direct naar inhoud van 3.2 Ruimtelijke structuur
Plan: Bestemmingsplan Malkenschoten-Kayersmolen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1002-von1

3.2 Ruimtelijke structuur

3.2.1 Ontsluiting

De hoofdinfrastructuur van het plangebied Malkenschoten - Kayersmolen wordt gevormd door de Arnhemseweg en de Kayersdijk in noord-zuidrichting. Haaks op deze wegen, in oost-westrichting, ligt de Laan van Malkenschoten. Deze weg gaat in het oosten over in de Lange Amerikaweg. De route Laan van Malkenschoten-Lange Amerikaweg maakt onderdeel uit van hoofdinfrastructuur van Apeldoorn. Tot 2004 werd deze route tot de ring van Apeldoorn gerekend. In de actualisatie van de verkeerskaart is de route Laan van Westenenk, Aluminiumweg, Marchantstraat aangewezen als ring.


Naast deze hoofdwegen zijn interne ontsluitingswegen binnen het bedrijventerrein aanwezig. Deze wegen vormen een lusvormig stelsel en sluiten aan op de hoofdinfrastructuur.


Via de Kayersdijk wordt het bedrijventerrein, en tevens Apeldoorn, direct ontsloten op de rijksweg A1 (Deventer-Amersfoort). In oostelijke richting sluit de A1 aan op de A50 (Zwolle-Arnhem).


De Arnhemseweg staat in zuidelijke richting ook in verbinding met de A50. Vanaf het bedrijventerrein ligt de Arnhemseweg onder de A1 door en doorkruist de kern Beekbergen. Ten zuiden van Beekbergen wordt aangesloten op de A50. Vanuit het zuiden wordt de route via Beekbergen veel gebruikt door het verkeer vanaf de A50.


Parallel aan de Kayersdijk ligt een spoorlijn. De spoorlijn wordt gebruikt door de toeristische stoomtrein van de VSM. Daarnaast wordt de lijn gebruikt voor goederentransport; zo maakt VAM (afvalverwerking) dagelijks gebruik van deze spoorlijn.


afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1002-von1_0007.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1002-von1_0008.jpg"

3.2.2 Groen

Het bedrijventerrein wordt nagenoeg geheel omkaderd door groenvoorzieningen. Langs de A1 is een brede groenzone aanwezig. De groenzone varieert in breedte, maar onttrekt het bedrijventerrein grotendeels aan het zicht.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1002-von1_0009.jpg"

In het westen grenst het bedrijventerrein aan een bosgebied. Dit bosgebied, dat een provinciale bescherming heeft, grijpt op een aantal plaatsen in het plangebied. De gebouwen in het westelijk deel van het plangebied zijn daardoor omgeven door bebossing.


In het noorden wordt de groene begrenzing van het plangebied gevormd door de Zwaanspreng en de Kayersbeek. De Zwaanspreng is een waterloop, die in een groenzone ligt. Deze groene zone vormt een groene buffer tussen de noordelijke woongebieden en het bedrijventerrein, met als belangrijk onderdeel de forellenkwekerij. In noordelijke richting, langs de Kayersdijk, wordt het groene karakter bepaald door grasvelden met opgaande beplanting. Ten oosten van het bedrijventerrein ligt het Apeldoorns Kanaal. Dit kanaal wordt begeleid door bomen.


Binnen de grenzen van het plangebied zijn, naast de hiervoor genoemde groenvoorzieningen, groenvoorzieningen aanwezig die voor de groene aankleding van het bedrijventerrein zorgen. De groenvoorzieningen bevinden zich voornamelijk ter hoogte van de hoofdontsluitingswegen van het bedrijventerrein. Zowel de Kayersdijk, de Laan van Malkenschoten als de Arnhemseweg worden grotendeels begeleid door groenstroken en opgaande beplanting. Deze groene routes vormen een onderdeel van de stedelijke groene hoofdstructuur. De Oude Beekbergerweg, die ten noorden van het plangebied in het verlengde van de Oude Apeldoornseweg ligt, is onderdeel van de ecologische hoofdstructuur.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1002-von1_0010.jpg"

3.2.3 Bebouwd gebied

De bebouwing op het bedrijventerrein varieert van kleine tot zeer grote panden, die vrijwel allemaal zijn georiƫnteerd op de wegenstructuur en over het algemeen op korte afstand van de straat staan. In het oosten van het bedrijventerrein bevinden zich grootschaligere gebouwencomplexen. Daarnaast zijn grote panden veelal dichtbij de hoofdontsluitingswegen gebouwd. Kleinere panden zijn over het algemeen op achterterreinen en op grotere afstand van de hoofdinfrastructuur gebouwd.


Goot- en nokhoogte

De bebouwing binnen het plangebied is variabel in hoogte, maar bestaat veelal uit bedrijfshallen met een maximale hoogte van circa 8 meter. De hoogte van de bebouwing is sterk afhankelijk van de functie van de bebouwing, waarop in paragraaf 4.3 nader wordt ingegaan.


De bebouwing binnen het plangebied is hoofdzakelijk zonder kap uitgevoerd, waardoor de goothoogte gelijk is aan de bouwhoogte. Bebouwing met een kap bevindt zich met name aan de historische bebouwingslinten van het bedrijventerrein, zoals de Arnhemseweg en de Oude Apeldoornseweg. Daarnaast is ook langs de Zwaanspreng en de Paramariboweg bebouwing met een kap aanwezig.


Ten zuidwesten en ten zuidoosten van de rotonde in de Arnhemseweg/Laan van Malkenschoten, en tevens ter hoogte van een entree van het bedrijventerrein, bedraagt de hoogte van de bebouwing circa 16 tot 20 meter. Binnen het plangebied zijn enkele hoogteaccenten aanwezig. Deze bevinden zich op de hoek van de Kayersdijk/Lange Amerikaweg (15 meter), in de zuidwest oksel van de Laan van Malkenschoten/Oude Apeldoornseweg (16-20 meter) en ter hoogte van de Kayersdijk (15 meter).


Op het bedrijventerrein is een overgang in bouwhoogten waarneembaar. De hoogste bebouwing bevindt zich hoofdzakelijk aan de hoofdontsluitingswegen. De hoogte achter deze bebouwing, veelal aan de secundaire ontsluitingswegen gelegen, neemt af tot een minimale hoogte van circa 3 meter.


De (woon)bebouwing met een kap die in het plangebied aanwezig is, heeft over het algemeen een goothoogte van circa 4 meter en een nokhoogte van circa 8 meter.


Bebouwingsdichtheid

Qua bebouwingsdichtheid is het plangebied op te delen in twee zones. Het bedrijventerrein kent overwegend een hoge bebouwingsdichtheid, doordat op de percelen in het noordoosten, oosten, zuiden en westen van het plangebied omvangrijke bebouwing aanwezig is. In het noorden van het plangebied is een overgangsgebied van het bedrijventerrein naar de noordelijke woonwijk aanwezig. In dit gebied zijn kleinschalige gebouwen op grote percelen aanwezig.

3.2.4 Analyse ruimtelijke structuur

Ontsluiting

De Laan van Malkenschoten, Lange Amerikaweg, de Arnhemseweg en de Kayersdijk zijn als hoofdontsluitingswegen duidelijk binnen het plangebied aanwezig. Het brede profiel van de wegen biedt in de huidige situatie en in de toekomst (bij eventuele herinrichtingen) over het algemeen voldoende ruimte voor het afwikkelen van het verkeer. Het huidige profiel van de Laan van Malkenschoten biedt echter niet voldoende ruimte voor de verkeersafwikkeling op de lange termijn. Er is een verkenning gemaakt waarin de beoogde aanpassingen aan de Laan van Malkenschoten ruimtelijk zijn verkend (schetsontwerp). Hieruit blijkt dat de genoemde aanpassingen niet binnen het vigerende bestemmingsplan kunnen worden gerealiseerd. Dit geldt voor zowel de aanpassingen aan de kruisingen als voor de aanpassingen aan het wegvak. Voor het realiseren van de verbreding van de Laan van Malkenschoten is het noodzakelijk om op een aantal locaties particuliere gronden te verwerven.


De ontsluitingsroute binnen het bedrijventerrein, mede in relatie tot de rijkswegen A1 en A50, is helder. De secundaire wegen binnen het plangebied sluiten door het lusvormige karakter aan op de hoofdontsluitingswegen binnen het plangebied. De ondergeschiktheid van de secundaire wegen aan de hoofdinfrastructuur is terug te zien in breedte van het wegprofiel. Het wegprofiel van de secundaire wegen is beperkt tot een rijbaan met daarnaast smalle groenstroken. Deze groenstroken zijn sporadisch voorzien van opgaande beplanting. In tegenstelling tot de hoofdinfrastructuur hebben de secundaire wegen overwegend een stenig karakter. Versterking van de groenstructuur langs deze wegen is wenselijk en kan op eigen terrein en in de openbare ruimte worden bewerkstelligd.


Het parkeren vindt hoofdzakelijk op eigen terrein plaats. In de openbare ruimte zijn op dit gebied hoofdzakelijk geen problemen waarneembaar. Uitzondering hierop is de parkeerdruk ter hoogte van de Arnhemseweg die wordt veroorzaakt door het grote aantal werknemers van de kantoorgebouwen langs deze weg. Op het eigen terrein bij de kantorenlocaties is parkeergelegenheid aanwezig. Echter, door het gevoerde parkeerbeleid en de ligging nabij het kantorenpand kiezen werknemers er toch voor om op de aanwezige parallelweg te parkeren. Deze parallelweg zal op termijn worden opgeruimd omdat deze geen functie voor het verkeer heeft.

Groen

Het bedrijventerrein heeft vanaf de hoofdontsluitingswegen gezien een groene uitstraling. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de groene inrichting van het wegprofiel. Op het bedrijventerrein is wel een overgang van oost naar west waarneembaar. De aanwezigheid van opgaande beplanting en groenvoorzieningen ligt in het westelijk deel van het bedrijventerrein hoger dan in het oostelijk deel. De Oude Apeldoornseweg ligt op de grens van deze overgang.


De Arnhemseweg vormt een entree voor het westelijk deel van het bedrijventerrein vanaf de A50. Deze entree heeft een groene uitstraling door de aanwezigheid van bebossing en laanbeplanting langs de weg. De bebossing wordt onder andere gevormd door het Philipsbosje ter hoogte van de Laan van Malkenschoten en het bos in het zuidwesten van het plangebied dat beschermd is door provinciale richtlijnen. Daarnaast staat de aanwezige bebouwing op groene percelen.


De oostelijke entree van het bedrijventerrein, gevormd door de Kayersdijk in het zuiden van het plangebied, heeft een groene uitstraling door de aanwezige zij- en middenbermen. Deze bermen zijn, in tegenstelling tot de westelijke entree, voorzien van relatief jonge bomen.


De beleving van het westelijk deel van het bedrijventerrein en het oostelijk deel van het bedrijventerrein is niet vergelijkbaar. Het westelijk deel van het bedrijventerrein heeft een sciencepark-achtige uitstraling door de kantoorachtige grootschalige bebouwing in een groene setting. Het oostelijk deel wordt gekenmerkt door omvangrijke bebouwing (maar kleinschaliger dan in het westelijk deel) in een gebied met een stenig karakter. Ruimte voor groen op eigen terrein is nauwelijks aanwezig, omdat buitenopslag, bedrijfshallen en parkeergelegenheid gezien de bedrijfsvoering een hogere prioriteit hebben.


De Laan van Malkenschoten, die een verbinding vormt tussen het oostelijk en westelijk deel van het bedrijventerrein, typeert het voorgaande. In oostelijke richting is steeds minder ruimte voor groen en opgaande beplanting. Aan de Laan van Malkenschoten is jonge laanbeplanting aanwezig. Deze laanbeplanting is aangebracht waar dat mogelijk was. Op een aantal plaatsen is laanbeplanting niet mogelijk omdat de groenstrook niet breed genoeg is of vanwege het feit dat een bedrijfsperceel nagenoeg aan de openbare weg grenst.


Bebouwd gebied

In het zuidoosten van het plangebied, ter hoogte van de entree vanaf de A1, is het opvallend dat het straatbeeld wordt overheerst door de buitenterreinen van de bedrijven. Vanaf de rijksweg A1 is de bedrijfsbebouwing, gezien de beperkte hoogte en de aanwezigheid van een groenzone, vrijwel niet waarneembaar.


Van braakliggende terreinen is binnen het plangebied nagenoeg geen sprake. Wel zijn binnen het bedrijventerrein bedrijven aanwezig die, in verhouding tot de bebouwing, veel ruimte voor buitenopslag of parkeren hebben. Ook staan enkele bedrijfspanden momenteel leeg. Bij eventuele initiatieven in de toekomst, bijvoorbeeld bij vervangende nieuwbouw of functieveranderingen, kan het wenselijk zijn om de onbebouwde terreinen te bebouwen. Dit mag echter niet ten koste gaan van de parkeermogelijkheden.


Vanaf de hoofdontsluitingsroutes naar de achterliggende terreinen is een lichte afname in bebouwingshoogte waarneembaar. Deze hoogteverschillen betreffen vaak enkele meters. Een vergroting van de contrasten tussen bebouwing langs hoofdontsluitingswegen en secundaire wegen kan als passend worden gezien.


De buffer tussen het bedrijventerrein en het woongebied ten noorden van het bedrijventerrein wordt hoofdzakelijk gevormd door een gemengd gebied. In dit gebied is sprake van een lagere bebouwingsintensiteit en veel open ruimten. Gezien de ligging van het gebied, tussen een woongebied en een bedrijventerrein, is een toekomstige herontwikkeling naar wonen, werken of een combinatie van wonen en werken denkbaar.