrijventerrein tussen de Arnhemseweg en Oude Apeldoornseweg (Achmea en Philips) niet langer tot het industrieterrein. Ook het gedeelte van het bedrijventerrein tussen de Oude Apeldoornseweg, de Paramariboweg en de Surinameweg is gedézoneerd, net als de woonwagenlocatie ten zuiden van de Malkenschoten en de bedrijfswoningen op de hoek van de Malkenschoten en de Oude Apeldoornseweg.

Hierdoor komt een aantal locaties waar bedrijfswoningen geclusterd zijn, buiten het industrieterrein te liggen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1002-von1_0015.jpg"

Deze 50 dB(A) contour is in voorliggend bestemmingsplan vertaald in een nieuwe zonegrens. Een aantal geluidgevoelige bestemmingen ligt binnen de nieuwe 50 dB(A) contour. Een aantal van de betreffende woningen bevinden zich in de huidige situatie op het industrieterrein en moeten na dézonering als geluidgevoelig worden aangemerkt. Het gaat om de volgende locaties:

  • Paramariboweg 60;
  • Nagelpoelweg 76-86 (maakt in de huidige situatie deel uit van het industrieterrein);
  • Malkenschoten 42-52 (maakt in de huidige situatie deel uit van het industrieterrein);
  • woonwagenstandplaats aan de Malkenschoten;
  • woonwagenstandplaats aan de Zwaansprengweg 8a tot 8m.

Voor deze bestemmingen zijn de geluidbelastingen nader bepaald. De maximale geluidbelasting bedraagt 57 dB(A) (woningen aan de Nagelpoelweg en de Malkenschoten). Voor de locaties Paramariboweg 60, Nagelpoelweg 76-86, Malkenschoten 42-52 en de woonwagenstandplaats aan de Malkenschoten dienen hogere waarden te worden vastgesteld. Voor de woonwagenstandplaats aan de Zwaansprengweg zijn hogere waarden niet nodig.

Daarnaast is onderzocht of individuele bedrijven worden belemmerd doordat zij buiten het industrieterrein komen te liggen. Voor deze bedrijven gaat immers een ander beoordelingsregime (in veel gevallen het Activiteitenbesluit) gelden, waardoor moet worden getoetst bij de dichtstbijzijnde (gedézoneerde) woningen in plaats van op de zonegrens.

Dit speelt met name voor de bedrijven in de hoek Oude Apeldoornseweg, Paramariboweg en Surinameweg. Uit het onderzoek is gebleken dat de geluidbelasting op de gevels van de relevante woningen (Paramariboweg 1, 5, 9, 21 en 23) per bedrijf lager is dan te hanteren norm uit de Wet milieubeheer. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de vergunde rechten van de gedézoneerde bedrijven worden gewaarborgd.

Conclusie

Op basis van de resultaten van het bestemmingsplanonderzoek Herzonering van het industrieterrein Malkenschoten (DGMR) kan worden geconcludeerd dat het terugbrengen van de grens van het industrieterrein (het gezoneerde bedrijventerrein) mogelijk is binnen de kaders van de Wet geluidhinder. Voor een aantal van de woningen dient een hogere waarde te worden verleend, maar de maximaal te verlenen hogere waarde wordt niet overschreden. Anderzijds worden de gedézoneerde bedrijven niet in hun vergunde rechten aangetast.

Vertaling in het bestemmingsplan

De nieuwe grens van het industrieterrein Malkenschoten en de nieuwe zonegrens (50 dB(A) contour) zijn vertaald in voorliggend bestemmingsplan. Op het gedeelte van het bedrijventerrein dat is gezoneerd, zijn geluidzoneringsplichtige inrichtingen toegestaan; op de gedézoneerde gedeelten is de vestiging van deze inrichtingen uitgesloten. De 50 dB(A) contour is als gebiedsaanduiding opgenomen op de verbeelding en in de regels.