direct naar inhoud van 4.5 Archeologie
Plan: Bestemmingsplan Stadsdeel Zuid-Midden
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1001-von1

4.5 Archeologie

Apeldoorn kent een zeer rijke bewoningsgeschiedenis die teruggaat tot in het Paleolithicum, ongeveer 150.000 jaar geleden. Het landschap is grotendeels gevormd door het landijs in de voorlaatste ijstijd. Rivierafzettingen werden voor de ijslobben opgestuwd, terwijl smeltwaterrivieren vanaf het landijs grote dalen en daluitspoelingswaaiers vormden. Toen het ijs gesmolten was, restte er een patroon van stuwwallen en door zand en grind opgevulde vlakten. In de laatste ijstijd raakte dit landschap doorsneden door sneeuwsmeltwaterrivieren. De ingesleten dalen hebben in belangrijke mate bijgedragen aan het huidige reliëf. In de laatste koude fasen van de ijstijd vond op grote schaal verstuiving plaats. Hierdoor komen in grote delen van het gebied door de wind gevormde, fijnzandige en lemige afzettingen voor. Vanaf ongeveer 10.000 jaar geleden verbeterde het klimaat. Het werd warmer en de omgeving raakte begroeid met bos. Ook steeg de grondwaterspiegel, waardoor kwelwater in de beekdalen en langs de stuwwalranden ging stromen. Alhoewel niet erg vruchtbaar, bood het gebied voldoende mogelijkheden voor groepen jager-verzamelaars en later voor de eerste landbouwers.

Het grote aantal grafheuvels duidt op een belangrijke bewoningsfase in het Neolithicum en de Bronstijd. Vooral de vlakkere hogere gronden op de stuwwal van de oostelijke Veluwe boden voldoende mogelijkheden voor een eenvoudige vorm van landbouw.

Een ander belangrijk onderdeel van de geschiedenis van de gemeente Apeldoorn is de ijzerwinning en –productie die met name op de oostelijke stuwwal plaatsvond. Hier bevond zich in de vroege Middeleeuwen de grootste ijzerindustrie van Nederland.

In de loop der tijd ontwikkelden zich in de omgeving dorpen en gehuchten met zowel kleinere als grotere akkercomplexen, alsmede wei- en hooilanden in de natte beekdalen, bossen en uitgestrekte heidegebieden. Door het intensieve gebruik van de zandgronden verarmde de bodem en ontstonden vanaf de 10e eeuw omvangrijke zandverstuivingen. Vanaf de 15e eeuw werd een aantal grote ontginningen van de woeste gronden ter hand genomen.

Vanaf de 17e eeuw gold de Veluwe als een aantrekkelijk woongebied voor de elite; vanaf deze periode werden adellijke huizen (meestal buitenplaatsen) gebouwd.

Vrijwel het gehele stedelijk gebied van Apeldoorn is gebouwd op daluitspoelingswaaierafzettingen. Binnen de bebouwde kom liggen naast de oude kern van het dorp Apeldoorn ook verschillende oudere nederzettingen (buurtschappen), elk met een eigen enk: Orden, Uchelen, Wormen, Het Loo, Veldhuizen en Noord-Apeldoorn. De meeste archeologische resten uit het stedelijk gebied van Apeldoorn zijn dan ook gevonden in deze gebieden. Het betreft onder andere middeleeuwse nederzettingen met hoven, kerken, middeleeuwse hoeven en watermolens.

Het plangebied Stadsdeel Zuid-Midden beslaat de middeleeuwse kern Wormen, met de bijbehorende Wormensche enk in het noorden en het Wormensche veld in het zuiden. Enken zijn oude akkergronden die door de jaren heen door bemesting met onder andere potstalmest steeds dikker werden. De Wormensche enk is naar het zich laat aanzien, één van de dikste enken van Apeldoorn met een grootste dikte van circa 1,5 meter (locatie Avondzon, Ibisplein).

De enken zijn zelf niet zozeer onderwerp van archeologische aandacht, maar eerder de archeologische waarden die door de enk zijn afgedekt. De dikte van de enk heeft ervoor gezorgd dat deze waarden door diverse bodemingrepen niet aangetast zijn. Alleen het ploegen van de akker heeft in eerste instantie de waarden aangetast. Het oorspronkelijke maaiveld is dan ook vaak verdwenen, maar de diepere sporen zijn vaak nog goed geconserveerd aanwezig. Bij onderzoek op de Nuon-locatie is een drietal boerderijen aangetroffen uit de late Bronstijd en vroege IJzertijd.

De gemeente Apeldoorn beschikt over een gemeentelijke archeologische beleidskaart. Deze archeologische beleidskaart, zoals hierna weergegeven, geeft inzicht in welke mate de kans bestaat om archeologische resten in de bodem aan te treffen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1001-von1_0043.png"

In het plangebied komen gebieden voor met een lage (groene gebieden), middelhoge (gele gebieden) en hoge (oranje gebieden) trefkans. Aan deze trefkans is een vorm van vervolgonderzoek gekoppeld die bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen moet worden uitgevoerd.

Het onderhavige bestemmingsplan is conserverend van aard en maakt geen grootschalige nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. De mogelijk aanwezige archeologische waarden worden beschermd door middel van dubbelbestemmingen voor de gebieden met een hoge en een middelhoge trefkans. De juridische regeling daarvoor is uitgebreid beschreven in paragraaf 5.2.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1001-von1_0044.jpg"   afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1001-von1_0045.jpg"  
afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1001-von1_0046.jpg"   afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1001-von1_0047.jpg"  
afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1001-von1_0048.jpg"   afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1001-von1_0049.jpg"  
afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1001-von1_0050.jpg"   afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1001-von1_0051.jpg"  

Staatsliedenkwartier